Curatele Verdonk...

De bijna voltallige Tweede Kamer heeft minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) vannacht een gevoelige nederlaag bezorgd. Door de minister opdracht te geven haar onderzoek naar de naturalisatie van Kamerlid Hirsi Ali (VVD) nog eens over te doen, maar nu grondig en zorgvuldig, liep Verdonk zware politieke schade op.

Twee breed gesteunde moties plaatsen de minister feitelijk onder curatele. Zij kreeg de stringente opdracht de brief, waarmee zij maandag Hirsi Ali van haar Nederlanderschap beroofde, te „heroverwegen”. Om politieke redenen mochten de moties kennelijk geen moties van afkeuring zijn, maar naar strekking waren zij dit wel degelijk. De zogenoemde „constatering” van de minister dat Hirsi Ali geacht wordt het Nederlanderschap „vooralsnog” niet te bezitten vanwege het feit dat zij niet de juiste naam en geboortedatum heeft opgegeven bij de burgerlijke stand in 1997, werd door een motie van coalitiepartner CDA onderuitgehaald.

Het debat werd omstreeks drie ’s nachts afgesloten met de strenge vraag van CDA-fractievoorzitter Verhagen aan de minister of zij zijn motie ging uitvoeren. Het enige wat de minister toen nog kon uitbrengen was: „Ja”. Waarna de vergadering haastig werd afgehamerd om te voorkomen dat nieuwe vragen aan de bewindsvrouw wéér een nieuwe ronde verwarring en achterwaarts redeneren zouden opleveren.

Geen van de epitheta ornantia die minister Verdonk voor haar eigen handelen pleegt te gebruiken, waren vannacht van toepassing op haar optreden. Tijdens het debat ontbraken ‘duidelijkheid’ en ‘daadkracht’. De minister herhaalde zichzelf, haperde, en hakkelde.

Minister Donner (Justitie, CDA), die haar departementale voordeurdeler is, was als doorkneed jurist meegekomen om Verdonk te chaperonneren, zo leek het. Maar Donner, die eerder zware kritiek kreeg toen hij premier Balkenende tijdens een zwaar debat opzichtig had gesouffleerd, keek gedurende het debat meestal peinzend voor zich uit en stak geen vinger uit om zijn worstelende ambtgenoot te ontzetten. Terwijl crisisdreiging onmiskenbaar in de lucht hing, was de minister-president de hele avond de grote afwezige in Kamer. ’s Middags had vice-premier Zalm (Financiën, VVD) zich al van zijn partijgenoot gedistantieerd. Het eenzaam avontuur van Verdonk werd versterkt door de passiviteit bij de verdediging van vigerend fractievoorzitter Van Beek. Veelzeggend was dat alleen LPF-fractievoorzitter Van As en Kamerlid Nawijn (Groep Nawijn) vergeefs een poging waagden de minister te ontzetten.

PvdA-fractievoorzitter Bos trachtte aan het slot van de avond een bredere strekking te geven aan het bij tijd en wijle geëmotioneerde debat. Hij oordeelde dat het „een heel erg red-Ayaan-debat” was geworden. „Maar uiteindelijk moet het een red-de-vreemdelingen-debat worden.” Het beeld dat de Tweede Kamer zich het lot van een medelid sterker aantrekt dan dat van vele anonieme lotgenoten van Hirsi Ali, trachtte hij bij te stellen. Hij sprak terecht de hoop uit dat in de Kamer gevoel voor verhoudingen, de menselijke maat, en betrokkenheid terugkeert, óók voor andere vreemdelingenrechtelijke knelgevallen. Dat zou winst zijn. Zeker ook in het geval de PvdA op termijn in de regering mocht belanden.

Voor Verdonk rest de vraag of zij gezien de fouten die zij door onzorgvuldig handelen in de zaak heeft gemaakt, nog geloofwaardig is als kandidaat-lijsttrekker van haar partij.