Depressief met diepgang

De manisch-depressieve ziekte van psychiater Kay Redfield Jamison heeft haar leven interessanter gemaakt. Ervaringen delen met patiënten ziet ze als haar grootste missie.

Psychiater Kay Redfield Jamison Kay Redfield Jamison, Amsterdam, 9 mei 2006, foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

In Nederland zou het ondenkbaar zijn dat een niet-psychiater hoogleraar is in de psychiatrie, maar in Amerika kan dat wel. Kay Redfield Jamison (1946) is psycholoog en sinds 1987 hoogleraar psychiatrie aan de Johns Hopkins University School of Medicine. Jamison, die zelf lijdt aan manisch-depressieve ziekte (ook bekend als bipolaire stoornis), was vorige week op tournee in Nederland op uitnodiging van de Nederlandse patiëntenvereniging voor manisch-depressieven, in samenwerking met Eli Lilly Nederland.

Het delen van haar ervaringen met patiënten ziet Jamison als haar grootste missie sinds ze in Unquiet Mind: A Memoir of Moods and Madness (1995) bekendmaakte dat ze vanaf haar zeventiende aan manisch depressieve ziekte lijdt. Van al haar boeken is dit het populairst bij patiënten, maar Exuberance. The Passion for Life (2004) is haar het dierbaarst, vertelt ze desgevraagd: „Ik heb er vreselijk van genoten om dit boek te schrijven.”

Ze voltooide het kort na de dood van haar echtgenoot Richard Wyatt, een prominent psychiater op het gebied van schizofrenie. Jamison maakt onderscheid tussen het verdriet om de dood en het gemis van haar man en de vele depressies die ze doormaakte: „Na de dood van Richard had ik helemaal geen energieverlies en ik voelde me ook niet hulpeloos, slecht of schuldig zoals in mijn depressieve perioden.” Ze herkent zich totaal niet in de manier waarop Freud (1856-1939) dat verschil beschreef : „Hoewel Freud een mooie beschrijving geeft van de psychische dynamiek, blijft het allemaal te intellectualistisch, te veel hoofd, te weinig gevoel. En van de manisch-depressieve ziekte had Freud al helemaal geen verstand.” Nee, dan Kraepelin (1856-1926). De hele moderne indeling van de manisch-depressieve ziekte, inclusief het patroon van rapid cycling, waarbij de patiënt vier of meer stemmingswisselingen per jaar heeft, is terug te voeren op Kraepelin. Voor mijn vak als psycholoog heb ik veel gehad aan William James, onder andere door wat hij schreef in ‘The Varieties of Religious Experience (1902).”

Jamison wijst de kritiek dat ze haar aandoening te veel zou verheerlijken resoluut van de hand. „Ik romantiseer de ziekte beslist niet. Suïcide en de neiging jezelf te vernietigen is vreselijk. Maar ik geef toe dat mijn leven er interessanter op is geworden en er meer diepgang door heeft gekregen.” Ze houdt ook vast aan haar stelling dat in negentig tot vijfennegentig procent van de zelfmoordgevallen sprake is van een psychiatrische ziekte: depressie, manisch-depressieve ziekte, schizofrenie, al of niet gecombineerd met alcohol en drugs, of een persoonlijkheidsstoornis. Over het veelvuldig voorkomen van de borderline persoonlijkheidsstoornis heeft ze grote twijfels: „Vooral in bepaalde steden en bepaalde sociale lagen van Amerika zie je dat. Vaak gaat het om manisch-depressieve ziekte. Stel je die patiënten in op lithium, dan verdwijnt ook het borderline-gedrag.”

Beroemd is Jamison vanwege Manic-Depressive Illness (1990), dat ze met de psychiater Frederick Goodwin schreef. „Terwijl ik me verdiept heb in de psychofarmacologie, heeft Goodwin zich volledig gestort op psychotherapie.” Het boek is nog steeds wereldwijd het standaardwerk. Jamison werkt aan een tweede druk. „Het vergt grondige bewerking. Er is de laatste vijftien jaar enorm veel onderzoek op dit gebied verricht. Ik vind dat de balans de laatste tijd te ver is doorgeschoten naar de biologie en de psychofarmaca. In de nieuwe druk presenteren we veel onderzoek over het bewezen nut van psychotherapie bij manisch-depressieve ziekte.” Jamison verwacht bovendien veel van het erfelijkheidsonderzoek: „Over vijfentwintig jaar is het probleem van de manisch-depressieve ziekte vermoedelijk opgelost.”

    • Hans van der Ploeg