Kind van de revolutie

Nederlanders zijn als die monsters in de Odyssee van Homerus”, zei een lange Amerikaanse man tegen me in een café in Tanger. „Ze kijken met één oog naar de wereld.”

En hij legde een hand op het linkeroog om dat benauwende gevoel te illustreren dat je krijgt als je zo onverbiddelijk naar de wereld wilt kijken.

Deze Amerikaan heeft gelijk gekregen. Nederlanders houden niet van helden, houden niet van zichzelf en weten zich geen raad in deze grote wereld met contradicties. Dat is de tragedie van Nederland. Een minitragedie, want hij stopt bij het bordje ‘Welkom in Antwerpen’.

Ik had niets met Hirsi Ali. Ze was het speeltje van de Nederlandse elite, zoals de Nederlandse elite er om de zoveel tijd een nodig heeft. Ze hielden niet op met haar af te lebberen.

Ze streed voor de rechten van de moslimvrouw, maar de moslimvrouw keerde zich van haar af. Ze paste de shocktherapie toe, maar de patiënten vertrouwden haar methode niet. Toch bleef ze een wereldburger, een vechter, een wereldwijf, onze Ayaan.

Dat de elite haar nu wegstuurt, toont aan dat ze ook niet in haar campagne geloofden. Te contra-productief. En inmiddels is alles wat ze propageerde overgenomen door de bestaande, nette partijen. Het Nederland van de jaren negentig – open, tolerant, multicultureel – is hiermee in één klap afgebouwd, ingeplakt en klaar voor vernietiging.

Elke revolutie eet zijn eigen kinderen op, is een gezegde. Ayaan Hirsi Ali is het kind van deze antihumane, verstikkende revolutie. Ze is met huid en haar opgegeten.

Ali zelf zal het niet erg vinden. Ze is blij dat ze weg kan.

Net als haar aankomst in Nederland is haar vertrek tot op de millimeter geregisseerd.

Wie vluchten kan, weet ook wat vertrekken is. Hulde voor haar overlevingskunst. Ik ga mijn Amerikaan bellen om te vragen of hij nog een kamer voor haar heeft.

Abdelkader Benali

Schrijver, geboren in Marokko, woont sinds zijn vierde in Nederland. Schreef onder meer ‘Bruiloft aan Zee’, ‘De Langverwachte’ (Libris Literatuurprijs 2003) en ‘Laat het morgen mooi weer zijn’.