EU handhaaft druk op twee kandidaten

Roemenië en Bulgarije kunnen onder voorwaarden op 1 januari aanstaande lid worden van de Europese Unie. Dat stelt de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU.

Beide landen moeten zich de komende maanden extra inspannen om corruptie tegen te gaan en het justitieapparaat te hervormen. Bulgarije moet bovendien meer doen om de georganiseerde criminaliteit tegen te gaan.

Uiterlijk begin oktober neemt de Europese Commissie een definitief besluit. Als de twee Oost-Europese landen dan nog steeds onvoldoende orde op zaken hebben gesteld, wordt de toetreding tot de Europese Unie uitgesteld tot 1 januari 2008.

Uit de rapportage van de Commissie blijkt dat Roemenië en Bulgarije sinds de vorige beoordeling, oktober vorig jaar, op vele terreinen vooruitgang hebben geboekt. Europees Commissaris Olli Rehn, belast met de uitbreiding van de Europese Unie, zei gisteren dat de terreinen die de Commissie toen nog zorgen baarden in Bulgarije zijn teruggebracht van zestien naar zes, en in Roemenië van veertien naar vier.

In de twee landen is op vergelijkbare wijze gereageerd op het oordeel van de Europese Commissie: de regeringen reageerden positief, oppositiepartijen kritisch.

De Roemeense minister-president, Calin Tariceanu, zei dat de Europese Commissie Roemenië nog nooit zo positief heeft beoordeeld als nu. „Dit is de beste beoordeling die we ooit hebben gehad. Ze is „correct en objectief. Ze haalt de vooruitgang naar voren die Roemenië heeft gemaakt”, aldus Tariceanu.

Hij zei dat de strijd tegen de corruptie en de justitiële hervormingen onverminderd voortgaat, ook al heeft Roemenië van de Commissie op die terreinen geen kritiek meer gekregen.

De oppositie reageerde bij monde van de sociaal-democratische leider Mircea Geoana „teleurgesteld”. Hij noemde het oordeel van Brussel „een motie van wantrouwen jegens de misschien te optimistische en zelfgenoegzame houding van de autoriteiten in Boekarest”. De leider van de extreem-nationalistische Groot-Roemenië Partij, Corneliu Vadim Tudor, zei dat de aanbevelingen van de Commissie „het bankroet” onderstrepen van de regering van Tariceanu en president Traian Basescu.

In Bulgarije noemde premier Sergej Stanisjev het oordeel van de Europese Commissie „bemoedigend” en „een aansporing”. Het komt volledig overeen met dat van de Bulgaarse regering zelf, zei hij, want „Europa’s criteria zijn óók onze eigen criteria voor onze toekomst”.

De oppositie legde de nadruk op de kritiek uit Brussel en eiste bij monde van Petar Stojanov van de Unie van Democratische Krachten het aftreden van „alle ministers die verantwoordelijk zijn voor problematische gebieden”.