De ‘grijze zone’ kleurt de hemel boven Montenegro

Per referendum spreken de Montenegrijnen zich uit over afscheiding van grote broer Servië. Wordt Europa een ministaatje rijker? “We ontsnappen aan de wurggreep van Belgrado”.

‘Zeg nee!’ staat op het hoofddeksel van deze tegenstander van de Montenegrijnse onafhankelijkheid tijdens een campagnebijeenkomst in Podgorica. Foto AFP An elderly supporter of the pro-union with Serbia wears a leaflet reading "Say NO" during a rally in Podgorica, 16 May 2006. A week ahead of Montenegro's referendum on breaking away from Serbia, both the pro-independence government and the pro-union opposition remain confident of victory. AFP PHOTO / DIMITAR DILKOFF AFP

Het zeurende geluid van een elektrisch orgel draagt ver op het water in de baai van Sveti Stefan, een badplaats aan de Montenegrijnse kust. In een oude villa aan het strand komen de gasten voor een bruiloft bijeen. Binnen, rond de tafels met hammen, kazen en cadeaus, keuren hooggehakte dames elkaars jurken. Op het terras roken en drinken de mannen. „Een trouwerij in Montenegro gaat tot diep in de nacht door”, zegt Vukasin Zenovic, een lokale rechter. „De bruidegom is 42, en dat is nog betrekkelijk jong. Montenegrijnse mannen uit de kuststreek trouwen gemiddeld laat, want eerst moet er van het leven worden genoten.”

De notabelen en lokale zakenlieden, in een kring rond Zenovic, grinniken met de rechter mee. Over de duurzaamheid van het huwelijk van vandaag laat niemand zich uit. Het gesprek wordt beheerst door een op handen zijnde echtscheiding: de mogelijke opsplitsing van de unie Servië-Montenegro.

Zondag spreken de Montenegrijnen zich per referendum uit over afscheiding van Servië waarmee het kleine Montenegro sinds 1993 een losse statenbond vormt. Zo’n 43 procent beschouwt zich als Montenegrijn, 32 procent noemt zich Serviër. Verder wonen er Albanezen, Bosnische moslims, Kroaten en Roma.

In taal en cultuur zijn de Montenegrijnen en Serven sterk verwant, maar sinds Joegoslavië uiteenviel werd het onderscheid steeds belangrijker gemaakt. Montenegrijnen hebben genoeg van de dominantie van grote broer Servië. De meerderheid wil onafhankelijkheid. Maar de Serviërs in Montenegro klampen zich vast aan de band met Belgrado. In een onafhankelijk Montenegro delven ze op economisch en cultureel terrein het onderspit.

Rechter Zenovic is fel tegen onafhankelijkheid. „Of ik Montenegrijn of Serviër ben doet er niet toe. Het is om praktische redenen een slecht idee. De Montenegrijnse economie draait merendeels op toeristen uit Servië. We moeten hen te vriend houden.”

Achter hem rijst uit de mist boven de zee het majestueuze, op een schiereiland gelegen hotel Sveti Stefan op. Montenegro (Zwarte Bergen) heeft zich als ‘wilde schoonheid’ in de toeristenmarkt gezet. De kwalificatie ‘wild’ riep tot voor kort associaties op met verhalen over roversbendes en bloedwraak. Maar dat beeld kantelt. Vooral Ieren en Britten kopen er huizen en ruïnes aan het water, Russen bouwen er luxe vakantieoorden. „Om geld wit te wassen”, zeggen ze aan de kust. Rechter Zenovic doet zelf ook in huizen. „Die bijverdienste heb ik hard nodig, met mijn salaris van 300 euro.”

‘Het land achter Gods rug’, zo noemde A. den Doolaard vorige eeuw het land van dit ruige bergvolk waar de man te paard zat terwijl zijn vrouw er achteraan liep. „Dit is nog altijd een land van macho’s”, zegt studente Masja uit hoofdstad Podgorica. Zij en haar vriendin Katarina stemmen vóór onafhankelijkheid. „Opdat Montenegro moderniseert”, zegt Katarina, die Servische taal- en letterkunde studeert. „Als we winnen wordt mijn faculteit omgedoopt in Montenegrijnse taal- en letterkunde.”

