“Eén op tien internetters is verslaafd'

Vijf tot tien procent van de tieners in Nederland is verslaafd aan internet. Zij zijn meer dan zestien uur per week online en hebben het gevoel daarmee niet meer te kunnen stoppen. Dat staat in het Jaarboek ICT en Samenleving 2006 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Rathenau Instituut, dat gisteren is gepresenteerd.

Allochtone jongeren internetten iets minder dan hun autochtone leeftijdsgenoten. Van de autochtone jongeren heeft 91 procent thuis een internetaansluiting, tegen 80 procent van de Surinaamse en Antilliaanse jongeren, 68 procent van de Turkse en 64 procent van de Marokkaanse jongeren.

Internet is wel goed voor de integratie. Allochtone jongeren discussiëren op webfora regelmatig met autochtone leeftijdsgenoten.

Ongeveer de helft van de jongeren doet zich op internet regelmatig anders voor. Een op de tien doet alsof hij of zij iemand van een ander geslacht is , vijf procent geeft zich uit als een ander, bestaand persoon.

De meeste jongeren beperken zich echter tot het neerzetten van persoonlijkheden die dichter bij hun eigen identiteit staan. Ze presenteren zich meer flirterig of stoerder dan ze zijn. Volgens de onderzoekers heeft dat in de meeste gevallen positieve gevolgen, “zoals vriendschap , verkering of meer zelfvertrouwen.“

Volgens de onderzoekers is er een eenvoudige manier om internetverslaving te stoppen: plaats de computer binnen het gezichtsveld van een ouder of zet een wekker die afgaat na een bepaalde tijd online. Internetgebruik bij jongeren is moeilijker te controleren dan televisie kijken. “Die methode werkt waarschijnlijk alleen bij kleine kinderen“, zegt Angela van van het Rathenau Instituut. “Op een gegeven moment worden kinderen zo oud dat ze zich aan het ouderlijk oog willen onttrekken.“

Een samenvatting van het rapport staat op www.scp.nl