Echte levens jongeren verwerkt in boeken

Nederlandse jeugdboekschrijvers gaan waargebeurde levensverhalen van jongeren omwerken tot romans. Jongeren die hun verhaal uitlenen voor een boek, delen mee in de opbrengst.

Dit heeft kinder- en jeugdboekenschrijver Edward van de Vendel gisteren bekendgemaakt . Met deze serie boeken, die uiterlijk begin 2008 van start gaat, hoopt initiatiefnemer Van de Vendel de maatschappelijke werkelijkheid beter zichtbaar te maken in de Nederlandse jeugdliteratuur. „In Vlaanderen verschenen vorig jaar drie goede jeugdboeken over het voormalige Joegoslavië”, zei Van de Vendel. „Waar zijn de Nederlandse romans over Kosovo en Mladic? Of over de Volendambrand? Waar wordt vanuit uitgeprocedeerde asielzoekers geschreven, ama’s, jongeren op een detentieboot?”

Van de Vendels deed zijn oproep voor meer actualiteit in de jeugdliteratuur bij het uitspreken van de Annie M.G. Schmidt-lezing in Leiden. Onlangs pleitte schrijver Joost Zwagerman in NRC Handelsblad ervoor dat zijn collega’s de grote gebeurtenissen van deze tijd zoals de moord op Theo van Gogh vaker verwerken tot literatuur. Dat was een late echo van een rede van de hoogleraar Ton Anbeek, die begin jaren tachtig meer ‘straatrumoer’ in de Nederlandse literatuur wilde.

Tot de schrijvers die nu op zoek gaan naar straatrumoer behoren naast Van de Vendel zelf ook Mirjam Oldenhave, Anke Kranendonk, Lydia Rood, Anton van der Kolk, Daan Remmerts de Vries, Corien Botman, Bibi Dumon Tak, Benny Lindelauf en Karlijn Stoffels – overwegend grote namen in de Nederlandse jeugdliteratuur. Deze schrijvers gaan de komende maanden op zoek naar jongeren tussen de 17 en 25 jaar met een bijzonder levensverhaal. „Sommige schrijvers bellen daarvoor met regionale kranten. Zelf ga ik langs bij schooldecanen”, lichtte Van de Vendel na afloop toe: „Ik zou heel graag iets doen met de brand in Volendam en met de van oorsprong Marokkaanse voetballer Boukhari die bij Ajax zeldzaam diepe dalen en hoogten beleeft.”

De boeken zullen verschijnen bij uitgeverij Querido. Van de gebruikelijke auteurs-fee van tien procent staat de schrijver twee procent af aan de beschreven jongere. Van de Vendel: „Het is hun verhaal!” Hun verhaal? Niet van de schrijver? „Natuurlijk kan de schrijver ook in de omgeving van de jongere zoeken, en er dan dingen bij verzinnen – of weglaten.”

Met actuele jeugdboeken plaatsen de schrijvers zich volgens Van de Vendel dichter bij „de werkelijkheid van nu, met als mogelijk effect dat we ook jongeren dichter naar de literatuur toe trekken.” De Onderwijsinspectie meldde onlangs dat veel jongeren nauwelijks kunnen lezen. Behalve in oefenen in technisch lezen ligt de oplossing ook in het voorlezen. „Veel leraren lezen goed en enthousiast voor”, zei oud-onderwijzer Van de Vendel, „maar te vaak worden dezelfde boeken voorgelezen, en te vaak oude boeken.”

Om leraren kennis te laten maken met de goede jeugdboeken van nu pleitte Van de Vendel voor een ‘voorleeskaravaan’ van rondreizende schrijvers: „Veel schrijvers zijn halve acteurs, zij zouden een avond meeslepend uit hun eigen werk kunnen voorlezen. Leraren moeten dan geld krijgen om de boeken die hen aanspreken met korting te kunnen kopen. Want het gaat om vuur. Om leesvuur.”

    • Karel Berkhout