Een Afghanistan-debat van zes uur

Canadese Lagerhuisleden kregen gisteren de kans om te stemmen over de omstreden Afghanistan-missie. Met tegenzin stemden ze nipt voor verlenging tot 2009. „In Nederland deden ze er tien weken over. Wij krijgen er zes uur voor.”

Bill Graham, de Canadese oppositieleider, klaagde gisteren dat Lagerhuisleden „met een pistool tegen het hoofd” werd gevraagd om een verlenging van de Canadese militaire missie in Afghanistan goed te keuren. De regeringsmotie die daartoe opriep was deze week uit de lucht komen vallen, zodat parlementariërs geen kans hadden om de kwestie goed geïnformeerd te overwegen, vond hij.

„In Nederland hebben ze tien weken over deze vraag gedebatteerd”, zei Graham, een voormalig minister van Defensie in het vorige, liberale kabinet, voorafgaand aan een stemming in het parlement waarbij de verlenging van de missie werd goedgekeurd. „Wij krijgen er zes uur voor.”

Graham heeft gelijk dat de missie in zuidelijk Afghanistan niet zo uitdrukkelijk is besproken in het Canadese parlement als in het Nederlandse. De voormalige liberale regering waarin hij zelf minister was ging vrij ongemerkt akkoord met de verplaatsing van het Canadese militaire contingent van het relatief kalme Kabul naar het veel onrustiger Kandahar. Ongeveer 2.300 Canadese militairen zijn daar sinds begin dit jaar gestationeerd om veiligheid te bieden.

De implicaties van die verschuiving zijn inmiddels hard aangekomen in Canada. De missie in Kandahar is geen klassieke vredesoperatie, een term waarbij de bevolking zich traditioneel op haar gemak voelt. In plaats daarvan wordt er strijd gevoerd met opstandelingen van Al-Qaeda en het voormalige Talibaanregime. Daarbij vallen doden – zeventien tot nu toe. Gisteren nog kwam een Canadese soldate om tijdens een vuurgevecht ten westen van de stad Kandahar.

Lagerhuisleden kregen gisteren voor het eerst de kans om over het omstreden karakter van de operatie te stemmen. De Canadese premier Stephen Harper had onverwachts een motie ingediend om steun op te trommelen voor verlenging van de Canadese aanwezigheid met twee jaar, tot begin 2009. Dat gebeurde in reactie op verzoeken van de Afghaanse president Karzai en de NAVO, zei hij. Tevens leek Harper te hopen zich te kunnen indekken tegen de afname van de publieke steun voor de missie. Harper kondigde gisteren voor de stemming zelfs aan dat Canada, ongeacht de uitkomst, zeker tot 2008 in Afghanistan zou blijven, omdat „opeens weglopen niet mogelijk is”.

Wat Harper betreft moest parlementaire goedkeuring bovendien een signaal geven aan Canada’s bondgenoten in Afghanistan, waaronder Nederland. „Zowel Nederland als Groot-Brittannië, onze voornaamste partners in Afghanistan, heeft onlangs toezeggingen gedaan voor respectievelijk twee en drie jaar”, aldus Harper. „De Nederlanders en de Britten hebben zich gecommitteerd.”

Alexa McDonough, defensiewoordvoerder van de sociaal-democratische NDP, betwistte die lezing. „De Nederlanders, die allang in Afghanistan hadden moeten zijn, zijn er nog niet. Hun komst is uitgesteld tot september, als ze al komen. De Britse inzet is ook uitgesteld, in beide gevallen omdat men zich afvroeg of het verstandig is om te opereren binnen de Amerikaanse operatie Enduring Freedom, een agressieve missie om opstandelingen op te sporen en te doden.”

Nederland en Groot-Brittannië gaan wel degelijk naar Afghanistan, antwoordde Harper. „De Nederlanders zetten in belangrijke mate door omdat ze weten dat Canada ook achter deze missie staat”, beweerde hij. „En zij zijn nooit de rol van Canada vergeten bij de bevrijding van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.”

Andere Lagerhuisleden plaatsten vraagtekens bij andere aspecten van de missie. Hoe wordt vooruitgang gemeten? Is er een uitweg als het fout loopt? Wat moet er na 2009 gebeuren? En heeft Canada voldoende militaire mankracht om elders in te grijpen als dat nodig mocht zijn (Darfur, bijvoorbeeld)? Geen van die vragen kon uitvoerig worden beantwoord in een debat van één middag en avond. Het was tijd om te stemmen.

De meeste oppositieleden stemden om die reden uit protest tegen de regeringsmotie. De motie werd uiteindelijk aangenomen met steun van zo’n 25 Liberalen – onder wie oud-minister van Defensie Graham. Andere leden van zijn partij „stemden niet tegen de missie, maar tegen dit proces”, zei hij.

Volgens Jack Layton, leider van de NDP, ging het wel degelijk om de missie. „Onze partij vindt dat dit de verkeerde missie is, en dat belangrijke vragen niet zijn beantwoord.” „Ik denk dat de steun voor de missie sterker is dan de stemming aangeeft”, zei premier Harper na afloop. „Veel mensen wilden tegen het kabinet stemmen.”

    • Frank Kuin