Buurman Hirsi Ali verhuisde om veiligheid

Ayaan Hirsi Ali stopte als Kamerlid, omdat haar buren haar weg wilden hebben, zei ze gisteren. De buurman: „Wij jagen niemand weg.”

„Mijn buren lijken het kritische beeld te bevestigen dat zeer weinig Nederlanders dapper genoeg waren om joden, homoseksuelen en zigeuners tegen de Nazi’s te beschermen.” Zo citeert de Wall Street Journal Europe Ayaan Hirsi Ali vandaag.

Wat hebben de buren gedaan?

Acht bewoners van de toren waarin ook Hirsi Ali woont, wonnen eind april een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat om het gebruik door Hirsi Ali van een appartement in hun flat te beëindigen. Het met de dood bedreigde Tweede-Kamerlid had er vorig jaar april voor het eerst in maanden een vaste woonplaats gevonden.

De bewoners voelden zich door de aanwezigheid van hun nieuwe buurvrouw onveilig, hadden last van de veiligheidsmaatregelen en vreesden voor een waardedaling van hun woning. Ze verloren een kort geding, maar in hoger beroep gaf het gerechtshof in Den Haag hun gelijk. Die beslissing was voor Hirsi Ali „de directe aanleiding voor het beëindigen van mijn Kamerlidmaatschap”, zo zei ze gisteren.

Hirsi Ali’s buren zouden zich moeten schamen voor hun „verschrikkelijke gedrag”, zei Frans Weisglas, voorzitter van de Tweede Kamer.

Weisglas weet niet waar hij het over heeft, zegt Gerrit Verhagen. Hij is één van de mensen die de staat voor de rechter daagden. De verantwoordelijkheid voor het gedwongen vertrek van Hirsi Ali uit de woontoren ligt niet bij haar buren, zegt Verhagen, maar bij de overheid. Een opvatting die ook het hof onderschreef: „De fout van de Staat [..] mag niet op de bewoners [..] worden afgewenteld.”

Welke fout had de staat dan gemaakt? Het gevoel van onveiligheid van bewoners, die bang waren dat een aanslag op Hirsi Ali ook hen zou treffen, vond het hof „reëel en begrijpelijk”. Dat maakte de staat verantwoordelijk voor het schenden van het grondrecht van de bewoners op respect voor hun gezinsleven, en woning. De overheid mag dat recht onder bepaalde voorwaarden schenden, maar moet dat wel wettelijk vastleggen. En dat had de overheid nou net niet gedaan, oordeelde het hof.

Volgens Verhagen probeerden de bewoners drie keer met de Staat tot een oplossing te komen. In april 2005 vroegen zij iemand van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding onafhankelijk advies over de geschiktheid van de toren als beveiligde woning. Dat werd afgewezen. In mei schreven ze een brief met hetzelfde verzoek aan ministers Zalm, Donner en Remkes, waarop ze naar eigen zeggen nooit antwoord kregen. In juli wilden ze het door henzelf aangevraagde onderzoek van Ernst & Young met de landsadvocaat bespreken. De adviseurs stelden vast dat appartement en omgeving van Hirsi Ali ongeschikt zijn voor het „creëren van een extra beveiligde woning”. De landsadvocaat weigerde op het advies in te gaan, vertelt Verhagen.

Verhagen – die vanwege de vrees voor een aanslag op Hirsi Ali inmiddels verhuisd is – begrijpt de ophef. „Maar wij jagen niemand weg. Als deskundigen vaststellen dat het niet goed zit, dan mag je als burger voor je rechten opkomen.”

Het is een „dolkstoot in de rug”, zegt buurtbewoner Peter de Ruiter. Hij startte een website om Hirsi Ali te steunen. De bewoners van de woontoren zijn niet bij zichzelf te rade gegaan, denkt De Ruiter. Ze hebben een moedige vrouw haar huis uitgejaagd. „Het is misschien niet prettig, maar soms moet je gewoon slikken, dat is de prijs van de democratie.”