De handen van Che Guevara

De afgehakte handen van de Cubaanse guerrillaleider Che Guevara zijn spoorloos.

Regisseur Peter de Kock ondernam een zoektocht en maakte er een intrigerende documentaire over.

Fotograaf Rene Cadima met zijn foto van het dode lichaam van Che Guevara. Foto Melle van Essen Essen, Melle van

Amsterdam, 17 mei. - Op een opengeslagen krant liggen twee afgehakte mensenhanden, de handpalmen naar boven. De vingertoppen wijzen enigszins naar boven en zijn zwart, net of ze in inkt zijn gedoopt. Het zijn de handen van de in 1967 geëxecuteerde guerrillaleider Che Guevara. Met deze lugubere foto eindigt de documentaire De Handen van Che Guevara, het regiedebuut van de Nederlander Peter de Kock dat vanavond wordt uitgezonden op Nederland 3. Twaalf jaar lang heeft de 38-jarige regisseur aan zijn film gewerkt, een zoektocht naar de verdwenen handen van de Cubaanse vrijheidsstrijder.

Die zoektocht begint in de herfst van 1994. In een bar aan de Ramblas in Barcelona ontmoet De Kock een gevluchte Cubaan. Die vertelt dat hij weet waar het op dat moment spoorloze lichaam van Che Guevara begraven ligt, namelijk onder het vliegveld van Vallegrande in Bolivia. Volgens de Cubaan zijn na Guevara’s executie in 1967 de handen van het lijk afgehakt en in een fles met sterk water gestopt. De fles zou in het bezit zijn gekomen van een Boliviaanse journalist, genaamd Suarez, die ze later het land uit heeft gesmokkeld.

„Ik vond het verhaal toen te absurd om te geloven”, zegt De Kock. Hij maakt de volgende dag wat aantekeningen van het verhaal, maar doet er verder niks mee. Totdat in juli 1997 op aanwijzingen van een Boliviaanse generaal onder het vliegveld van Vallegrande daadwerkelijk de beenderen van Ché Guevara worden gevonden. De handen ontbreken.

Nadat De Kock tevergeefs contact heeft gezocht met Suarez, wordt hij een jaar later onverwachts door hem gebeld. Suarez vertelt dat hij de handen destijds ontvangen heeft van de minister van Binnenlandse Zaken van Bolivia, Antonio Arguedas, met de opdracht ze te verbergen. Hij zou de handen begraven hebben onder de vloer van zijn huis.

De Kock wil in eerste instantie een documentaire maken met Suarez’ verhaal als uitgangspunt. Maar als hij Suarez nogmaals probeert te bereiken, vertelt diens vrouw hem dat haar man net overleden is. De weduwe beweert dat haar man de helft van het verhaal verzonnen heeft. „Toen had ik geen onderwerp meer”, zegt Peter de Kock. „Ik stond op het punt de researchsubsidie voor mijn film terug te geven. Maar mijn producent Frank van den Engel spoorde mij aan om in Bolivia verder te zoeken.”

Getuigen die dood gaan of halve waarheden vertellen; Peter de Kock kreeg genoeg tegenslagen te verwerken bij het maken van zijn documentaire. Het motto van de film luidt niet voor niets: „De waarheid ligt verscholen in de interpretaties waaruit ze is opgebouwd.” Het is een citaat dat wordt toegeschreven aan Che Guevara.

De Kock kwam mensen op het spoor die de handen van de guerrillaleider op de één of andere manier ‘in handen’ hebben gehad. „Het fascineerde me dat de geïnterviewden elkaar regelmatig tegenspraken”, vertelt De Kock. „Je kunt die verschillen dan wel gladstrijken, maar wie ben ik om te bepalen wie gelijk heeft.”

De twee belangrijkste bronnen zijn het er over eens dat de handen via Rusland naar Cuba zijn gesmokkeld. De één beweert dat ze per diplomatieke post naar Moskou zijn verstuurd. De ander zegt echter dat hij ze persoonlijk naar Moskou heeft gebracht.

De Kock vermoedt dat de handen in Cuba zijn, in het paleis van Fidel Castro. „Alle verhalen wijzen die kant op. Het is de meest voor de hand liggende plek.” Inmiddels heeft de regisseur een verzoek ingediend om Castro te mogen interviewen, maar De Kock acht de kans dat dat daadwerkelijk lukt niet groot. Maar hij geeft de moed niet op, omdat hij eerder al toestemming kreeg om in Cuba te filmen bij het mausoleum van Che Guevara in Santa Clara en het Museum van de Revolutie. „Ik had allang een afwijzing verwacht. Maar zo lang ik niks hoor, is er hoop.”

Dokwerk: Handen van Che Guevara. Woensdag, Ned. 3, 20.20-21.25 uur.

    • David Haakman