Ster met steun van kopstukken

Ayaan Hirsi Ali werd een ster op het moment dat ze de politiek inging, maar ze „heeft niet de bedrading van een politicus”. Haar manier van polariseren wekt wrevel.

Hirsi Ali heeft thema’s als eerwraak en de onderdrukking van islamitische vrouwen op de agenda gezet. Foto Hollandse Hoogte Nederland, Den Haag, mei 2004 Ayaan Hirsi Ali, tweede kamerlid voor de VVD foto: Merlijn Doomernik / Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Het was een kwestie van tijd voordat Ayaan Hirsi Ali, die eigenlijk Magan heet, de Nederlandse politiek zou verlaten. Dat ze overwoog om na haar Kamerlidmaatschap naar Amerika te gaan, was al in kleine kring bekend, het moment waarop was het gevolg van een samenloop van omstandigheden.

Enkele weken geleden wonnen bewoners van het statige appartementencomplex in Den Haag waar Hirsi Ali woont een rechtszaak over hun veiligheid. Hirsi Ali moet het appartement verlaten en weer op zoek naar nieuwe woonruimte.

De baan die Hirsi Ali kan krijgen bij de Amerikaanse denktank American Enterprise Institute was een tweede aanleiding. En gisteren liet minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) bekendmaken dat Hirsi Ali helemaal geen Nederlandse is en dus niet in de Kamer thuishoort, omdat ze over haar identiteit gelogen had. Hirsi Ali vertrekt vandaag, per direct.

Hirsi Ali werd – mede omdat ze bedreigd en daardoor permanent bewaakt werd – in korte tijd het Nederlandse boegbeeld van de strijd tegen het moslimterrorisme. Ze stond symbool voor het Nederland van na de moord op Pim Fortuyn, van na ‘11 september’ en bovenal het Nederland van na de moord op Theo van Gogh.

Vanaf het moment dat Hirsi Ali het podium van de Nederlandse politiek betrad, was ze een ster. Ze omringde zich met de intellectuele elite. Mensen als de filosoof Herman Philipse, de publicist Paul Scheffer en de Iraanse rechtsfilosoof Afshin Ellian, maar ook het schrijversechtpaar Leon de Winter en Jessica Durlacher. Ook in de politiek wist ze zich gesteund door liberale kopstukken als vice-premier Gerrit Zalm, (de latere) eurocommissaris Neelie Kroes en (de vroegere) fractievoorzitter Jozias van Aartsen.

Die positie heeft haar in de jaren in de fractie voor veel politiek onheil behoed. Als ze in botsing kwam met collega-fractieleden, namen haar beschermers het steevast voor haar op. Pas toen Hirsi Ali vorig jaar hard in aanvaring kwam met VVD-coryfee Hans Wiegel over de vrijheid van onderwijs, weigerde Van Aartsen, een goede vriend van Wiegel, partij te kiezen. De media-aandacht die Hirsi Ali genereerde, maakte dat de overige fractieleden in haar schaduw moesten functioneren.

Hirsi Ali zette vanaf 2002 – toen ze de overstap maakte van de aan de PvdA gelieerde Wiardi Beckman Stichting naar de VVD – met verbaal geweld thema’s als eerwraak, vrouwenbesnijdenis en de onderdrukking van islamitische vrouwen hoog op de publieke en politieke agenda. Dat tegenstanders van haar polariserende manier van debatteren haar verweten de zaak geen goed te doen, deed ze af met de mededeling dat er nu tenminste niet meer gezwegen wordt over die onderwerpen. Links was vaak blij met de onderwerpen die ze agendeerde, maar niet met de toon van het debat.

Haar werkzaamheden in de Kamer waren minder succesvol. Ook daar wist ze geregeld aandacht te krijgen voor ‘haar’ onderwerpen, maar ze kon moeilijk wennen aan de Haagse mores. Op het gebied van meisjesbesnijdenis wist ze wetgeving in gang te zetten. Haar voorstel om inlichtingendiensten in te stellen bij het tegengaan van eerwraak, stuitte op verzet van minister Donner (Justitie, CDA).

De Kamer was slechts een van de podia waarop Hirsi Ali haar strijd voerde. De media waren een ander, steeds belangrijker instrument voor haar. De film Submission I (over onderdrukte moslimvrouwen), die ze samen met Van Gogh in 2004 maakte, werd hem fataal. Van Goghs moordenaar, Mohammed B., liet een open brief aan Hirsi Ali op het lichaam van de cineast achter. Hirsi Ali dook onder, omdat voor haar leven gevreesd werd. Pas eind januari 2005 keerde ze, na een verblijf in de Verenigde Staten, terug naar Nederland, wederom omringd door camera’s.

Na de moord op Van Gogh brak Hirsi Ali ook internationaal door. Buitenlandse media publiceerden interviews met haar, ze werd door het gezaghebbende weekblad Time op de lijst met honderd invloedrijkste personen ter wereld gezet en ze schoof met ogenschijnlijk gemak aan bij een discussie op CNN tijdens het World Economic Forum in Davos. Haar verschijning in het buitenland was vaak net zo’n mediacircus als in Nederland, mede dankzij de vele beveiligers die haar overal vergezellen.

Met haar internationale doorbraak werd ook duidelijk dat het Kamerlidmaatschap voor Hirsi Ali een tijdelijke kwestie was. „Ze heeft niet de bedrading van een politicus”, zei Cisca Dresselhuys, hoofdredacteur van Opzij in een documentaire over Hirsi Ali eind 2004. Het vertrek is nu daar.

    • Egbert Kalse