Springsteen zingt met ‘rauwe stem van echte democratie’

Bruce Springsteen gisteravond in Heineken Music Hall Foto Lex van Rossen 16- 5-2006 AMSTERDAM, BRUCE SPRINGSTEEN. FOTO LEX VAN ROSSEN T.A.V. KUNSTREDAKTIE Rossen, Lex van

Concert: Bruce Springsteen. Gehoord: 16/5 Heineken Music Hall, Amsterdam.

Neil Young bracht vorige week een cd uit met liedjes over de huidige Amerikaanse politiek; van Elvis Costello verschijnt eerdaags The River In Reverse, een cd die hij maakte met New Orleans-coryfee Allen Toussaint over de nasleep van de orkaan Katrina; Bruce Springsteen brengt met zijn nieuwste cd, We Shall Overcome: The Seeger Sessions, een eerbetoon aan de aloude Amerikaanse strijdliederen, zoals ze ooit werden opgenomen door folk-held Pete Seeger. Wie beweert nog dat hedendaagse popmuzikanten niet sociaal bewogen zijn?

Dat sociale betrokkenheid ook kan worden verpakt als een uitzinnig feest bleek gisteravond in de Heineken Music Hall, waar Bruce Springsteen optrad met de Seeger Sessions Band. Maar liefst zeventien muzikanten stonden er op het podium, om de ‘klassieke’ Amerikaanse volksmuziek authentiek te vertolken. De met petten en hoeden getooide muzikanten speelden de fiddle, banjo, staande bas, tuba, trombone, slide-guitar, het wasbord en potten-en-pannen-drums. Het toneel zag eruit als een tot leven gewekte zwartwitfoto van een boerenbruiloft.

Afgezien van zijn eigen nummer My City Of Ruins, in de toegift, speelde Springsteen hier uitsluitend traditionals, zoals O Mary Don’t You Weep, Jesse James en Old Dan Tucker. De meeste liedjes uit dit repertoire zijn Pogues-achtige, laarzenstampende fuifknallers. In het begin dreigde een overdaad aan knetterend koper. Maar Springsteen slaagde er in zijn zestien begeleiders in te dammen; in volgende liedjes waren het of de violen, of de banjo of de slideguitar die een hoofdrol kregen. Het was indrukwekkend hoe hij de verschillende kwaliteiten van zijn band benutte. Binnen één nummer, Eyes On The Prize, werd steeds een nieuwe muzikale laag aangeboord: van de dreigende opening van Springsteen zelf, via een gospel-koor door de achtergrondzangeressen, tot een soul-couplet van zijn zwarte gitarist. De gospel-stijl kwam vaker terug, zoals in de meezinger Jacob’s Ladder, met zijn jubelende ontlading. Springsteen zelf, die in het begin zo rasperig zong dat het bijna pijn deed, klonk steeds gesmeerder. Hij danste met uitdagend benenwerk in een paar rock ‘n’ roll-krakers, en kreeg de volle zaal tot zo’n mooie koorzang bij het nummer Erie Canal, dat het wel geoefend leek.

Tot slot van het bijna drie uur durende concert, lichtte Springsteen toe waarom hij dit repertoire juist nu wil brengen: omdat in deze liedjes de ‘raw voice of true American democracy’ te horen is.