Van schlemiel tot superman

Op zijn 36ste krijgt Jens Lehmann de erkenning die hij verdient: eerste doelman van het Duitse voetbalelftal op het WK in eigen land. Woensdag staat hij met Arsenal in de Champions League-finale. Oud-slapie Youri Mulder: „Jens is typisch Duits opgevoed: degelijk en gemanierd.”

Jens Lehmann in actie op een training van zijn club Arsenal, vorige week. Foto AFP Arsenal goalkeeper Jens Lehmann dives for a catch during a practice session at the Club's training ground at London Colney, 11 May 2006, ahead of their Champions League final clash with Spanish side Barcelona in Paris 17 May. AFP PHOTO/ODD ANDERSEN AFP

„Duitsland schonk de wereld Beethoven, Claudia Schiffer en Michael Schumacher. Arsenal kreeg helaas Jens Lehmann.”

De Engelse tabloid The Sun kende geen mededogen toen de Duitse doelman van Arsenal in de kwartfinale van de Champions League van 2004 tegen stadgenoot Chelsea twee fatale blunders had gemaakt.

Twee jaar later lacht het leven Jens Lehmann weer toe. Vorige maand werd hij door de Engelse media uitgeroepen tot ‘Superman’, nadat hij tegen Villarreal twee minuten voor tijd een penalty van Riquelme uit zijn doel had gehouden. Daarmee had hij de weg vrijgemaakt voor Arsenals eerste finale in de Champions League – woensdag tegen Barcelona.

April 2006 was toch al een gedenkwaardige maand voor de 36-jarige Lehmann, die in de herfst van zijn carrière eindelijk de internationale erkenning krijgt waar hij al jaren om vraagt. Hij kwam onverwacht als winnaar uit de strijd in de zogenoemde Torwartfrage (de keeperskwestie) die in Duitsland maandenlang tot verhitte volksdebatten leidde: zijn gevecht met aartsrivaal Oliver Kahn van Bayern München, de man die Lehmann vier eindtoernooien op de bank hield – en met wie Lehmann bepaald niet gaat stappen.

In tegendeel. In de aanloop naar het EK in Portugal (2004), liet hij zich denigrerend uit over de relatie van Kahn (net als Lehmann 36) met een jonge vrouw. „Ik heb geen 24-jarige vriendin, ik heb een andere levenswandel”, zei Lehmann. En na een geweldige fout van Kahn tegen Real Madrid, twee jaar geleden, vroeg hij zich hardop af of het tijdperk-Kahn niet zo langzamerhand ten einde was. Toch bagatelliseert hij zijn tweestrijd met Kahn. „Het is rivaliteit, geen oorlog”, zei hij eens. Vorige maand, op 7 april om 15.47 uur precies, kwam eindelijk Klinsmanns verlossende antwoord op de T-Frage: Jens Lehmann mag zich in de herfst van zijn turbulente loonbaan, nota bene op het WK in eigen land, eindelijk Nummer eins noemen, de eretitel waarvan Oliver Kahn dacht de alleenrechten te bezitten.

Het tekent de vaak onbegrepen vechtjas Jens Lehmann, dat hij acht jaar lang op de bank bleef zitten in afwachting van die ene kans, overtuigd als hij is van zijn kwaliteiten. „Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die wat betreft talent completer is dan ik”, zei hij in 2003 in de Süddeutsche Zeitung. Dergelijke uitspraken maakten hem volgens velen onuitstaanbaar.

Toch is Lehmann niet arrogant, zegt Youri Mulder, die in de jaren negentig bij Schalke 04 lange tijd de kamer met hem deelde. „Hij loopt absoluut niet naast zijn schoenen. Jens is wel enorm zelfverzekerd en heel eerlijk. Hij zegt wat hij denkt. Daarmee maakt hij het wel eens moeilijk voor zichzelf. Maar hij is een hele aardige, intelligente jongen. Typisch Duits opgevoed: heel degelijk, enorm gemanierd.” En bezeten van zijn werk, zo bleek Mulder al tijdens zijn Schalke-jaren. „Ik zag een keer in de gemeenschappelijke tuin van zijn appartementencomplex in Essen een zak met ballen liggen”, zegt Mulder. „Hij trainde zelfs thuis. Hij had een tijdje [oud-international Harald] ‘Toni’ Schumacher als privétrainer.” Daarnaast hield hij zich ook serieus met een maatschapelijke carrière bezig. Bij Schalke studeerde Lehmann in de avonduren economie. Mulder: „Ik wilde naar MTV kijken, maar dan zette Jens de tv uit. Dan zei hij quasi-plechtig: ‘Youri, jij maakt niets van je leven, je kijkt alleen maar tv.’ Maar hij is een fantastische keeper die iets uitstraalt en heerst in het strafschopgebied. Hij heeft periodes dat het elftal het gevoel krijgt dat hij de onmogelijkste ballen pakt. Dan leeft hij in een roes. Zo wonnen wij onze wedstrijden.”

