De ateliermuren zijn transparant

Het Stedelijk Museum toont de veranderende relatie tussen kunstenaars en hun atelier.

Hedendaagse kunstenaars ervaren het als een beperking.

Atelier van Lieshout, ‘Slave University (Female)’, 2006: hout, polyester, textiel. Foto Gert Jan van Rooij Atelier van Lieshout, (detail) Slave University (Female), 2006, hout, polyester, textiel/wood, polyester, textile Photo: Gert Jan van Rooij, Amsterdam Stedelijk Museum Amsterdam Mapping the Studio 12 Mei – 20 Augustus 2006 Opening: 11 mei, 17:00 uur/5 p.m. De thematentoonstelling ‘Mapping the Studio’ laat zien hoe kunstenaars zich verhouden tot hun eigen werkomgeving, het atelier. Een accent ligt op kunstwerken uit de periode 1965 – 1975, toen veel kunstenaars de beslotenheid van het traditionele atelier verlieten. G. J van Rooij /020.4197130

Als je jezelf als kunstenaar beschouwt, en je bent geen schilder die aan het werk gaat met doek en verf, wat doe je dan in je atelier? Je zit in een stoel, je drinkt koffie of je loopt wat rond. En dan komt de vraag op: wat is kunst?

Aldus de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman (1941) in een interview aan het eind van de jaren zestig. Op de door hemzelf gestelde vraag: wat is kunst, gaf hij het beroemd geworden antwoord: art is what an artist does. Kunst is wat een kunstenaar doet: rondhangen in zijn atelier.

Een paar jaar geleden was Nauman gefrustreerd omdat hij geen nieuwe ideeën had. Hij had al vier jaar lang geen werk meer gemaakt. Hij bedacht dat hij maar iets zou maken met wat gewoon voorhanden was in zijn atelier. Er was een kat en een muizenplaag, veel rommel en één videocamera. Nauman liet de camera ‘s nachts draaien, om te zien wat kat en muizen deden. Iedere keer draaide hij de camera een stukje totdat de hele ruimte in kaart was gebracht, in totaal 42 uur film over een periode van vier maanden. Dit werd Mapping the Studio. Zittend op een bureaustoel is de kijker omringd door Nauman’s atelier. Muizen schieten tussen de rommel heen en weer, de zwarte kat kijkt verveeld toe. Er klinkt wat gestommel, in de verte blaft een hond. Het is een prachtig werk, tenminste voor wie het lukt op te houden iets te verwachten. Het kunstwerk legt niets op, is stil, meditatief, het scherpt het bewustzijn.

In de afgelopen decennia heeft Nauman op een indringende manier de vraag naar de noodzaak van kunst gethematiseerd. De angst dat die noodzaak er wellicht niet is, dat het wachten en rondhangen in het atelier tot niets meer zullen leiden, maakt hij tastbaar. Mapping the studio is het uitgangspunt voor een tentoonstelling in het Stedelijk Museum met dezelfde titel. De tentoonstelling wil laten zien hoe kunstenaars omgaan met hun atelier.

In 1961 richtte Claes Oldenburg zijn atelier in New York in als een winkel waar hij etenswaren en kledingstukken van gips verkocht. Hij vervaardigde zijn spullen in de werkruimte erachter. Oldenburg probeerde zich te onttrekken aan het commerciële galerie-circuit, en het isolement van het atelier te doorbreken. In korte tijd ontwikkelden kunstenaars talloze nieuwe vormen om zich te bevrijden uit dit isolement, zoals performance, happening, en Land Art. Voor Land Art-kunstenaars was niet het geschilderde landschap het kunstwerk, maar het landschap zelf.

Sinds de jaren zeventig bevindt de kunst zich in het post-studio tijdperk. Airport artists leiden een nomadisch bestaan en maken overal ter wereld ter plekke hun werk. Site specific installaties, ontmoetingskunst en collectieve projecten bepalen het aanzien van de hedendaagse kunst. Op de tentoonstelling in het Stedelijk is de beperkte keuze van enkele hedendaagse projecten (onder andere van Atelier van Lieshout en Rirkrit Tiravanija) dan ook nogal willekeurig. Het was beter geweest om de aandacht volledig te richten op de jaren zestig. Dan was er ook ruimte geweest voor Europese ontwikkelingen, van bijvoorbeeld de Situationisten, Fluxus, Marcel Broodthaers. Nu ligt de nadruk zwaar op de Amerikaanse kunst. Ook is het een gemis dat er geen verwijzing is naar de kunst die zich institutionele kritiek noemt (met Andrea Fraser als bekendste vertegenwoordiger). Desondanks is Mapping the Studio een inspirerende tentoonstelling waar veel interessant en zelden getoond werk is te zien.

Natuurlijk hebben ook hedendaagse kunstenaars nog steeds een plek om te werken nodig, maar die krijgt steeds vaker het karakter van een kantoor of studeerkamer. De opvatting over het atelier is onlosmakelijk verbonden met de opvatting van wat kunst is. De muren van het atelier zijn transparant geworden. Alle kunstenaars, van de jaren zestig tot nu, die het atelier als een beperking ervaren, verwerpen het beeld van de eenzame romantische kunstenaar en zoeken naar een nieuwe betekenis voor de kunst, in politiek-maatschappelijke zin. Het zegt veel over hun ideeën over ethiek en esthetiek; maar over de kwaliteit van het werk zegt het niets. Ook uit de benauwenis van het atelier kan nog steeds grote kunst voortkomen, zoals Nauman laat zien. Hoe je het ook wendt of keert, binnen het atelier of daarbuiten - kunst is wat een kunstenaar doet.

Mapping the Studio, tentoonstelling in het Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Tot 20 augustus. Dagelijks 10-18 uur. www.stedelijk.nl.

    • Janneke Wesseling