EU-hof: Londen moet zorgstelsel aanpassen

Britten die zich in een ander Europees land medisch laten behandelen moeten de kosten daarvan in beginsel vergoed krijgen door het Britse gezondheidsstelsel NHS (National Health Service). De bestaande NHS-regeling voor medische zorg in het buitenland voldoet niet aan de Europese maatstaven.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen bepaald. De NHS is een volledig publiek stelsel. Het wordt betaald uit de algemene middelen en behandelingen worden gratis verstrekt. Medische zorg in het buitenland kan daar onder vallen, maar dat is door de NHS slecht geregeld, aldus het Hof.

De uitspraak betekent dat de Britse regering de NHS moet aanpassen. Londen heeft zich daartegen tijdens de behandeling van de zaak voor het Hof fel verzet. Verruiming van de mogelijkheden voor medische behandeling in andere EU-landen op kosten van de NHS ondermijnt volgens de Britse autoriteiten de soliditeit van het Britse stelsel. In een eerste reactie liet het NHS vanmorgen weten het arrest nog te bestuderen, maar geen grote veranderingen te verwachten.

Het Britse gezondheidsstelsel mag, aldus het Hof, wel voorwaarden verbinden aan medische behandeling van Britse patiënten in andere EU-landen. Maar de NHS mag toestemming voor behandeling in het buitenland alleen weigeren wanneer de wachttijd voor dezelfde ingreep in Groot-Brittannië medisch onaanvaardbaar is, gelet op de gezondheidstoestand van de patiënt.

De NHS heeft volgens het Hof geen duidelijke procedure voor de beoordeling van zulke aanvragen. Deze omissie leidt er in de praktijk toe dat het Britse gezondheidsstelsel de vrijheid van het verrichten en ontvangen van diensten, zoals die geldt in de EU, op een ongeoorloofde manier belemmert.

De NHS, concludeert het Hof, moet zorgen dat er een methode is voor de vergoeding van ziekenhuisbehandelingen die in een ander EU-land worden gegeven aan patiënten aan wie binnen de NHS de vereiste behandeling niet kan worden gegeven binnen een termijn die medisch aanvaardbaar is.

De zaak was aanhangig gemaakt door Yvonne Watts, die leed aan osteoartritis in beide heupen. Ze werd in oktober 2002 door de NHS aangemerkt als „routinegeval”. Dat betekende dat ze een jaar op de operatie moest wachten. De NHS weigerde haar toestemming voor een (snellere) behandeling in het buitenland.

Watts tekende daartegen beroep aan. Na herkeuring in januari 2003 kreeg ze te horen dat ze over „drie tot vier maanden” aan de beurt zou zijn. Daar wachtte ze niet op. Begin maart kreeg ze in het ziekenhuis van Abbeville in Frankrijk een heupprothese. De NHS weigerde de kosten (5.725 euro) van de operatie te betalen. Watts vocht die beslissing aan bij het Court of Appeal, dat de kwestie wegens het principiële karakter voorlegde aan het EU-hof.