In die roes groeide Lehmann uit tot één van de beste keepers ter wereld, het slot op de deur van het sterrenensemble van Arsenal, dat in de Champions League al ruim 15 uur geen doelpunt tegen kreeg.

Jens Lehmann, geboren in Essen, begon zijn carrière als aanvaller, voordat Schalke hem als 17-jarige keeper oppikte bij Schwarz-Weiss Essen. Maar Schalke verkeerde in 1988 in een geweldige crisis die de club tot onderin de tweede Bundesliga bracht. De volksclub vocht zich begin jaren negentig terug. Ondanks zijn talent had Lehmann niet altijd een plek in de basis. Een dieptepunt voor Lehmann was een uitwedstrijd tegen Bayer Leverkusen, waar hij in een ongelukkig kwartier drie doelpunten om de oren kreeg. Nadat hij in de rust was gewisseld, nam hij direct de tram terug naar huis.

Lehmann kwam terug en speelde een hoofdrol in het Nederlands getinte Schalke van Mulder, Huub Stevens en Johan de Kock dat in 1997 in Milaan de UEFA Cup won, na strafschoppen (4-1) in de finale tegen Inter. Lehmann zou meer belangrijke penalty’s stoppen.

Een jaar later kreeg hij een droomtransfer, naar AC Milan, maar een basisplaats kreeg hij niet. Nog hetzelfde jaar hapte hij gretig toe toen Borussia Dortmund hem wilde inlijven. Maar ook bij Dortmund maakte hij het zich niet gemakkelijk, niet in de laatste plaats omdat hij bij zijn komst had verklaard dat hij in zijn hart Schalke-fan zou blijven. Toen Dortmund in een crisis raakte, werd ‘Der Schalker’ uitgefloten in eigen huis. Toch wist hij vrede te sluiten met de supporters van die andere volksclub uit het Ruhrgebied, zeker nadat de club in 2002 de landstitel won, gevolgd door een UEFA-Cupfinale tegen Feyenoord.

Kort daarna, in de zomer van 2003, trok Lehmann opnieuw naar het buitenland, naar Arsenal, waar hij de lokale legende David Seaman moest opvolgen. Lehmann begon met een spectaculair record: hij bleef zijn eerste 47 duels bij Arsenal ongeslagen. Bovendien werd hij in 2004 als eerste Duitser voetballer kampioen van Engeland. Lehmann leek op weg naar een heldenstatus, maar stond zichzelf in de weg met een aantal opzichtige blunders en soms agressieve uitingen. „Dat is zijn rechtvaardigheidsgevoel”, zegt Mulder. „Hij kan er niet tegen als een spits hem nog even een knietje geeft.”

Zoals hij er ook niet tegen kan als een ander uit zijn drinkflesje drinkt – hij schreef eens drie keer met grote letters ‘Jens’ op zijn bidon. Door zijn temperament liep hij in zijn carrière al verschillende rode kaarten op. Een jaar geleden werd hij door de UEFA geschorst nadat hij op Highbury na de wedstrijd tegen Bayern München in de spelerstunnel water naar de arbiter had gegooid.

Toen zijn trainer Arsène Wenger hem in december 2004 op de bank zette, vroeg hij zich af: „Het spijt me, maar wat heb ik dan verkeerd gedaan?” – waarop de Britse kranten de volgende dag reageerden met een lijst van alle fouten die zij van hem hadden kunnen vinden. Maar een punt had hij wel. „Ik twijfel niet aan mezelf”, zei Lehmann. „Waarom zou ik? Ik kwam hier en werd kampioen zonder één wedstrijd te verliezen. Wie kan dat zeggen?”

Net als bij de Mannschaft gaf de reservist zich niet over. Na tien wedstrijden op de Arsenal-bank kwam hij „gehard” terug, wilde hij wel toegeven. En dat betaalde zich vorig jaar in de Cup Final tegen Manchester United uit, toen hij Arsenal met een aantal prachtige reddingen in de race hield, om na de verlenging ook nog de beslissende penalty van Scholes te stoppen.

De ene dag de schlemiel die eenzaam en verongelijkt tegen windmolens vecht, de andere dag de gevierde held die de beslissende penalty uit zijn doel ranselt – die extremen horen bij Lehmann. Alsof hij die spanning nodig heeft. „Hij zoekt het zelfs op”, zegt Mulder. „Hij heeft een stok achter de deur nodig.” Wellicht, met de Champions League-finale en het WK voor de boeg, moet het mooiste nog komen voor Jens Lehmann.