Europa doet vooral wat VS doen

De Europese Unie wil niet achterblijven bij de VS in het afsluiten van regionale handelsverdragen. Een mondiaal akkoord bij de WTO behoudt de voorkeur. Maar dat vlot niet erg.

Een ‘lappendeken’ van handelsrelaties had hij geërfd van zijn voorganger. Maar Azië, „de regio met de meest dynamische economische groei”, zat daar niet bij. Dat constateerde Europees Commissaris Peter Mandelson (Handel) begin deze maand in een voordracht over de rol van handel in het ‘Europese antwoord over globalisering’.

Gisteren zette Mandelson in de Filippijnse hoofdstad Manila de eerste stap om dat verzuim goed te maken. Hij kondigde aan dat gewerkt zal worden aan een regionaal vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en ASEAN, het economisch verbond van tien Zuidoost-Aziatische landen, waaronder Singapore, Indonesië, Thailand, maar ook Birma.

De aankondiging in Manila volgt slechts enkele dagen na de start van vrijhandelsbesprekingen met een groep van Midden-Amerikaanse landen tijdens de top van Latijns-Amerika en Europa in Wenen. Niets bijzonders, zeggen woordvoerders van Mandelson. De onderhandelingen met Midden-Amerika zaten al jaren in de pijplijn; voor gesprekken met de ASEAN-landen moet Mandelson eerst nog toestemming krijgen van de EU-lidstaten. Daarbij kan het ASEAN-lidmaatschap van het dictatoriaal geregeerde Birma nog wel een hinderpaal vormen.

Maar vooral de timing is opmerkelijk. De aankondiging van de twee regionale vrijhandelsverdragen komt op een moment dat handelsbesprekingen op wereldniveau, de zogeheten Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zich in een kritieke fase bevinden. Nadat een eerste deadline voor een conceptakkoord op 30 april was verstreken zonder enig resultaat, dreigt ook de deadline eind juli niet te worden gehaald.

De zaak lijkt vast te zitten – met name op het punt van markttoegang. Voor landbouwproducten uit grote ontwikkelingslanden in de EU en voor industriële producten en diensten uit Europa in landen als Brazilië en India. De onderhandelingen bij de WTO in Genève „slepen zich voort”, erkent Mandelsons woordvoerder.

Is soms sprake van een ‘verandering van tactiek’ bij de Europeanen, zoals het hoofdartikel in de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal gisteren suggereerde?

Naar buiten toe houden alle gesprekspartners bij de WTO – ook de Amerikanen – vast aan het adagium dat een akkoord in de Doha-ronde de beste oplossing is en dat daar nu met man en macht aan wordt gewerkt. „Er is geen plan B”, zegt een betrokken Nederlandse topambtenaar. „Als je het daarover hebt, wordt iedereen boos op je. De inzet is nu 100 procent gericht op het welslagen van Doha.”

Een wereldwijde overeenkomst kan volgens de Wereldbank een impuls van meer dan 100 miljard dollar voor de wereldeconomie betekenen. Regionale akkoorden zijn minder gunstig voor bedrijven. Die blijven dan te maken houden met per regio verschillende afspraken en regels.

Toch wordt ook aan dit soort akkoorden gewerkt. De reden is Amerika. Terwijl de Europeanen de afgelopen jaren regionale akkoorden op een laag pitje hadden staan ten behoeve van het Doha-overleg, gingen de Amerikanen gewoon door met het sluiten van deals met veertien individuele landen of groepen van landen. „Het vereist balanceerkunst”, zegt Mandelsons woordvoerder over het onderhandelen op verschillende fronten. „Maar ook wij moeten ons concentreren op resultaten voor ons bedrijfsleven.”

Handelsdeskundige Stefan Verwer van het Internationale instituut voor natuur en natuurlijke hulpbronnen IUCN, ziet in de hernieuwde Europese belangstelling voor regionale akkoorden zowel een tactische zet om de druk op de Doha-besprekingen te vergroten alsook een poging om via een omweg resultaten te behalen die binnen de Doha-ronde onmogelijk zijn.

Zo heeft de EU in een vroeg stadium van de in 2001 begonnen Doha-ronde na zware druk van ontwikkelingslanden afstand moeten doen van een drietal onderwerpen die bekendstaan als de ‘Singapore Issues’: regels over investeringen, over concurrentie en inzake overheidsaankopen. In regionale akkoorden die de EU wil afsluiten, zouden deze onderwerpen weer een prominente rol gaan vervullen. Verwer ziet in EU-overeenkomsten met Afrikaanse regio’s daarvoor de blauwdruk.

    • Reinoud Roscam Abbing