Lekker jammen in twee sets van drie kwartier

Dance en klassieke muziek gaan goed samen, aldus deejay PJA en pianist Van Veen.

In een gezamenlijk optreden proberen ze dat vanavond te bewijzen.

Deejay PJA en pianist Van Veen flirten met de ‘roots’ van Odeon, Amsterdams oudste concertzaal Foto Odeon Odeon

Een “muzikaal bouwwerk' moet het worden, de samenwerking die klassiek pianist Jeroen van Veen en soundscape deejay PJA vanavond aangaan in de concertzaal van Odeon. Alleen het begin- en het eindstuk staan vast; Adriaanse zal minimale techno van Stars of the Lid voorbij laten komen; van Veen belooft naast Bach en Beethoven zijn favoriete componist Simeon ten Holt van stal te halen. Maar hoe de avond verder verloopt, is niet te voorspellen. “Het wordt een soort jamsessie“, zegt Adriaanse, “net als in jazz beginnen we met een standard, maar daarna kan het alle kanten op in twee sets van drie kwartier.“

Het idee voor de samenwerking komt uit de koker van Van Veen (1969), die met de cross-over een jong publiek probeert te bereiken. Klassieke muziek heeft meer te lijden onder een teruglopende belangstelling dan beeldende kunst, zegt hij. “Voor het van Gogh Museum staan rijen met net zoveel jong als oud publiek. Bij het Concertgebouw staat een handjevol jongeren dat van CKV [het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming, red.] moet.“

Voor een bezoek aan Odeon is de drempel lager, verwacht van Veen. Weinigen weten dat het zeventiende-eeuwse pand aan het Singel, lang voordat homokelder DOK er prominenten als David Bowie en Jean Paul Gaultier ontving, als eerste concertzaal van Amsterdam model stond voor het Concertgebouw. Toen het etablissement na een renovatie in april 2005 zijn deuren weer opende, wilde eigenaar Paul Hermanides ruimte bieden aan dit soort experimenten. Eerder deze maand stonden Sefardische liederen op het programma; een optreden van de Philharmonic Funk Foundation laat de bezoeker op 28 mei kennismaken met akoestische dansmuziek.

Het concert van vanavond moet een “relax-ervaring' worden. Er zijn stoelen neergezet, maar de luisteraar mag zich tijdens het optreden vrijelijk bewegen en de bar blijft gewoon open. Nee, dat is geen knieval naar de jonge luisteraar, zegt Van Veen. “Het is juist een verdieping in de geschiedenis van klassieke muziek. Pas sinds 150 jaar heeft dat zo'n statisch karakter. Voor die tijd had het Concertgebouw geen stoeltjes, maar statafels. Mensen konden gewoon weglopen en iets te drinken halen als ze daar zin in hadden. Bij jazzmuziek is dat trouwens heel normaal.“

Wat krijgt het publiek dat wel blijft zitten, te zien? Van Veen: “Als pianist ben ik ook een soort deejay. Ik zit met mijn boeken op het podium en hoor hoe Paul inzet. Uit mijn geheugen grijp ik een stuk muziek: dat kan variëren van Beethoven tot Philip Glass. Paul reageert weer op mij.“ Daarbij speelt van Veen, net als een deejay, in op de sfeer in de zaal: “Als de mensen wegkabbelen bij Bach, zet je een apassionata stuk van Rachmaninov in voor het contrast.“

Ook het gebouw zelf is van invloed op de muziekkeuze, zegt deejay PJA. “Bij een oud gebouw met balkonnen met krulletjes, kies ik eerder voor warme klanken dan als ik in een bunker met een laag plafond sta. Ik vind het mooi als je als deejay kunt opgaan in het decor. Tegenwoordig zie je veel dat de deejay een ster is; ik wil juist dat ze pas merken dat ik er ben geweest als de muziek stopt.“

DJ Piano treedt vanavond om 20 uur op in Odeon, Singel 460, Amsterdam. Kaarten kosten 15 euro.

    • Maartje Duin