Tsjechen worstelen met illegaal Duits afval

Illegaal gedumpt Duits afval speelt Tsjechen in het grensgebied parten. Ze willen het graag verwerken, maar mogen dat om milieuredenen niet van hun eigen regering.

Honderden tonnen illegaal gestort Duits vuilnis ontsieren het Tsjechische Libceves. Leden van een Tsjechisch milieucomité nemen de afvalberg in ogenschouw. Foto Reuters Members of the Environmental Committee for Krusne Mountains Euroregion walk past an illegal waste dump near the north Behemian village of Libceves, Czech Republic April 10, 2006. Hundreds of tonnes of waste stored at an illegal waste dump should return to Germany from where the waste was brought illegally within one month. REUTERS/David W Cerny REUTERS

Vanaf het plein van Libceves kijkt Vladimír Záborec uit op de zacht golvende heuvels van Noord-Bohemen. Het is een betoverend landschap, waar de Tsjech en zijn vijfhonderd dorpsgenoten al jaren van genieten.

Maar onlangs werd de idylle verstoord door een helse stank, afkomstig van de verlaten staatsboerderij, aan de rand van het dorp. In wat vroeger de koeienstal was geweest lag een grote hoop vuilnis. Die was daar, zo zou later blijken, illegaal gedumpt.

„We wisten eerst niet wat we ervan moesten denken”, zegt Záborec, handelaar in gebruikte landbouwmachines. „Maar de vrachtwagens bleven komen. Op een gegeven moment lag er een stapel van vijf meter. Toen zijn we maar gaan klagen bij de autoriteiten.”

Het huisafval bleek afkomstig uit Duitsland. Zoals het welvaartsverschil tussen oost en west de roemruchte ‘Poolse loodgieter’ heeft voortgebracht, zo hebben de enorme prijsverschillen de ‘Duitse krent’ voortgebracht. Die deed al boodschappen over de grens. Nu laat hij er zijn vuilnis achter, want in eigen land betaalt hij zich blauw aan afvalverwerking.

Sinds de toetreding tot de EU in 2004 wordt Tsjechië geconfronteerd met ‘afvaltoeristen’: van individuen die even de grens overgaan met hun volle vuilniszak tot en met criminele organisaties die met vrachtladingen afval tegelijk komen. In het noorden van Tsjechië zijn de laatste tijd tientallen dorpjes als Libceves ontdekt.

Duitsland weet niet meer waar het zijn afval moet laten. Sinds vorig jaar mag het daar niet meer worden gestort op vuilnisbelten, maar alleen nog worden verbrand. Daardoor zijn de verwerkingskosten opeens flink toegenomen. De Duitse afvalovens zitten ook nog eens propvol. Die situatie biedt volop mogelijkheden voor handige jongens. „Het dumpen van afval is ongelooflijk winstgevend”, zegt Pavel Bernát, directeur van een afvalverwerkingsbedrijf. „Het is zoiets als drugs verkopen.”

Legaal afval naar Tsjechië brengen mag niet. Praag verzet zich hier om milieuredenen tegen, tot grote ergernis van Bernát. Zijn moderne verbrandingsinstallatie in Liberec, een industriestad aan de grens, komt amper rond met het plaatselijke afval. De Tsjechische burger betaalt omgerekend maar 17 euro per jaar voor afvalverwerking. „Extreem weinig”, zegt Bernát. „De gemeenten hebben nauwelijks geld voor ons. En de kans dat de belasting omhoog gaat is heel klein. Het Duitse afval kan soelaas brengen.”

De Duitsers en Oostenrijkers staan sinds de EU-uitbreiding in 2004 in de rij voor Bernáts Termizo. De Tsjechen rekenen 30 euro om een ton afval te verbranden. In Duitsland kost dat 200 euro. Maar Bernát moet ze wegsturen. Het Tsjechische ministerie van Milieu weigert vergunningen af te geven.

Formeel zegt Praag dat het toestaan van Duits afval het milieu schaadt, maar volgens Bernát is dat een drogreden. „Sinds 2004 voldoen alle installaties in Tsjechië aan de Europese emissienormen. Wij zitten daar zelfs heel ver onder. Termizo beschikt over de modernste filtertechnieken.”

Praag vreest ook dat Tsjechische afvalverwerkers, met euro’s op het netvlies, alleen nog maar Duits afval verwerken. Maar volgens Bernát kan dat niet. „De stad Liberec is voor 7 procent eigenaar van ons bedrijf. We zijn verplicht het plaatselijke afval te verwerken.”

Volgens Bernát heeft het harde standpunt van Praag vooral te maken met de verkiezingen op 2 en 3 juni. De sociaaldemocraten willen graag aan de macht blijven. „De regering wil laten zien dat ze sterk is en niet buigt voor rommel uit andere landen”, zegt Bernát. Dat die rommel Duits is, komt goed uit, want in het grensgebied heeft de oorlog diepe wonden geslagen. „Het is politiek geworden en dat is zonde, want beide landen zijn gebaat bij samenwerking.”

Volgens de Tsjechische wet mag import wel als de afvalverwerking een hoger doel dient, zoals het opwekken van elektriciteit of stadsverwarming. Dat is het geval bij Termizo, dat 60 procent van zijn omzet (11 miljoen euro per jaar) behaalt uit de verkoop van warmte en stroom. „Maar tegenwoordig zegt het ministerie dat wij niet recyclen maar vernietigen, al zegt onze vergunning wat anders”, zegt Bernát. „De regering overtreedt haar eigen regels. Ze brengt ons doelbewust in verband met illegale dumppraktijken, maar we hebben niets fout gedaan. We willen alleen maar overleven.”

Ook Libceves klaagt over Praag. „De regering is laat in actie gekomen”, zegt machinehandelaar Záborec. „Deze situatie duurt nu al een half jaar.” Toen de regering stappen nam werd er vooral geruzied met Duitsland over wie voor de schoonmaakkosten moest opdraaien. Het afval lag te rotten en werd de afgelopen maanden drie keer door onbekenden in brand gestoken. „Toen stonk het helemaal”, zegt Záborec.

Op het erf van de staatsboerderij staan vandaag weer vrachtwagens. Nu om de boel op te ruimen. Er ligt een stinkende zee, van platte melkpakken, mozzarelladoosjes, plastic zakken en verpakkingen zo ver als het oog reikt, met op alles Duitse opschriften. „Er liggen zelfs creditcards”, zegt Záborec.

Voor de stal staat nu een politieagent, als vuilnisbewaker. Hij glimlacht verlegen. Dit is niet helemaal de carrière die hij voor ogen had. Zijn blik glijdt van de stinkende hoop naar de heuvels van Noord-Bohemen. Hij zucht en zegt: „Prachtig land, prachtige rommel.”