Een maandelijkse tocht van 3.700 stalen kisten met Europese vergaderstukken

De prijzen van de hotelkamers liggen nu aanzienlijk hoger dan anders, de kans dat de taxi in verband met de extra klandizie uit een andere Franse stad komt is groot, en de restaurants zitten vol. Kortom, Straatsburg heeft het Europees Parlement weer over de vloer voor zijn maandelijkse, vier dagen durende plenaire vergadering.

De zes verhuiswagens voor het vervoer van de ongeveer 3.700 stalen kisten met vergaderstukken reden afgelopen vrijdag al de 450 kilometer van Brussel naar Straatsburg. De bijbehorende mensen – 732 europarlementariërs, hun medewerkers en het ambtelijk apparaat van het Parlement – arriveerden veelal maandag: per vliegtuig, trein of auto.

Een onmisbare economische impuls voor de hoofdstad van de Elzas? Daar gaat het helemaal niet om, aldus de herhaalde boodschap van burgemeester Fabienne Keller van Straatsburg deze week in datzelfde Europees Parlement tegenover de begrotingscommissie van Europese volksvertegenwoordigers. Het gaat om het „mogen ontvangen van deze fantastische democratische machine”, zei zij. Daar heeft Straatsburg, de stad die zo graag symbool wil staan voor de vrede en democratie in Europa veel voor over. „De stad wil niets anders dan het Europees Parlement dienen”, aldus Keller.

En dat juist wagen veel europarlementariërs te betwijfelen. Laaiend waren ze toen ze vorige maand vernamen dat de stad Straatsburg jaarlijks miljoenen verdiende aan het onderverhuren van het vergadergebouw dat eigendom is van het Nederlands pensioenfonds Erasmus. Ze voelden zich bedrogen. En ze waren er al helemaal niet over te spreken dat de stad nu ook nog eens 29 miljoen euro compensatie voor zichzelf opeiste als inkomstenderving nu het Parlement op het punt stond het gebouw zelf aan te kopen. Het betalen van de huur werd onmiddellijk stopgezet en de burgemeester ontboden.

Maandagavond kwam ze uitleg geven. Graag zelfs, want er waren veel onterechte beschuldigingen geuit. Niks geheime afspraken, alles was transparant en dat al 28 jaar lang. Demonstratief overhandigde zij de voorzitter van de parlementaire commissie een vuistdik dossier waarin alles was terug te vinden: van rekeningafschriften tot en met vergaderverslagen.

En één ding diende men goed te beseffen: Straatsburg verdiende helemaal niets extra’s aan het gebouw. Want de gemeente had vanaf de jaren tachtig ook aanzienlijke kosten gemaakt om het Parlement te kunnen huisvesten zoals het nu gehuisvest is. Wist men bijvoorbeeld dat ten behoeve van de nieuwbouw van het Parlement het zwembad en de tennisvereniging verplaatst waren? Over de huurprijzen moest men trouwens niet zo moeilijk doen, want die waren nog altijd 20 procent lager dan die in Brussel en Luxemburg.

„Ze heeft een goede verdediging gegeven”, zei de Nederlandse VVD-europarlementariër Jan Mulder na afloop. Of de lawine aan cijfers die over hem en zijn mede-commissieleden in twee uur tijd was uitgestort ook klopte kon hij niet onmiddellijk beoordelen. Vandaar dat de parlementsleden de Europese Rekenkamer erop los willen laten.

Maar hoe het uiteindelijke oordeel ook zal luiden, het debat over Straatsburg als overbodige vergaderplaats is door de rel wel weer opgelaaid. Voorzitter Josep Borrell van het Europees Parlement heeft opdracht gekregen van de fractievoorzitters de zaak volgende maand aan de orde te stellen bij de regeringsleiders van de EU-landen als deze in Brussel hun gebruikelijke voorjaarstreffen hebben. Ondertussen zijn europarlementariërs via een website (www.oneseat.eu) een handtekeningenactie gestart om steun van de Europese burgers te krijgen voor hun eis het Parlement niet maandelijks voor een week naar Straatsburg te verbannen.

De afspraak hierover ligt sinds 1997 vast in het Verdrag van Amsterdam. Dit betekent dat wijziging alleen mogelijk is als alle lidstaten ermee instemmen. Dat Frankrijk dit zal doen lijkt uitgesloten. Maar de tegenstanders van Straatsburg vestigen hun hoop op de nieuwe Europese doctrine, die zegt dat er beter naar de burgers geluisterd zal worden. „Die burgers begrijpen niets van deze Europese geld-over-de-balk-smijterij en inefficiëntie”, aldus CDA-europarlementariër Camiel Eurlings.

Het is maar hoe je het bekijkt, stelt de burgemeester van Straatsburg. Ze was niet onder de indruk van het argument dat het Europees Parlement jaarlijks 200 miljoen euro aan kosten maakt om elke maand naar Straatsburg af te reizen. Keller: „Dan komt het Parlement toch permanent in Straatsburg zitten. Dan kost het u niets.”