Eindelijk mag ik meepraten

Karin van Erp (40) is moeder van een kind van vier en werkt in een eetcafé.

Als lid van het burgerpanel moest ze een mening hebben over proeven met embryo’s.

Karin van Erp Foto Kelle Schouten Schouten, Kelle

„Toen ik de brief kreeg met de vraag of ik zitting wilde nemen in een Europees burgerpanel dacht ik: is die niet voor mijn man? Maar hij was toch echt aan mij gericht. In de brief stond dat ik vijf volle weekenden beschikbaar moest zijn en me moest willen verdiepen in de hersenwetenschappen. Ik voel me vaak deel van de massa, zeker als het over Europa gaat. Mijn beeld is toch dat daar hoge heren buiten ons om beslissingen nemen. Nu kreeg ik de kans om mee te praten.

„Het eerste weekend kwamen wij, Nederlandse panelleden, met z’n veertienen bij elkaar in een klein hotel in Wassenaar. We hadden thuis een boekje gekregen met casussen over hersenwetenschappen en de maatschappelijke kwesties die daaruit voortvloeien. Daar discussieerden we over. In dat weekend bepaalden we de voor ons belangrijkste kwesties. Zo leer je elkaar wel kennen.

„Een dikke maand later kwamen alle negen burgerpanels bij elkaar in een gigantische zaal in Brussel. Heel indrukwekkend vond ik dat, al die tolken, al die koptelefoons. Eén van de Nederlandse panelleden was nog nooit in het buitenland geweest, en dan sta je opeens daar! Doel van die bijeenkomst was om als Europeanen onder elkaar te bepalen welke thema’s we het belangrijkste vonden om in de nationale panels verder uit te diepen. Op zondag ging er iets mis tijdens de stemprocedure: de organisatie voegde thema’s toe die wij niet gekozen hadden. Dat is later netjes opgelost, maar er stak toen een storm van verontwaardiging op. Ineens realiseerde ik me: hé, we vinden het niet alleen leuk om mee te maken, we staan hier ook omdat we wat willen betekenen.

„In het derde en vierde weekend, weer in Nederland, diepten we de thema’s uit. We hebben zo’n veertien deskundigen gesproken die waren uitgenodigd: hoogleraren, beleidsmakers, patiëntenvertegenwoordigers, psychiaters. Hoe meer informatie ik kreeg, hoe moeilijker ik het vond om een standpunt te bepalen. Zo was ik gevoelsmatig tegen proeven met embryo’s, maar nu weet ik het niet meer zo. Wat als een dierbare kan genezen dankzij die proeven?

„Begin dit jaar zijn we weer naar Brussel gegaan om met de andere panels tot een Europees rapport te komen. In Brussel voelde ik me heel erg Nederlander, maar tegelijk ook Europeaan. Je ziet dat wij Nederlanders vooral gericht zijn op vrijheid: zorg dat we goede informatie krijgen, en dan kiezen we verder zelf wel. Dat kúnnen we ook zeggen, omdat in Nederland alles redelijk goed georganiseerd is. Maar ik voel me dus ook Europeaan. In Groot-Brittannië lopen werkende moeders tegen gelijksoortige problemen aan als ik, en met Hongaren heb ik het over het homohuwelijk gehad.

„Het burgerpanel heeft mij heel veel tijd gekost en dat was voor de anderen natuurlijk precies zo. Het doet me goed dat zoveel Europeanen zich desgevraagd willen inzetten voor een groter belang. Ik vind het dus goed besteed geld – op voorwaarde dat Europese politici en bestuurders ook wat met de uitkomsten doen. Uiteindelijk komt het aan op luisteren.”

    • Marjan Slob