De klauw

Drie ingenieurs verwonderen zich over de mens en zijn apparaten. Aflevering 8: de grijpautomaat.

Eindelijk was er weer kermis in de stad. Met een broekzak vol rinkelende guldens liep ik, tien jaar oud met buitenboordbeugel, direct naar de grijpautomaten. Geroutineerd cirkelde ik rondjes om felverlichte kasten met namen als Mr. Claw en Gold Digger. Daar loeide de sirene weer: „Jeppa, Jeppa! Wie p-p-pakt die prijzen?”

De truc was een zwakke prooi uit te kiezen. Een kast met een paar uurwerkjes op een hoopje, vlakbij het prijzenluikje, dan maakte je de grootste kans.

Ik koos voor de Watch Box. Gulden erin, handen aan de knoppen. Met de linker stuurde ik de grijper voorwaarts en zijwaarts. De rechterknop was voor de grand finale. Dan zakte de klauw richting het horloge en p-p-pakte die prijzen.

Tenminste, dat was de bedoeling. Want meestal schudde de grijper zo wild dat ik niets dan piepschuim hapte. Of hij pakte mijn favoriete horloge weliswaar op, maar liet hem vlak voor het prijzenluikje weer vallen. Een zorgvuldig gekozen spoelstroompje zorgde er voor dat de knijpkracht van de grijper telkens weer een millinewton te laag uitviel. Pas vele jaren later zou ik daar bewondering voor krijgen. Grijpautomaten, fruitmachines en andere gokkasten: het is de imperfectie tot in de perfectie uitgewerkt.

Een verslaving moet gevoed worden, dus natuurlijk won ik soms wél een horloge. „Jeppa, Jeppa!” riep de uitbater dan. „Alweer een winnaar mensen!”

Thuis stalde ik mijn buit uit op mijn nachtkastje. „Wat moet je met die rommel?” zei mijn vader. „Die lui kopen het in per kilo. Zelfs als je wint, maken ze nog winst.” Pfff, dacht ik, je bent gewoon jaloers op mijn zilveren Bolex, Made in China.

Onder mijn dekens speelde ik met de verlichting van de display. Ik flitste het morsesignaal voor S.O.S., net zo lang tot de batterij ermee stopte.

Een kwartiertje.

    • Tonie Mudde