Soderbergh hypnotiseert

Bubble. Regie: Steven Soderbergh. Met: Debbie Doebereiner, Dustin James Ashley, Misty Dawn Wilkins. In: Kriterion, Amsterdam; Cinerama, Rotterdam; Plaza Futura, Eindhoven.

Steven Soderbergh heeft twee gezichten. Dat van de regisseur van intelligente thrillers met een onverwachte wending, zoals Ocean’s 11, 12 en het nog komende 13. En dat van een filmmaker die het experiment niet schuwt, graag zelf de camera ter hand neemt, een regisseur met wie allerlei beroemde sterren graag voor een habbekrats willen werken en die met George Clooney een productiebedrijf heeft opgericht om gedurfde Amerikaanse films te steunen. George Clooney zit niet in Bubble.

Bubble gaat over de anti-George Clooney’s van Amerika. De absolute tegenpolen van iedereen die rijk en beroemd is en die de Amerikaanse droom tot ver na het ontwaken heeft weten voort te zetten. Daar zijn er veel van in Amerika. Maar die zie je zelden in films, behalve in zogenaamde Amerikaanse independents, die deze tobbende voorstadbewoners met hun drie baantjes en uitzicht op de prefab-woning van hun buurman met precies hetzelfde bestaan, graag met een knipoog bekijken. In Bubble wordt er niet geknipoogd, tenzij door de hoofdpersonen die al niet zoveel te knipogen hebben.

Veel gebeurt er verder ook niet in de film. Men staat op, werkt in de plaatselijke poppenfabriek, eet een hamburger, rookt een jointje voor het slapen gaan en dat was het wel zo’n beetje. En er wordt een moord gepleegd, maar dat is niet per se het hoogtepunt in de ingeslapen levens van deze mensen, laat staan een spannend moment in de film. Wat deze film spannend maakt, hypnotiserend, ongewoon, ondermijnend, is de compromisloze, kale manier waarop er naar deze levens gekeken is. Dit is een kijk-film, die het meest banale beeldschoon maakt en verder gewoon lekker banaal laat. Dat gebeurt met aandacht, liefde en ook een soort humanisme.

En dan begint het achter de beelden te bobbelen en op te zwellen als een zeepbel. Bubble toont de regenboogkleuren op die bel voordat hij barst. Want dit is een doorkijk-film.

Achter het gewone schuilt een bewogen tragedie van een land dat zijn sociale cohesie verliest, steden waarin de laatste winkels hun deuren moeten sluiten en het ware gezicht van de arbeiders uit het tv-journaal dat vertelt dat zo veel mensen geen ziektekostenverzekering meer kunnen betalen.

Toch vraag ik me af of Bubble zoveel aandacht had gekregen als niet Steven Soderbergh de film had geregisseerd, maar een van die andere geëngageerde, écht onafhankelijke Amerikaanse regisseurs die ook met deze thema’s bezig zijn. Als Bubble niet de eerste film was die geweest die in de Verenigde Staten tegelijkertijd zowel op dvd, internet en televisie als in de bioscopen te zien was (en desondanks niet door erg veel mensen bekeken werd).

Want Bubble mag dan briljant zijn, een briljante zeepbel is het ook. Na afloop is er weinig dat echt beklijft.

    • Dana Linssen