Blunder Verdonk

Binnen 24 uur nadat het Kamerlid Nawijn (Groep Nawijn) vragen stelde, nam minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratiebeleid, VVD) gisteravond het Kamerlid Hirsi Ali (VVD) de facto haar paspoort af. Zelden is in hoger tempo een grotere politieke, bestuurlijke en juridische fout gemaakt. Niet alleen was Verdonks oordeel onzorgvuldig door de hoge snelheid, maar ook door de eenzijdige en mogelijk onjuiste interpretatie van de jurisprudentie van de Hoge Raad. Politiek lijkt haar optreden ingegeven door het verlangen haar profiel als ‘daadkrachtig’ kandidaat-VVD-leider te versterken. Dat een minister een Kamerlid uit het parlement verwijdert via bestuurlijk snelrecht is nooit eerder vertoond.

Verdonk baseert zich op een uitspraak van de Hoge Raad van 11 november 2005 over een Iraaks gezin dat onder valse naam was genaturaliseerd. Dit gezin verloor het Nederlanderschap weer om de formele reden dat de leden in het naturalisatiebesluit niet correct waren geïdentificeerd. De rechtbank had geen bijzondere omstandigheden vastgesteld waarom dat het geval was. Die correcte identificatie is belangrijk omdat in de wet staat dat er een behoorlijk onderzoek naar de antecedenten moet plaatsvinden. Naturalisatie wordt afgewezen als er ernstige vermoedens bestaan dat de persoon gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk.

Justitie mag blind zijn, ze is gelukkig niet doof en ook niet gek. De Hoge Raad erkent immers het bestaan van bijzondere omstandigheden. Daar geeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad ook voorbeelden van. Er kan een verschrijving zijn geweest, een naam kan zijn verbasterd of verkeerd overgezet. Het kan ook een naam zijn ‘waaronder de naturalisandus ook bekend staat en door hem bevoegdelijk is gevoerd’. Dan is wél duidelijk wie de kandidaat is en kon hij ook worden geïdentificeerd. Zo kan een ‘valse’ identiteit toch een rechtsgeldige naturalisatie opleveren.

Ayaan Hirsi Magan gaf destijds de achternaam op van haar moeder, Ali. Of zij dat volgens Somalisch recht mag, weten we niet. Maar een dergelijke bevoegdheid komt wel voor. In Nederland mogen ouders bijvoorbeeld kiezen of zij hun kind de achternaam van de vader of de moeder geven. Identificeerbaar, hét criterium uit de wet, was zij wel. De verblijfplaats van haar vader én haar moeder waren bekend. Een onderzoek naar de vraag of zij gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de goede zeden, of de veiligheid van het Koninkrijk is, zo op het oog, mogelijk geweest. Hirsi Ali maakte er nadien ook nooit een geheim van.

Er is dus gerede twijfel of de conclusie van Verdonk dat ‘aangenomen mag worden dat zij het Nederlanderschap niet heeft verkregen’ juist is. De minister had natuurlijk meer tijd moeten besteden aan onderzoek naar de vraag of Hirsi Ali fout zat bij haar aanvraag. En of die fout van materieel belang was. Dan had Verdonk ook beter kunnen nadenken over de enorme politieke consequenties die het afnemen van het Nederlanderschap van een belangrijk Kamerlid en een internationaal bekende opinieleider heeft voor het aanzien van het Koninkrijk. Zij had zelfs de voorwaarden voor het weigeren van het Nederlanderschap nog eens kunnen raadplegen, met het oog op het afnemen ervan. Nooit kwam Hirsi Ali ook maar in de verste verte in de buurt van één afwijzingsgrond. Verdonk beschadigt het aanzien van Nederland, bederft de verhoudingen met de Kamer, bedreigt een parlementariër met stateloosheid en gedraagt zich op een wijze die het Koninkrijk onwaardig is. En waarom eigenlijk?