Snoepeditie van filmfestival van Cannes

De 59ste editie van het filmfestival van Cannes is vooral een presenteerblad voor erkend talent. Worden er op dit festival nog ontdekkingen gedaan?

Audrey Tautou en Tom Hanks in het Louvre in openingsfilm ‘The Da Vinci Code’ Beeld uit de film, die gisteravond in Cannes in première ging. Vanaf vanavond is de film in Nederland in 142 bioscopen te zien. Tom Hanks as Robert Langdon and Audrey Tautou as Sophie Neveu in Columbia PicturesÕ suspense thriller The Da Vinci Code. Mein, Simon

Cannes-in-aanbouw maakt zich op voor een snoepeditie. De rode loper staat nog opgerold naast de spaanplaten opbouw, maar Tom Hanks is al met sirenes en zwaailicht naar zijn hotel aan de boulevard La Croisette gereden en zijn nieuwste film, The Da Vinci Code is gisteravond al aan de verzamelde pers getoond. De rondhangende tv-ploegen stortten zich na afloop meteen op degenen die in de zaal hadden gezeten.

De komende anderhalve week laten festivaldirecteuren Gilles Jacob en Thierry Frémaux zien hoe zij hoge en lage kunst verbinden. Er zijn nieuwe films van gearriveerde auteurs als Sofia Coppola (Marie Antoinette), Bruno Dumont (Flandres) en Marco Belocchio (Il regista di matrimonio). Hollywood-animatie Over the Hedge (met stemmen van sterren als Bruce Willis) komt naast een subtiele tekenfilm als Azur et Asmar van Michel Ocelot te staan.

De blockbuster van het jaar, The Da Vinci Code van Ron Howard, opent vanavond de 59ste editie en over anderhalve week besluit Transylvania van de eigenzinnige Fransman Tony Gatlif het festival, dat zo wordt omarmd door arm en rijk, Amerika en Europa, cult en commercie.

Twintig films in de hoofdcompetitie, 24 films in de sectie Un Certain Regard en 22 lange en een paar handenvol korte films in de sectie Quinzaine des réalisateurs.

In vakblad Variety wordt deze editie een lakmoesproef genoemd omdat de redactie in een lang artikel vaststelt dat de grote festivals een van hun belangrijkste functies aan het verliezen zijn: het creëren van een buzz. Er zijn onbekende films en vooral onbekende regisseurs die op een festival ineens worden ontdekt en daarna wereldberoemd worden.

Variety laat zien dat Cannes de laatste jaren nog maar weinig heeft ontdekt, niet in het door Amerikanen gedomineerde hoofdprogramma, de competitie om de Gouden Palm, niet in de eigenwijze Un Certain Regard en ook niet in het nevenprogramma van de Quinzaine.

In de competitie is dit jaar een echte debutante opgenomen, die misschien het ongelijk van Variety gaat bewijzen. De Britse Andrea Arnold won een Oscar voor haar korte film Wasp en komt nu met haar eerste speelfilm Red Road in de competitie.

Verder is de competitie vooral een presenteerblad voor erkend talent. Ken Loach maakte een film over de oertijd van de IRA, The Wind That Shakes the Barley, Alejandro González Inárritu (Amores Perros, 21 Grams) maakte Babel met Brad Pitt en Cate Blanchett. Het interessantst is wel naar regisseurs te kijken die hier hun tweede film presenteren, na een veelbelovend debuut. Richard Kelly maakte de futuristische Southland Tales, na zijn overdonderende Donnie Darko uit 2001.

Paolo Sorrentino maakte na Le Consequenze dell’amore (in 2003 in de hoofdcompetitie van Cannes) opnieuw een drama rondom een eigenaardige oudere man, L’Amico di famiglia.

Dat zijn films om naar uit te kijken. Maar het blijft een grote snoeptafel, dus zal het voor filmers, acteurs, pers en publiek moeilijk worden te kiezen tussen de horrorfilm Bug van Hollywood-veteraan William Friedkin (The French Connection) en The Host van de Koreaan Bong Joon-Ho. Of tussen de zwarte komedie Avida van de makers van Aaltra, Benoit Delépine en Gustave Kervern, of de fantastische vertelling van ‘Hellboy’ Guillermo del Toro, Het labyrinth van de faun. Maar wie zegt ook dat je kiezen moet? Cannes heeft alles.