OM steeds minder integer

Procureur-generaal Dato Steenhuis liet zijn chauffeur vaak te hard rijden.

Maar het OM verzuimt de ontstane twijfels resoluut van tafel te vegen.

De wijze waarop de top van het openbaar ministerie (OM) omgaat met de beschuldigingen aan het adres van een procureur-generaal (PG) over misbruik van bevoegdheden stelt niet gerust. Dit vergroot de zorg over de aandacht die binnen de top van het OM bestaat voor vraagstukken rond de eigen integriteit.

Toen berichten in de pers verschenen over veelvuldig overtreden van de snelheidsregels door de dienstauto van procureur-generaal Dato Steenhuis hulde de top van het openbaar ministerie zich in stilzwijgen. Ook reageerde men niet op berichten over misbruik van sirene en zwaailicht. Verontwaardiging bij Kamerleden kon de stilte niet doorbreken. Pas toen enkele dagen later in een artikel op de opiniepagina (nrc.next, 10 mei) vraagtekens werden geplaatst bij de manier waarop de top van het OM aantasting van de integriteit aanpakt, liet die top van zich horen. Als door een wesp gestoken reageerde de voorzitter van het College van procureurs-generaal A.A.M. Brouwer op de opiniepagina van 15 mei. Hij klaagde over de “ernstige en ongefundeerde verwijten“ die een slag in het gezicht zijn van duizenden politiemensen en OM-medewerkers.

Maar is zijn reactie wel een reactie? De heer Brouwer beantwoordt geen enkele vraag. Hij verwijt mij onzorgvuldigheid omdat ik zonder bewijsvoering er van uit ben gegaan dat de affaire-Steenhuis is gelekt door iemand uit het OM. Zonder bewijsvoering suggereert hij vervolgens dat de informatie is gelekt door de burger die vorig jaar een klacht heeft ingediend over het optreden van de chauffeur van Steenhuis. De baas van het OM mag kennelijk wel onzorgvuldig zijn.

In zijn artikel gaat de heer Brouwer voorbij aan de kern: de wijze waarop het OM omgaat met de beschuldigingen richting PG Steenhuis, het mogelijk misbruiken van bevoegdheden door hoge functionarissen en het voorbeeldgedrag dat de top van het OM moet uitstralen naar zijn medewerkers. Het gezag van de leiding wordt ondermijnd door dit soort affaires. In mijn artikel heb ik gewezen op de noodzaak om dergelijke affaires publicitair snel aan te pakken en ze doeltreffend en gezaghebbend naar de prullenbak te verwijzen. Anders blijven ze dooretteren.

De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft de kans laten lopen om de ontstane twijfels resoluut van tafel te vegen. Hij heeft zelfs nog een vraag toegevoegd aan de vragen die er al waren. Die vraag heeft betrekking op de manier waarop het OM is omgegaan met de beschuldigingen van de chauffeur richting de betrokken procureur-generaal. De heer Brouwer maakt geen melding van enig onderzoek naar deze beschuldigingen of van de resultaten daarvan.

De vragen over de wijze waarop de top van het OM omgaat met integriteit blijven dus vooralsnog bestaan. De reactie van de heer Brouwer heeft mij in ieder geval tot één conclusie geleid: het openbaar ministerie kan wel wat good governance gebruiken, om te beginnen aan de top.

Drs A.A.M.(Ton) Horrevorts is directeur van HMSmanagement te Den Haag en geeft overheden advies op het gebied van good public governance.