Enron-aanklager kiest voor aanvallen op de persoon

Na zestien weken is het Enron-proces toe aan de grote finale: twee dagen van slotpleidooien. „Regels zijn belangrijk. Maar je moet er geen slaaf van worden.”

De stoepen van het zakencentrum van Houston worden niet intensief gebruikt. Als ze al lopen, gebruiken de werknemers liever de tunnels onder de kantoortorens. Daar is tenminste airconditioning.

Het trottoir voor de rechtbank is een uitzondering. Hier vormt zich nu al zestien weken vanaf vijf uur ’s ochtends een rij. Gisterochtend, op de eerste dag van de slotpleidooien, stond een scholier met beugel vooraan, hij verdient 40 dollar (31 euro) om een plek voor een laatkomer te bemachtigen en daarna te vertrekken. Anderen komen wel zelf op tijd naar ’s werelds bekendste boekhoudfraudezaak.

Zoals Mary Ogden, ooit zelf werknemer op de juridische afdeling van energieconcern Enron. Ogden nam een vakantiedag bij haar nieuwe werkgever op om nog één keer haar oude baas te zien. Ze zoekt „closure”, afsluiting van de tijd dat ze 100.000 dollar in rook zag opgaan. En ontslagen werd.

Lee Perry is er ook. Hij werd ooit nog ingehuurd als consulterend boekhouder. Hij is hier elke dag, zegt daarmee Lay te steunen. „Als de boekhouding goed in elkaar zit, maar de persoon is slecht”, verdedigt Perry zijn voormalige opdrachtgever, „dan is de persoon slecht en zit de boekhouding goed in elkaar.”

Volgens Perry moet de zaak simplistisch beschouwd worden. Andere bedrijven in de energiesector deden wat Enron deed, zo zegt hij de vervolgde bestuurders na. En daarom is het volgens hem zo pijnlijk dat bij gebrek aan betere argumenten de zaak nu een karakterkwestie is geworden.

Aanklager Kathryn Ruemmler volgde die lijn inderdaad in een bijna vier uur durend slotpleidooi. Ze had er geen enkel probleem mee om de technische inhoud ondergeschikt te maken aan persoonlijk getinte aanvallen. Oprichter Kenneth Lay en voormalig bestuursvoorzitter Jeffrey Skilling zijn „arrogant”, „sluw”, „leugenaars”, „staken hun hoofd liever in het zand dan door te vragen over problemen, dat is ook crimineel” en „hebben ook nog steeds geen excuses aangeboden”.

Ruemmler was gisteren als enige aan het woord en Lay en Skilling keken in stilte toe. De laatste knipoogde zonder gêne naar zijn echtgenote op de publieke tribune, Lay schreef mee en liet bij herhaling zijn das door zijn vingers glijden.

Hij zat in de volgepakte rechtszaal de hele dag een paar meter verwijderd van een metersgroot wit bord, inclusief zijn afbeelding. Ruemmler zette het neer om haar verhaal te onderbouwen. Op het bord stond: „Ken Lay’s filosofie: Regels zijn belangrijk. Maar je moet er geen slaaf van worden.” Lay deed de uitspraak weken geleden, tijdens zijn eigen verhoor, als antwoord op een specifieke boekhoudkundige vraag.

Alles wat Lay – en daarmee ook Skilling, Ruemmler maakte nauwelijks onderscheid – in 2000 en 2001 bij Enron deed, was ingegeven door denkbeeldige lijnen die overschreden konden worden zolang de financiële belangen van de bestuurders maar beschermd werden. Dat was het hoogste doel. En daarvoor was een hoge beurskoers vereist.

Hoogmoed, oordeelde Ruemmler. De aanklager begreep het wel. Niets mis met geld verdienen, iedere Amerikaan heeft er volgens de voor de juryleden ijsberende Ruemmler recht op. En Enron werd niet zomaar Wall Streets lieveling en Amerika’s op zes na grootste bedrijf.

Maar de druk werd te groot en het overtreffen van de verwachtingen van de beurs werd belangrijker dan het daadwerkelijk functioneren van het energiebedrijf, stelde Ruemmler. Daarna volgden de voorbeelden.

Skilling noemt in 2000 zijn bedrijf opeens geen ‘energiehandelaar’ meer, maar een ‘logistiek concern dat gas levert’. Klinkt minder risicovol, doet het beter op de beurs. Of neem het voorbeeld van de kwartaalresultaten. De Enron-strategie is eerst vaststellen wat deze moeten bedragen om de beurs te plezieren. Daarna past het concern de boekhouding erop aan.

En het aan- en verkoopgedrag van de bedrijfsopties. Lay zegt half september 2001, met een verwijzing naar de elfde van die maand, tegen de verzamelde werknemers dat het bedrijf aangevallen wordt door de media, maar kerngezond is. Intussen verkoopt hij zelf voor 20 miljoen dollar aan effecten.

Aanklager Ruemmler raakte er geagiteerd door en sloeg ritmisch op een eikenhouten tafel. „Dat. Waren. Flagrante. Leugens.”

Of Enron Broadband Services (EBS). Dit bedrijfsonderdeel heeft in die jaren weinig met de kernactiviteiten van het energieconcern te maken en presteert ook slecht. Maar dat mocht „the Street” – jargon voor Wall Street – niet weten. Intern zegt bestuursvoorzitter Skilling erover dat „kansen op omzet zijn verkeken. Ik bedoel, het ziet er slecht uit.” De buitenwereld hoort: „EBS staat er goed voor.” Of, intern: „De markt voor breedband is ongelooflijk negatief.” Extern: „We hebben een heel goed gevoel over de marktpositie van breedband.”

Ruemmler haalde de citaten en cijfers uit interne e-mails en getuigenissen van de acht Enron-luitenanten die op de hoogte konden zijn en meewerken met justitie in ruil voor strafvermindering. Maar het team van aanklagers heeft één aanzienlijk probleem. Er is geen papieren bewijs dat Lay of Skilling boekhoudfraude pleegde of handelde met voorkennis. En dus legden ze het accent op het gedrag van de bestuurders.

„Morgen is het de beurt aan de verdediging”, zei aanklager Ruemmler tegen de jury. „U zult passie horen, woede, anekdotes over hoe briljant de heren waren.” Het wordt rechtbanktheater, voorspelde de aanklager. „Ik kijk er best naar uit. Maar voor u heb ik één advies: trap er niet in.”

    • Freek Staps