‘Kartonnen proza’, maar wél spannend

Morgen gaat The Da Vinci Code op het filmfestival van Cannes in première. Van het boek zijn inmiddels 40 miljoen exemplaren verkocht. Hoe werd een ‘simpel’ boek een wereldwijde bestseller?

ROTTERDAM, 16 MEI. - De een noemt het boek een sensatie, de ander gruwt ervan, vooral vanwege het simpele taalgebruik. Essayist en recensent Arnold Heumakers behoort tot de laatste categorie. Na nog geen tien bladzijden legde hij The Da Vinci Code terzijde.

„Clichématig proza, houterige zinnen, bordkartonnen taal. Ik vond er niets aan. Maar mensen geven kennelijk niet om mooie zinnen. Als het verhaal maar spannend is.” En dat het verhaal spannend is, ontkent geen enkele recensent. Heumakers vrouw en kinderen, „lazen het boek in een ruk uit”.

Wereldwijd staat de teller inmiddels op veertig miljoen verkochte exemplaren. Maar veel meer mensen hebben het boek gelezen. Veel lezers geven hun exemplaar door, en er circuleren ook tienduizenden illegale kopieën, vooral in Latijns-Amerika. Daar kost Dan Browns bestseller op straat 7 euro, in de boekwinkel 21 euro.

The Da Vinci Code, van de Amerikaanse ex-leraar Engels Dan Brown, is een ongekend succesverhaal. Het boek kwam op 18 maart 2003 in Amerika uit en stootte binnen een week door naar de top van de bestsellerlijsten. In Nederland en België zijn er 1,3 miljoen exemplaren verkocht. In 2004 eindigde De Da Vinci Code hier zelfs voor de nieuwe vertaling van de bijbel, ook zo’n commerciële hit.

De controverse die het boek oproept, heeft een grote rol gespeeld bij het verkoopsucces. De katholieke kerk uitte felle kritiek op het boek, evenals vele (kunst)historici. En Opus Dei, een conservatieve stroming binnen de katholieke kerk, werd gedwongen haar deuren te openen voor buitenstaanders.

Voor wie niet weet waar The Da Vinci Code over gaat; het boek handelt over een groot geheim. Dat geheim (ach wat, het ligt al lang op straat) is dat Jezus en Maria Magdalena kinderen hadden. Jezus’ bloedlijn is dus voortgezet. De katholieke kerk probeert de bewijslast hiervoor aan een geheim genootschap te ontfutselen om het onschadelijk te maken. Opus Dei zet zelfs een moordenaar in. De helden van het verhaal, een Amerikaanse hoogleraar kunstgeschiedenis en een Franse cryptologe, proberen de documenten uit handen van Opus Dei te houden, onder meer door raadsels, cijferreeksen en anagrammen op te lossen.

The Da Vinci Code is mede zo succesvol omdat het een brede doelgroep aanspreekt, zegt Lisa Kuitert, hoogleraar boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. „Het biedt ieder wat wils; het is een avonturenroman, een detective, een puzzelboekje en een introductie in de kunstgeschiedenis ineen.”

Ook Kuitert wijst op de eenvoud van het taalgebruik: „Het is schrijversvakschoolproza, keurig volgens de regels”. Die eenvoud maakt óók dat het verhaal begrijpelijk is - „zeker voor mensen die niet vaak lezen.”

En dan, zegt Kuitert, zijn er de media. Hun aandacht gaat tegenwoordig massaal uit naar slechts een of twee boeken, die daardoor meer worden verkocht. Die hogere verkoopcijfers leiden weer tot meer media-aandacht. „Het piramide-effect”, noemt ze dat.

Toch, er zijn meer eenvoudig geschreven, heel spannende thrillers op de markt verschenen. Van Robert Ludlum bijvoorbeeld, of Tom Clancy. Maar die verkochten geen veertig miljoen exemplaren.

Het onderwerp van The Da Vinci Code speelt ontegenzeggelijk een belangrijke rol. „Het verhaal van Jezus is een bepalende cultuurfactor; een groot deel van de wereldbevolking wordt daar nog altijd mee opgevoed. Het spreekt veel mensen aan”, zegt Jan Willem Wits, hoofd communicatie van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Niet dat hij het boek goed vindt. „Ik heb theologie gestudeerd en schoot op iedere pagina in de lach. De dingen die hij aan elkaar plakt!” Desondanks worden deze ‘feitelijke onjuistheden’ door miljoenen mensen verslonden. Ach, zegt Wits daarop, „McDonald’s is het succesvolste restaurant ter wereld, maar daar is het ook niet lekker eten.”

Overigens bestrijdt Dan Brown zelf fel de opvatting dat zijn boek een groot verzinsel zou zijn. „Alle beschrijvingen van kunstwerken, architectuur, documenten en geheime rituelen in dit boek zijn waarheidsgetrouw”, schrijft hij in het voorwoord. En in een van zijn spaarzame interviews zei de schrijver dat „als ik een non-fictie boek zou schrijven, ik niets zou veranderen”.

Waar of niet, één enkel boek heeft de katholieke kerk in de verdediging gedrongen. En katholieken wereldwijd reageren daarop verschillend. In Ierland bijvoorbeeld, trekken ze langs scholen om een „geestelijke waarschuwing” te geven voor boek en film. In Singapore is, onder hun druk, de film verboden voor kijkers onder de zestien. In Rome houdt Opus Dei morgen ‘open dag’.

In Nederland probeert de kerk een positieve draai aan boek en film te geven. „We hopen dat mensen via de The Da Vinci Code uitkomen bij het échte verhaal”, aldus Wits. Ook binnen Opus Dei hopen ze dat mensen op zoek gaan naar de ‘echte waarheid’. „Daarom hebben we ook niet opgroepen tot een boycot”, aldus de Nederlandse woordvoerder Eugen Graas. Hij heeft het boek niet gelezen, („ik ken wel interessantere lectuur”) maar zal de film wel bekijken. „Want beelden hebben een grotere impact dan boeken.”

Dat The Da Vinci Code een eigen, onontkoombare dynamiek heeft, hebben ze binnen de kerk ook begrepen. Er zijn tientallen boeken over The Da Vinci Code gepubliceerd en er worden speciale Da Vinci Code-reizen georganiseerd; het Louvre, waar een belangrijk deel van het boek zich afspeelt, trok vorig jaar een recordaantal bezoekers: ruim 7,3 miljoen. En filmmaatschappijen stellen hun releases uit in afwachting van de film die een kaskraker dreigt te worden.

Hoogleraar Lisa Kuitert gaat zeker kijken. Ze lacht: „Eindelijk een film die beter is dan het boek.”