De vangst van de nijlbaars is zo slecht nog niet

Meer dan een miljoen mensen rond het Victoriameer verdienen aan de nijlbaars.

De keerzijde: de vissersvloot groeit, maar de vangst neemt nauwelijks toe.

Rond het Victoriameer is de vangst van nijlbaars niet uitgemond in de catastrofe die de documentaire Darwin's Nightmare suggereert. Integendeel, de lokale bevolking vaart er wel bij. Wie Darwin's Nightmare heeft gezien laat nijlbaarsfilet, of Victoriabaarsfilet zoals het wat chiquer heet, in de supermarkt in het schap liggen. Aan de vis kleeft bloed, zo doet de documentaire van Hubert Sauper uit 2004 geloven. De overdadige bevissing van de nijlbaars in het Victoriameer leidt in de drie omliggende landen (Kenia, Tanzania en Oeganda) tot prostitutie, aids, en armoede. De vliegtuigen die de vis naar Europa vervoeren, brengen op de heenweg wapens mee.

“Het sombere en zwarte beeld dat Sauper van de nijlbaarsvisserij schetst, klopt niet“, zegt Willem Ligtvoet van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in Bilthoven. “Het ligt veel genuanceerder. De nijlbaarsexport levert juist veel werkgelegenheid op doordat de visserij nog altijd in handen is van kleine vissers en de vis grotendeels in Afrika verwerkt wordt. Er zijn natuurlijk wel algemene problemen van de ontwikkeling van stedelijke gebieden.“ Ligtvoet baseert zich op een onlangs verschenen rapport dat consultant Martin van der Knaap schreef in opdracht van het MNP. De nijlbaarsstudie is onderdeel van een bredere studie naar de duurzaamheid van de Nederlandse consumptie in gebieden elders in de wereld. Doel was hierbij om niet alleen naar de ecologische effecten te kijken, maar ook naar de sociaal-economische. Uit de analyse van Van der Knaap blijkt dat de nijlbaarsvisserij tamelijk profijtelijk is voor de lokale bevolking. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan het gezamenlijke besluit van Kenia, Tanzania en Oeganda om geen industriële trawlervisserij op het meer toe te laten. Meer dan een miljoen mensen rond het meer verkrijgen zo direct of indirect hun inkomsten uit de nijlbaarsvisserij. De prijs die een Keniaanse visser kreeg voor zijn nijlbaars steeg in zes jaar tijd met 140 procent.

Maar het succes heeft zijn keerzijde, zegt Ligtvoet. “Er dreigt overbevissing van de nijlbaars. Dat komt doordat iedereen die wil, kan gaan vissen op het Victoriameer.“ Van 1990 tot 2002 groeide de vissersvloot met een factor tweeënhalf, tot ruim vijftigduizend boten. Tegelijk nam de vangst nauwelijks toe. Sinds het topjaar 1989 schommelt de nijlbaarsproductie rond de 300.000 ton per jaar. Volgens Ligtvoet kan goed visserijbeheer ineenstorting van het bestand voorkomen. “De visserij zal tijdig aan banden gelegd moeten worden om overbevissing te voorkomen. Anders krijg je toestanden als met de Noordzee, waar visbestanden daadwerkelijk instorten.“ In de landen zelf worden vooral beschadigde en ondermaatse nijlbaarzen verhandeld. Grote exemplaren zijn voor de export. Nederland is goed voor eenderde van de Europese afname en veel van de handel loopt via Nederland. De Afrikaanse visser krijgt voor zijn nijlbaars een halve euro per kilo. De Europese consument betaalt tien euro per kilo.

Sociale wantoestanden als in Darwin's Nightmare trof Van der Knaap inderdaad aan in de vissersdorpen, maar hij stelt dat de nijlbaarsvisserij het potentieel heeft om vissers uit de armoedespiraal te halen. Het probleem is nu dat de vissers geen spaarcultuur kennen - er zijn bovendien geen banken. Vissers geven het geld dat zij verdienen vaak meteen uit aan drank en prostituees. Door de bevolking te stimuleren meer te investeren in de toekomst, kan het sociale welzijn snel verbeteren.

De nijlbaars werd in de jaren vijftig in het Victoriameer uitgezet met als doel de bevolking te voorzien van een goede eiwitbron. Het pakte rampzalig uit. De roofzuchtige vis decimeerde de inheemse Victoriacichliden: meer dan 300 soorten verdwenen en daardoor veranderde ook de gehele ecologie van het meer. De visserij op cichliden maakte plaats voor visserij op nijlbaars, dagaa (een soort spiering) en tilapia. Ligtvoet: “Het is heel speculatief, maar het ziet ernaar uit dat als de nijlbaars met een stevige bevissing flink op zijn kop krijgt, de biodiversiteit van het meer zich gedeeltelijk kan herstellen.“

    • Sander Voormolen