‘Het gewicht van Licht’ is prettige kost voor de lente

Concert: Ensemble Caméléon o.l.v. Joan Berkhemer, Werken van Willems, Bach en Goebaidoelina. Gehoord: 16/5 Paradiso, Amsterdam. Volgende concerten: 6/6 en 20/6. Info: www.lenteconcerten.nl.

Met de ‘Nieuwe Lenteconcerten’ hopen strijkensemble Caméléon en het Nieuw Trombone Collectief, een klassieke traditie te starten in poptempel Paradiso. De jonge ensembles zijn samengesteld uit de jonge leden van de grote symfonieorkesten. Ze presenteren drie concerten met nieuwe kamermuziek in een niet al te alledaagse programmering.

Op deze eerste reeks is de Nederlander Thom Willems ‘composer in residence’. Willems (1955) maakte internationaal naam als vaste componist van choreograaf William Forsythe. „Wat Cage was voor Cunningham, is Willems voor Forsythe”, zo leert ons het programma. De overeenkomst gaat nog verder, zo bleek in Het gewicht van Licht, dat in première ging. De nét niet stijlciterende gebaren doen denken aan Cage’s String Quartet in Four Parts (1949-50), maar dan opgevoerd en wat gelikter. Ook hoor je duidelijk Willems’ balletachtergrond in de steeds aanwezige ritmische gratie en de sterke cadans. Bij Cage is het naar dat laatste vaak zoeken.

Het slot klinkt met zijn barokke wendingen als Corelli in een postmodern spiegelpaleis. Niet diepgravend, wel prettige kost voor een ‘Lenteconcert’. In het tweede deel, Flits, zit een uitgekiend ritmische chaos, die aan het slot wordt strakgetrokken.

Sofia Goebaidoelina is in Perception (1983/86) een onvermoeibaar omhoog wijzende heilige. Hoor, dáár is het Licht. Elke zin eindigt weer met een in etherische hoogten vervliegend glissando – wel wat vermoeiend op den duur. Anderzijds blijft ze de kampioene van subtiele knisperklankjes: haast onhoorbaar stuiteren met de strijkstok op de hoogste snaar, of ijskoud sidderende tremolo’s. Door die intrigerende klanken, gloedvol en precies uitgevoerd, bleef het boeien, en ook door de voortreffelijke zangers. Bischoff bracht zijn aandeel nuchter en overtuigend. Van Reisen probeerde in de meer declamatorische passages te diepzinnig te doen, maar klonk vooral in haar solo’s als een schitterende bloem in een kaal landschap.