Recht door zee het land uit

En zo wordt de naam ‘Ayaan’ geladen met een heel andere symboolwaarde. Van vaandeldraagster van het anti-islamisme en de strijd tegen vrouwenonderdrukking, is ze nu zinnebeeld geworden van het verkrampte, populistische en xenofobe Nederland dat haar eigen politieke geestverwanten hebben helpen creëren.

De klap kwam immers niet van links, maar van rechts. De gebeurtenissen zijn verbijsterend. Minister Verdonk, die eerst nog zei dat Hirsi Ali van haar niets te vrezen had (maar die kennelijk de wetgeving op haar eigen beleidsterrein niet goed kent) kon plotseling niet eens het weerwoord van het Kamerlid afwachten. Eén blik op de peilingen (driekwart van de Nederlanders vindt het vertrek van Hirsi Ali ‘geen verlies’) was voor de aspirant-premier kennelijk genoeg om een brief te doen uitgaan met de mededeling dat het Kamerlid bij nader inzien geen Nederlander is. Gelijke monniken, gelijke kappen – en een enkeltje naar dezelfde uitgang. Verdonk gaat daarbij gemakshalve voorbij aan de bevoegdheid die ze op grond van de asielwet heeft om een eigen afweging te maken, alle belangen in acht genomen. ‘Recht door zee’ betekent blijkbaar: oogkleppen op en de automatische piloot aan.

Het is een verontrustende en wrange wending in een zaak die een win-win-situatie had kunnen worden. Dat Hirsi Ali’s rol in de Nederlandse politiek wel ongeveer uitgespeeld was, en dat ze naar Amerika zou vertrekken, was allang geen geheim. De Somalische maakte een komeetachtige opgang na Pim Fortuyns agendering van de ‘achterlijke’ islam en 11 september 2001, werd een troeteldier van de media en het middelpunt van een inner circle van landverbeteraars, en groeide uit tot een internationale ster.

Maar Nederland bereikte gaandeweg het verzadigingspunt, en dan komt onverbiddelijk de omslag: de publieke opinie/de media geeft, en de publieke opinie/de media neemt. Zelfs het weekblad HP De Tijd, dat haar jarenlang op handen droeg, plaatste laatst een vinnig stukje over haar geringe parlementaire staat van dienst. Ook in de eigen fractie lag ze door haar solisme en ‘diva-gedrag’ slecht, en bij de liberale achterban bleek ze minder in trek dan bij die van de PvdA. Maar nóg eens een politieke volte face was onmogelijk.

Behalve overexposure en het Nederlandse maaiveld speelt in die afbladdering van ‘Ayaan’ ook iets anders. Haar kosmopolitisme stak steeds schriller af bij het benepen en in zichzelf gekeerde Nederland van de Fortuyn-revolte. In tegenstelling tot populisten van de gestampte pot als Nawijn en Wilders, heeft zij nooit een bijzondere hechting gehad aan het concrete Nederland – voor haar was het land toch eerder een abstractie, een uitwisselbare variabele van ‘de westerse cultuur’, een van de vele frontlinies in haar strijd tegen de ‘zuivere’ islam.

Amerika zou een elegante uitweg zijn geweest. Hirsi Ali wordt daar door neoconservatieve intellectuelen al begroet met dezelfde, vaak dweperige superlatieven als waarmee haar Nederlandse vrienden hun bewondering kenbaar maakten: haar stralende glimlach, de charmante glinstering in haar ogen. De VS zouden haar bovendien veel meer kansen en een veel grotere actieradius bieden als auteur en als post-islamitische celebrity.

Maar ook de VVD zou bij zo’n oplossing winnen. De partij zou verlost zijn van een los kanon op het dek, dat met de verkiezingen in het zicht steeds meer een risico begon te worden. Haar tegenstanders in islamitische kring zouden uiteráárd het gevoel hebben dat ze hadden gewonnen, want de gehate afvallige had haar hielen gelicht. Maar ook haar vrienden, de illustere club publicisten en academici die haar bijstaan als raadgevers, buiksprekers en tekstverwerkers, zouden tevreden kunnen zijn, want de vrouw die deels hun creatie was, zou zijn begonnen aan de opmars door de echte grote wereld, Amerika. En zelfs columnisten als ondergetekende, die haar een averechts, polariserend optreden tegenover moslims en simplisme over de westerse cultuur verwijten, zouden jaloers kunnen gadeslaan hoe ze in Amerika de toplijsten bestormde – óók een vorm van tevredenheid. Zelf zegt Hirsi Ali overigens inmiddels over haar optreden: „Ik maak meer kapot dan ik goed maak.”

Door die potentiële win-win-situatie is nu een morsige streep gehaald, door de manier waarop haar Nederlanderschap ter discussie is gesteld en door Verdonk met de gebruikelijke daadkracht al is ontkend.

Het vertrek naar Amerika wordt nu een vlucht uit een hatelijk landje. Hilbrand Nawijn heeft inmiddels zijn tanden al gezet in het Tweede-Kamerlid Karimi van GroenLinks, die hier als Iraanse asielzoekster kwam: is dat niet ook zo’n buitenlander die heeft gelogen om naar binnen te komen?

Wat we hier meemaken, roept die minst plezierige en meest beschamende kant van Nederland in herinnering: de xenofobe dienstkloppers- en uitvoerdersmentaliteit. Ook dáárvan hebben we nu een symbool dat we met een voornaam aanduiden – zij het meestal met een metaalsoort eraan toegevoegd.

Sjoerd de Jong is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Sjoerd de Jong