Opnieuw gedwongen te vluchten

Ayaan Hirsi Ali heeft in Nederland willen wonen. Ze heeft gerekend op de Nederlandse reputatie van vrijheid, gastvrijheid en tolerantie.

Hoe men ook over haar opvattingen denken moge, ze maakt deel uit van onze gemeenschap. Ze is door een groot aantal mensen gekozen als hun volksvertegenwoordiger. Ze is trots op het feit dat ze in Nederland leeft en op haar Kamerlidmaatschap. Ze heeft zich ingezet voor de openheid van het debat. Vanuit Nederland heeft ze zich met succes gericht tot de internationale gemeenschap.

Nederland is inderdaad de rechtsstaat waarvoor Ayaan het houdt.

Maar er is ook een andere kant aan Nederland. Dat is de kant die de letter van de wet is toegedaan en niet de geest van de wet. Dat is de kant die uitnemendheid verfoeit, het ‘vreemde’ verstoot, en controverse smoort.

De minister sluit Ayaan Hirsi Ali nu uit met een hypocriet beroep op de letter van de wet; zij en haar partij waren allang op de hoogte van Ayaans problematische juridische status.

De rechter heeft haar al eerder een veilig huis ontnomen. Ayaan heeft een hoge prijs betaald voor haar wens in Nederland te wonen. Haar leven wordt bedreigd. Haar bewegingsvrijheid is aan banden gelegd. Nu dreigt ze stateloos te worden gemaakt.

De juridische situatie waarin Ayaan met vele anderen verkeert, is lang niet zo eenduidig als de minister doet voorkomen. Een artikel van migratierechtdeskundige Ulli d’Oliveira in de Volkskrant van vanmorgen maakt duidelijk dat deze kwestie de minister een uitgelezen gelegenheid biedt met een rechte rug haar verkrampte asielbeleid bij te stellen.

Een belangrijk punt dat in feite geheel buiten de oorspronkelijke asielkwestie staat, is dat Ayaan Hirsi Ali sinds vier jaar om het gebruik dat ze maakt van de bij wet gegarandeerde vrijheden zwaar bewaakt moet worden en het leven leidt van een vluchteling in eigen land.

Aanvankelijk was ze misschien geen echte vluchteling in de huidige interpretatie van de wet, de laatste vier jaar is ze dat zeker geworden.

De ‘Vluchtstad Amsterdam’, waar aan bedreigde schrijvers en kunstenaars asiel wordt geboden, moet haar rust en veiligheid geven.

Wij vinden het diep beschamend voor Nederland dat Ayaan zich gedwongen ziet het land te verlaten en daarmee opnieuw op de vlucht moet slaan.

De artikel is geschreven door Nelleke Noordervliet en Geert Mak en wordt onderschreven door de volgende personen:

Hedy d’Ancona

Maarten Asscher

Frits Barend

Martin Bril

H.M. van den Brink

Adriaan van Dis

Cisca Dresselhuys

Tilly Hermans

Theodor Holman

Freek en Hella de Jonge

Rudy Kousbroek

Sybolt Noorda

Connie Palmen

Max Pam

Adelheid Roosen

Ed van Thijn

Betsy Udink

Mieke van der Weij

Jan Wolkers

Joost Zwagerman