‘Dat ík haar zou bellen? Nee, nee’

Na de uitzending van Zembla besloot minister Verdonk directeen onderzoek in te stellen naar Hirsi Ali. „Het gaat om de geloofwaardigheid van een parlementslid.”

Een „dubbel gevoel” houdt minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) over aan de afgelopen week. Zij is er om regels te handhaven, maar ze moet dat nu doen tegen iemand die ze persoonlijk goed kent. Daar heeft ze het moeilijk mee, zegt ze. „Maar uiteindelijk vind ik dat wetten en regels voor iedereen gelden.”

Het is maandagmiddag, half vier. Rita Verdonk zit in de voormalige werkkamer van Joop van den Ende in de tv-studio’s van Endemol in Aalsmeer, waar ze is voor de opnames van de Achmea Kennisquiz. Die ochtend had ze een sms’je gekregen van een medewerker. Ayaan Hirsi Ali had aangekondigd dat ze Nederland zou verlaten en in Washington zou gaan werken. „Het is natuurlijk haar eigen keuze, maar ik was er door verrast.”

Maar deze dag zou Verdonk zelf ook voor een verrassing zorgen. Een paar uur na het gesprek zou ze een brief aan Hirsi Ali sturen. Ook de Tweede Kamer kreeg ’s avonds een brief. Op grond van de conclusies van een onderzoek van de Immigratie- en Naturalisatiedienst én de uitzending van het VARA-programma Zembla van vorige week donderdag vindt Verdonk dat het Tweede-Kamerlid de Nederlandse nationaliteit onrechtmatig heeft verkregen. Zij heeft nog zes weken om een verweer op deze conclusie te schrijven.

De brief noemt Verdonk deze maandagmiddag nog niet. Ze zegt dat ze zo snel mogelijk duidelijkheid zal geven en wil nog niet speculeren over een mogelijk verlies van Hirsi Ali’s Nederlanderschap.

Maar ze praat wel over het onderzoek dat ze heeft laten instellen naar het Tweede-Kamerlid. „Vrijdagochtend werd ik ingelicht over de uitzending van Zembla. Daarin waren nieuwe feiten aan het licht gekomen, die een onderzoek rechtvaardigen. Ik heb de IND daar die vrijdag opdracht toe gegeven. Het ging me vooral om wat ze had gezegd over onjuistheden rondom haar identiteit. Dat was nieuw voor mij.”

Wat vond u van de uitzending?

„Ik heb Zembla niet zelf gezien, ik heb het te druk met campagne voeren. Maar er kwamen zo veel vervelende berichten, dat ik het niet meer dan zorgvuldig vond om goed te kijken wat er gebeurd is. Deze zaak moeten we snel de wereld uit helpen. Het gaat om de geloofwaardigheid van een parlementslid, en daarmee om de geloofwaardigheid van de parlementaire democratie. Als je een publiek figuur bent en je zit als volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer, dan hoor je je goed aan de regels houden.”

De kwestie rondom de valse identiteit was nieuw voor u. Geldt dat ook voor haar vluchtverhaal?

„Ik heb begrepen dat ze daar in het openbaar wel eens wat over gezegd had, maar dat is niet waar het mij nu om gaat. Dat doen meer mensen. Het gaat me om de andere identiteit die ze na haar vlucht had aangenomen.”

Tegenstanders zeggen dat u zo snel reageerde omdat u uit zou zijn op politiek gewin.

„Ik heb toch niet op de trom geslagen? Ik heb hier allemaal niet om gevraagd, kom nou. Het is toch terecht dat ik snel reageer. Ayaan zelf zet een verhaal neer op Zembla dat vragen oproept. Dan kan het toch niet zo zijn dat we daar niet op reageren? Onderzoek doen is op dat moment mijn plicht als minister.”

Door uw snelle reactie valt de kwestie-Hirsi Ali samen met de campagne voor het lijsttrekkerschap. Deze weken moeten de leden van de VVD hun stem bepalen. U had het ook een paar weken kunnen laten rusten.

„Die zaken hebben niets met elkaar te maken. Ik ben kandidaat-lijsttrekker, maar ben ook minister voor Vreemdelingenzaken. Het heeft alleen met mijn portefeuille te maken, en verder nergens mee. De leden die een keuze gaan bepalen, kunnen dat wel scheiden.”

Had u die vrijdagochtend geen behoefte haar zelf te bellen?

Verbaasd: „Dat ík haar zou bellen? Nee, nee.”

Zij is partijgenoot, u kent haar goed en zij steunt uw kandidatuur voor het lijsttrekkerschap.

„En ik ben een supporter van Ayaan. Soms moet je even weten wanneer je iemand beter niet kunt bellen. Natuurlijk zit er een menselijk aspect aan deze zaak. Dat is bij alle zaken zo, maar het speelt extra nu het om iemand gaat die als persoon dicht bij me staat. Maar ik ben ook minister, en ik handhaaf wetten en regels die voor iedereen gelden.”

Heeft uw opstelling in de zaak rondom de uitzetting van de Kosovaarse scholiere Taïda Pasic uw houding in deze zaak beïnvloed? Zij werd door u bekritiseerd, omdat zij volgens u immigratieregels had overtreden.

„Nou ja, laat ik dit zeggen: ik vind dat duidelijk moet zijn dat dit het beleid is zoals ik het wil voeren. Regels gelden voor iedereen en daar moet iedereen zich aan houden.”

Destijds is u door enkele partijen verweten een provocerende politiek te voeren. Dat verwijt valt nu weer.

„Ik heb een duidelijke manier van politiek bedrijven. Daardoor wordt burgers wel duidelijk waar ik als minister voor sta. Maar dat heb ik vanaf het begin geprobeerd te doen, los van individuele zaken.”

    • Guus Valk