Commotie over tbs pakte slecht uit voor tbs’ers

Incidenten met ontsnapte tbs-patiënten leidden tot veel ophef. De onderzoekscommissie-tbs is daarover kritisch.

De tbs-kliniek als duiventil. De samenleving die geen proeftuin is voor gevaarlijke tbs’ers. Tweede-Kamerleden reageerden vorig jaar juni geschokt op de ontsnapping van tbs’er Wilhelm S., die in Amsterdam een moord pleegde. De reactie in zowel de politieke als journalistieke arena was hevig na die zoveelste affaire rond ontsnapte tbs’ers. Maar ook op het ministerie van Justitie en in de tbs-klinieken was de commotie groot. Minister Donner (Justitie, CDA) besloot per direct om tijdelijk alle verloven in te trekken in de kliniek waar Wilhelm S. verbleef. Andere klinieken gingen op voorhand zwaardere verlofcriteria hanteren.

In dat maatschappelijke klimaat werd vorig jaar oktober de tijdelijke onderzoekscommissie-tbs geïnstalleerd.

Afgelopen maart organiseerde de commissie openbare verhoorsessies waar betrokkenen uit het veld van de tbs, de psychiatrie, ministeries en het openbaar ministerie hun relaas konden houden. De politieke en journalistieke hype naar aanleiding van de affaires kreeg tijdens de verhoren veel aandacht. „Ik vind oprecht dat de Tweede Kamer veel te veel incidentgericht is. Dat doet het goed voor de bühne, maar het lost niets op”, liet oud-minister Korthals (Justitie, VVD) zich tijdens zijn verhoor ontvallen. Dat is onderdeel van de politieke cultuur, zo stelt de commissie in haar eindrapport vast. Want in functie zou Korthals die opmerking nooit gemaakt hebben. Kabinetsleden durven kritiek op het parlement niet te uiten, „terwijl het volgens hun eigen opvatting van wezenlijke betekenis is.”

De commissie heeft in haar eindrapport een analyse gevoegd van de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) over de hypes rond de affaires. Het aantal artikelen rond dergelijke ontsnappingen neemt volgens de RMO jaarlijks toe, terwijl het aantal incidenten juist afneemt. Volgens de commissie moet ook de politiek zich afvragen wat haar rol en invloed op het tbs-beleid is geweest.

Dat geldt ook voor de ad hoc-maatregel van minister Donner om vorig jaar alle verloven in de kliniek waar Wilhelm S. verbleef, in te trekken. Zo’n categorische maatregel heeft een negatieve uitwerking gehad op het hele tbs-veld, zowel patiënten als personeel. „Dergelijke maatregelen voor het hele veld dienen in de toekomst niet genomen te worden.”

Een vorm van verlofbeleid voor tbs’ers staat voor de commissie niet ter discussie. Verlof is nodig om te zien of behandeling in de kliniek effect heeft gehad. Zonder verlof blijft alles wat er in de kliniek gebeurt een vorm van droogzwemmen.

Maar de commissie voegt daar wel een belangrijke aanbeveling aan toe. Na ontslag moet het mogelijk worden de ex-tbs’er veel langer ingrijpend te kunnen volgen. De termijn van voorwaardelijke beëindiging van tbs moet worden verlengd van drie naar maximaal negen jaar. Die aanbeveling vergt samenwerking tussen de tbs-kliniek, de reclassering en de reguliere geestelijke gezondheidszorg, aldus de commissie. Dat is nu in de praktijk een belangrijk obstakel omdat met name de reguliere psychiatrie huiverig is om in zee te gaan met tbs-patiënten. Dat is het gevolg van terughoudendheid, of zelfs regelrechte onwilligheid, aldus de commissie.

In eerste reactie zegt voorzitter Andrée van Es van GGZ-Nederland de hand in eigen boezem te steken. De samenwerking tussen justitie en de geestelijke gezondheidszorg (ggz) is volgens haar inderdaad slecht geweest. De professionals in de tbs-klinieken en de ggz-instellingen kenden elkaar nauwelijks. Daar komt langzamerhand verandering in, maar elke cultuuromslag heeft tijd nodig. Volgens Van Es moet het aantal forensische plaatsen voor ex-tbs’ers groeien van 300 naar 800. Als dat gebeurt, heeft de commissie haar eerste winst binnen. Want de gebrekkige uitstroom van tbs’ers uit de klinieken is een van de belangrijkste obstakels voor een goed functionerend tbs-beleid.

    • Jos Verlaan