Verbey: schoonheid in structuur

Theo Verbey Nederland, Amsterdam, 03-01-2006 Theo Verbey (Componist) werd op 5 juli 1959 in Delft geboren. Opleiding: Van 1978 tot 1984 studeerde hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag: muziektheorie bij Hein Kien en Diderik Wagenaar en compositie bij Peter Schat en Jan van Vlijmen. Daarnaast volgde hij in 1992 de ISCM zomercursus in Polen, in 1984 de DarmstŠdter Ferienkurse en in 1998 de cursus Digital Recording & Mixing aan het College of Multimedia in Amsterdam. In 2002 volgde hij de cursus koordirectie van de SNK. Activiteiten: Sinds 1984 is hij docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarnaast is hij sinds 1995 docent instrumentatie en compositie aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. In 1993 en 1997 was hij jurylid van de Internationale Compositiewedstrijd Koningin Elisabeth te Brussel en in 1998 van het Nationale Compositieconcours van Tapei (Taiwan). In 2001 was Verbey zowel gastdocent aan het Royal College of Music in Londen als composer-in-residence tijdens het EuropŠisches Musikfest MŸnsterland. Composities: Zijn werk werd uitgevoerd door vrijwel alle Nederlandse orkesten, waaronder ook het Koninklijk Concertgebouworkest, het Residentie Orkest, het ASKO Ensemble, het Schšnberg Ensemble, het Nieuw Ensemble, het Radio Kamerorkest en Nieuw Sinfonietta Amsterdam. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden, met Ellen Corver, piano. Stravinsky: Apollon musagète; Le sacre du printemps; Verbey: Piano Concerto. Gehoord: 13/5 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 16/5 20.00.

Wat is belangrijker aan muziek: de buitenkant of de binnenkant? De direct waarneembare klank en emotie, of de dieper liggende structuur, die alles bij elkaar houdt? Het is een onoplosbare kwestie, die zowel componisten als luisteraars blijft bezighouden. Voor componist Theo Verbey komt schoonheid van structuur op de eerste plaats, omdat, zo zegt hij, „muziek op een bepaalde manier uitsluitend klinkende structuur is.”

Des te opvallender dus, dat zijn nieuwe compositie, die op diverse plaatsen eerder was aangekondigd als Fractal concerto no. 2, zaterdag toch haar wereldpremière beleefde als Piano concerto. Klank won het in elk geval in de titel van structuur, net als bij het Clarinet concerto dat in januari in première ging. Toch blijft de fractale geometrie voor Verbey uitgangspunt van de structuur, wat in de Fractal symphony (2004) en de Fractal variations (2005) nog expliciet was. Het principe van repeterende getalsverhoudingen is inmiddels een tweede natuur voor Verbey, lijkt de strekking. Een persoonlijke handelswijze, waar de buitenwereld verder niet teveel mee te maken hoeft te hebben.

Het Piano concerto heeft een aangename klank; vaak wat filmisch en soms ronduit sprookjesachtig. Toch is het precies de spanning tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ die te veel de aandacht trekt. De muziek bestaat grotendeels uit statische momenten die telkens wat dralen in afwachting van het volgende structurele scharnierpunt. Die scharnierpunten komen met ijzeren maar ondoorgrondelijke regelmaat, en brengen vaak niet veel meer dan een wisseling van grondtoon in de traag voortschrijdende harmoniek. Hoewel dit samen met de zinnelijke klank van het geheel soms minimalistisch aandoet, ontbreekt hier het procesmatige.

Eerder is sprake van pure verhoudingen in uitvoeringslengte, zoals John Cage die ook voorstond. Die verhoudingen overheersen hier echter volledig, en willen maar niet op natuurlijke wijze met hun ‘inhoud’ versmelten.

De pompeuze slagakkoorden die spectaculair opspattend de voortgang articuleren, staan ergens tussen Stravinsky (Verbey gebruikte de enorme blazersbezetting van Le sacre du printemps), en gagaku, de Japanse hofmuziek die Verbey zo fascineert. Ook de af en toe naar pentatoniek neigende modaliteit draagt hieraan bij, al is de verwijzing hier lang niet zo expliciet als in het Clarinet concerto.

Pianiste Ellen Corver, wier niet al te opzienbarende partij wisselde tussen gejaagd repeterende noten in de twee ‘toccata’-delen en meer introspectieve akkoorden in de ‘dialogues’, speelde het geheel met Apollinische beheersing. Dirigent Jaap van Zweden zorgde vooral in de ‘dialogues’ voor helder vraag- en antwoordspel tussen solist en orkest.

Het Piano concerto van Verbey werd geflankeerd door twee topstukken uit Stravinskys balletmuziek. Het neoklassieke Apollon musagète klonk vooraf strak en helder onder Van Zwedens gedecideerde slag, met een zweem van nostalgie – niet alleen naar het échte klassicisme en de Barok, maar in het lekker fel syncoperende coda ook naar de jaren twintig-jazz.

Werkelijk sensationeel was echter de afsluitende uitvoering van Le sacre du printemps dat in 1913 in Parijs het oproer veroorzaakte waarmee Stravinsky’s naam voorgoed werd gevestigd. De opening klonk nog wat moeizaam doordat enkele van de solistische blazers hun dag niet leken te hebben, maar als geheel bracht het orkest hierna een weergaloze Sacre, in volle vaart en met akkoorden scherp en meedogenloos als een guillotine.