‘Ik kan niet lachen om oranje helm’

De Duitse hockey-international Silke Müller speelt in Nederland, bij Kampong. Rivaliteit vindt ze prima, „maar na een wedstrijd moet je de knop kunnen omzetten”.

Silke Müller Foto Rik Burger Burger, Rik

Van hockeyster Silke Müller mogen de stukken eraf vliegen tijdens interlands tussen Nederland en Duitsland. De Duitse in dienst van het Utrechtse Kampong houdt van de rivaliteit tussen de buurlanden. Sportief gezien dan. „Ik kan niet lachen om oranje helmen.”

Müller (27), dochter van een Spaanse moeder en een Duitse vader, is een gelouterde middenveldster. In 2004 won ze in Athene met het nationale team een gouden olympische medaille, door in de finale Nederland te verslaan. Een jaar later nam Oranje revanche in de eindstrijd van de Champions Trophy. Op dit moment is Müller met de Duitse ploeg in Mönchengladbach, voor een trainingskamp dat twee vriendschappelijke duels bevat met het Nederlandse team.

Sinds september 2005 speelt de temperamentvolle hockeyster voor Kampong. „Mijn eerste training was op een dinsdag”, vertelt ze. „Dan doen we altijd fysiek zware oefeningen. Ik dacht: als het elke dag zo gaat, houd ik het nooit lang vol in Nederland. Gelukkig raakte ik snel gewend.”

Die eerste training staat Müller bij als kenmerkend voor de Nederlandse sport. „Je krijgt er doorzettingsvermogen van. Van Duitsers wordt gezegd dat je niet van ze hebt gewonnen totdat je in de bus zit, maar ik ben hier mentaal ook sterker geworden. Jullie, ik zeg maar even jullie, zijn heel zelfbewust over prestaties. Als het een keer niet goed gaat, zie je dat niet meteen. Het is me bij Kampong opgevallen dat ook hockeysters in lagere teams overtuigd zijn van zichzelf en tegen elk team durven knokken voor een overwinning.”

Müller leerde Nederlanders kennen als gezellig, vriendelijk en direct, al waren haar medespeelsters bij Kampong gereserveerd over het olympische leed. „Onze doelvrouw Lisanne de Roever zat toen bijvoorbeeld ook bij het Nederlandse team. Niet iedereen praat even graag over die finale. Ik was in het begin heel voorzichtig met dat onderwerp. Maar toen ze me na een nederlaag met het Duitse team in de maling namen, heb ik alleen maar gezegd: denk even terug aan Athene.”

Duels tussen Nederland en Duitsland hebben voor Müller altijd een speciaal tintje. „Bij je club kun je daar ook best grapjes over maken. Door het WK voetbal en reclames op tv is het wat erger dan normaal. Maar je moet sportiviteit los zien van geschiedenis. Interlands mogen fanatiek, maar fair gespeeld worden. Het zou raar zijn als er geen rivaliteit was tussen hockeyteams van Nederland en Duitsland, omdat beide ploegen in het verleden veel gewonnen hebben. Maar na een wedstrijd moet je de knop kunnen omzetten.”

Eén keer had de hockeyster, die stage loopt bij RTV Utrecht, een vervelende ervaring in Nederland. Bij een internationaal toernooi in Amstelveen refereerden enkele tieners weinig subtiel aan de Duitse historie. „Ze waren zelfs nog jonger dan ik. Van wie zouden kinderen dat soort dingen aangeleerd krijgen? Tijdens de wedstrijd heb ik echt geen tijd daarop te reageren, maar ik vraag wel af hoe de ouders zijn.”

Müller kan de lol niet inzien van een oranje plastic pothelm als steun aan het Nederlandse elftal tijdens het WK voetbal. „Dat is toch stom! Het heeft niks te maken met sport. Voor sommige Nederlanders is het een grap, net als bepaalde mensen in Duitsland dat soort dingen leuk vinden. Is een T-shirt met een originele kreet niet goed meer?”

De hockeyster, die opvallend goed Nederlands spreekt, twijfelt of ze haar verblijf bij Kampong met een jaar zal verlengen. Het zomerreces brengt ze door met Spaanse familie in Duitsland. Tickets voor het WK heeft Müller niet, al gaat ze het toernooi wel volgen. Wie ze aanmoedigt bij een eventuele WK-confrontatie tussen Nederland en Duitsland? „Nou, ik hoop gewoon dat beide ploegen ver komen. Of ben ik nu te diplomatiek?”

Dit is het derde deel in een serie over de rivaliteit tussen Nederlanders en Duitsers, naar aanleiding van het WK voetbal.

    • Michiel Dekker