Gek op Rita

Nooit had ik verwacht dat Rita Verdonk me nog eens mijn nachtrust zou kosten.

Pas vannacht tegen drie uur kon de tv uit. IJzeren Rita was eindelijk gesmolten, ze bleek toch niet de onverzettelijke Thatcher die ze in haar stoutste dromen zo graag wil zijn. Ze koos voor haar politieke overleving en zei gehoorzaam tegen de steeds bozer geworden Tweede Kamer: „Ik voer de motie uit.”

Dat hadden we gehad. Ik keek naar de huizenrij aan de overkant. Achter twee vensters was de hele nacht met mij mee geleden, daarvan was er nu nog maar één over. Een tevreden bewonderaar van Hirsi Ali of een teleurgestelde aanhanger van Verdonk? Trouwens, in welke gemoedstoestand zou Hirsi Ali zélf de tv hebben uitgezet?

„Ik ben nog steeds gek op Rita”, had Hirsi Ali op haar persconferentie gezegd.

Een verwarrende opmerking op een verwarrende dag. Ik vrees dat zij met die opmerking niet alleen de persoon van Rita bedoelde, maar ook haar beleid inzake vreemdelingen en integratie.

Verbaasd vroeg ik me af: was het niet gek dat ik nooit gek op Rita was geweest? En vooral: hoe zat het toch met al die Verdonk-bewonderaars die de afgelopen dagen opeens van hun Verdonk-geloof waren gevallen? Ze keken erbij alsof ze het licht altijd al hadden gezien. Maar waarom waren ze nu pas kwaad op Verdonk geworden – nu hun idool Ayaan op het altaar van de Verdonkiaanse onverbiddelijkheid werd geofferd? Waarom had ik ze zo zelden iets misprijzends over dat snoeiharde, inhumane beleid horen zeggen, toen alleen anonieme asielzoekers er het slachtoffer van werden?

Links, maar vooral rechts zie ik opeens allerlei politici, commentatoren en columnisten over elkaar struikelen in hun afgrijzen van Verdonk. Het zijn vaak dezelfden die altijd klaarstonden om de critici van Verdonk met etiketten als ‘links’ en ‘politiek correct’ te diskwalificeren. „Oude politiek!”

Neem Leon de Winter, boezemvriend van Hirsi Ali. Gisteren schreef hij op de opiniepagina van deze krant: „Rita Verdonk heeft bewezen dat zij voor altijd een gevangenisdirecteur zal zijn nu zij heeft getoond dat zij ons land als een detentie-inrichting wil leiden.”

Maar in maart schreef hij nog op zijn weblog: „Rita Verdonk heeft gelijk – Nederland moet een hard immigratiebeleid voeren om de toestroom van half-analfabete, uit tribale samenlevingen stammende en weinig productieve migranten te minimaliseren.” Jonge, intelligente mensen als Taïda Pasic, daar alleen mocht Verdonk een uitzondering voor maken, stelde De Winter.

Kennelijk mag Rita Verdonk wel een gevangenisdirecteur zijn van Nederland – als ze de jonge, intelligente, liefst beroemde mensen maar vrij laat loslopen. De rest moet in het kot.

„Ik ben nog altijd gek op Rita.”

Ik vermoed dat Ayaan Hirsi Ali dat heel erg meende. Ze steunde Verdonk altijd onvoorwaardelijk in haar vreemdelingen- en integratiebeleid. Het lot van slecht behandelde asielzoekers had bepaald niet Ayaans prioriteit. Pas toen de xenofobe onverzoenlijkheid van Verdonks beleid zich tegen Ayaan zelf keerde, was het huis te klein.

Maar het huis, ons land, was allang te klein – al sinds de opkomst van Pim Fortuyn.

    • Frits Abrahams