Shell-baas: nieuwe realiteit op oliemarkt

Landen met olie- en gasvoorraden zullen zich steeds harder en nationalistischer opstellen tegenover energieconcerns. Dit heeft Jeroen van der Veer, topman van de Nederlands-Britse energiereus Shell, dit weekend gezegd tegen de zakenkrant Financial Times.

„Hoe hoger de prijs van olie en gas, hoe meer het nationale denken toeneemt. Dit is de nieuwe realiteit. Uiteindelijk zijn regeringen de baas”, aldus Van der Veer.

Hij reageert op recente ontwikkelingen in Zuid-Amerika. In Bolivia werden de olie- en gasvelden genationaliseerd en moeten buitenlandse concerns opnieuw contracten afsluiten. In Venezuela, een van ’s werelds grootste olieproducenten, werden oliebedrijven gedwongen contracten over te sluiten en joint ventures aan te gaan met staatsoliebedirjf PDVSA.

Volgens Van der Veer hebben olieconcerns dit maar te accepteren en heeft het geen zin een rechtszaak aan te spannen omdat contracten plots eenzijdig worden aangepast. „Je moet even diep ademhalen, soms een nieuwe deal sluiten en doorgaan.”

De olieprijs ligt al enige tijd boven de 70 dollar per vat. Een paar jaar geleden werd 30 dollar nog als hoog beschouwd in de markt. Ook spanningen rond Iran stuwden de prijs op. Begin van deze middag kostte een vat Noordzee-olie (159 liter) 70,76 dollar op de Londense termijnmarkt.

Niet iedereen is het eens met de Shell-baas. Topmanager Rex Tillerson van het Amerikaanse ExxonMobil zei in de Financial Times dat voorkomen moet worden dat overheden eenzijdig contracten wijzigen of opzeggen. „Wij zoeken met niemand ruzie, maar contracten zijn belangrijk voor ons. Als je ze wilt veranderen, moet je onderhandelen.” Volgens de krant vrezen Exxon-managers dat oliefirma’s anders steeds vaker geconfronteerd worden met landen die verdere consessies eisen.