Op de bergen rond het stadje Kolasin ligt nog sneeuw. ‘Nee’ staat er op de posters. De meerderheid in Kolasin is Servisch en stemt tegen onafhankelijkheid. Locoburgemeester Mile Sukovic schenkt in de vroege ochtend eerst een pruimenbrandewijn in. „Als we onafhankelijk worden, worden we dat met dezelfde corrupte politici”, moppert Sukovic. „De club rond premier Milo Djukanovic heeft hier alles in handen. Met het referendum spelen ze vals spel: ze hopen daarmee politiek te overleven.”

De voorstanders van onafhankelijkheid hebben zich met de verkeerde argumenten op het referendum gestort, vindt Svetozar Jovicevic, hoogleraar in Podgorica. „Veel Montenegrijnen denken dat onafhankelijkheid automatisch het EU-toegangskaartje oplevert. Maar wat de EU meer zal interesseren zijn de hoognodige politieke hervormingen hier.” Volgens Jovicevic, oud-diplomaat en invloedrijk politiek analist, heeft de regering-Djukanovic zich in de oorlogseconomie verrijkt. „In de jaren negentig, toen ons land werd getroffen door economische sancties, controleerden ze de benzine- en sigarettensmokkel. Zo hebben ze de economie, de politiek en de media in handen gekregen.”

Pas bij minimaal 55 procent van de stemmen vóór erkent de EU de onafhankelijkheid. Bij die eis heeft Montenegro zich neergelegd. Beide kampen, vóór en tegen, organiseren gratis trein-, bus- en vliegretours om in Servië wonende Montenegrijnen in hun eigen land te kunnen laten stemmen. Die stemmen geven mogelijk de doorslag.

Jovicevic: „De grote angst is dat we eindigen in de zogeheten ‘grijze zone’, met een uitslag tussen de 50 en 55 procent. Wat gebeurt er als 54,9 procent voor onafhankelijkheid stemt? Ik vrees voor de reacties van de Montenegrijnen als ze dan vanuit Brussel alsnog uit de droom worden geholpen.”

Daarover maakt Ranko Krivokapic, de boomlange voorzitter van het Montenegrijnse parlement, zich nog geen zorgen. In zijn werkkamer neuriet hij het eerste refrein van ‘Oh prachtig ochtendgloren in mei’, een eeuwenoud Montenegrijns lied. Dát moet volgens hem het nieuwe volkslied worden. Samen met premier Djukanovic is Krivokapic de stuwende kracht achter het referendum. „We willen ontsnappen aan de wurggreep van Belgrado”, zegt hij. „Servië is nog altijd niet klaar om te zeggen: de oorlogen van de jaren negentig waren fout. Het land heeft ons in het isolement meegesleurd, en daar willen we een einde aan maken.”

’s Avonds scheuren jongens in auto’s door Podgorica. Uit de raampjes steken vlaggen; de ene avond zijn het de rode vlaggen van Montenegro, een etmaal later wappert het blauw-wit-rood van de unie met Servië. De Servische aanhang is door hun leiders opgeroepen géén leuzen als ‘Mladic’ en ‘Karadzic’ te scanderen. Dat is slechte publiciteit. En of ze alsjeblieft ‘Servië-Montenegro!’ willen roepen. Maar diep in de nacht, als de zoveelste stoet auto’s met benevelde chauffeurs door de stad trekt, struikelen de meeste jongens over hun woorden en blijft het bij een krachtig ‘Servië!’.

Slavica, een jonge onderneemster in Podgorica, ziet het hoofdschuddend aan. Ze maakt zich zorgen over wat er na het referendum gebeurt. „Wie moet dit land straks vooruit helpen? Jonge talenten zijn al naar Belgrado of het Westen getrokken. Voor hen is er geen reden om terug te keren. Er is hier geen werk.”

    • Tijn Sadée