Routinier De Bruijn mikt op deelname Spelen in 2008

Waterpoloster Daniëlle de Bruijn is weer international.

Met haar team Donk strijdt ze om het kampioenschap.

Daniëlle de Bruijn (nummer 13) verloor met Donk . Foto Fred Ernst Danielle de Bruijn (13) in aktie. foto Fred Ernst Ernst, Fred

Waterpolowedstrijden op hoog niveau worden beslist in een enkel moment, doceerde Daniëlle de Bruijn gisteren. Een verschil van mening over tactische details met de toenmalige bondscoach deed haar in oktober 2003 besluiten haar interlandcarrière te beëindigen. Tijdelijk, want nu Robin van Galen de scepter zwaait bij het nationale vrouwentem wil de 28-jarige routinier de Olympische Spelen halen.

De waterpoloster verliet gisteren als een van de laatsten het zwembad in Bilthoven. Jongere en soms huilende ploeggenoten van GZC Donk hadden haar omhelzingen en opbeurende woorden nodig. Na een zinderende wedstrijd verloor de titelhouder uit Gouda de tweede wedstrijd van een best-of-three serie om het Nederlands kampioenschap van de hoofdklasse na strafballen. Tegenstander Brandenburg, als vierde geëindigd in de competitie, dwong daardoor een beslissende derde wedstrijd af.

Schaafwonden op armen en in haar hals lieten na afloop zien dat De Bruijn ware lijf-aan-lijfgevechten had gevoerd met de speelsters van Brandenburg. De spelverdeelster liet zich niet onbetuigd bij persoonlijke duels, die zich voornamelijk onder water afspeelden. Meer dan eens zwom de waterpoloster met badmuts nummer 13 in Bilthoven over een tegenstandster alsof ze die niet zag. Vlak voor het verstrijken van de verlenging beging ze haar derde persoonlijke fout, waardoor ze geen strafworp in de serie mocht nemen.

Dus baalde De Bruijn, die in dertien jaar waterpolo op topniveau drie landskampioenschappen, vier nationale bekers en een zilveren medaille in de Europa Cup won. „Het was een thriller op het scherpst van de snede. In zo’n wedstrijd is het niveau niet echt hoog en gaat ook niet alles even vriendelijk. Dat hoort erbij”, vertelde ze na een schouderklopje van Brandenburg-trainer Johan Aantjes, die zich eerder in woord en gebaar had opgewonden over de arbitrage.

De Bruijn staat bekend als een van de beste, zoniet de beste onder de Nederlandse waterpolosters. Een linkshandig natuurtalent, volgens haar trainster Lieneke Perik-Van den Heuvel, dat snel zwemt en over een goed schot beschikt. In het jonge team van GZC Donk is De Bruijn de sturende kracht in het bad.

Ook in het Nederlandse nationale team was ze acht jaar een vaste waarde. Tot ze na een meningsverschil met bondcoach Paul Metz abrupt stopte na ruim honderd interlands. „Het is heus niet zo dat hij links wilde en ik rechts. Het ging om details van een hoog tactisch niveau, waar ik niet mee kon leven. Momenten kunnen in de top het verschil maken tussen wel of geen medaille”, zei De Bruijn, die de Nederlandse ploeg destijds nog wel te hulp schoot bij een kwalificatiereeks voor het wereldkampioenschap. „Kijk naar de wedstrijd van vandaag. Mijn derde persoonlijke fout krijg ik wel heel knullig tegen. Daardoor moest ik eruit en kon ik niet mijn verantwoordelijkheid nemen in de strafballenserie.”

Toen Robin van Galen als vrouwenbondscoach werd benoemd, kwam ze terug op haar beslissing. „Ik heb hem drie jaar als clubcoach gehad bij Donk en in zijn visie kan ik me vinden”, verklaart ze. Net als in clubverband, waar ze bijvoorbeeld speelt met de pas 16-jarige Harriët Cabout, is De Bruijn in het nationale team vooral belangrijk door haar ervaring. „Na mij is de oudste speelster 25 jaar. De rest is 22 jaar of jonger.”

Vooralsnog volgt De Bruijn bij het nationale team een ander programma dan haar collega’s. „Ik werk bij de administratie van een middelbare school en daar ligt de prioriteit. De andere speelsters van het nationale team hebben een parttime baan of studeren nog. Ik wil absoluut het Nederlandse waterpolo stimuleren, maar ik train voorlopig alleen nog buiten werktijd.”

De Bruijn, die zegt zich enigszins te storen aan de terugkerende berichtgeving dat ze een zus zou zijn van meervoudig olympisch zwemkampioene Inge de Bruijn, wil instromen bij de nationale ploeg als de Olympische Spelen van Peking voor de deur staan. De topscorer van het olympische toernooi in Sydney 2000 wil er graag bij zijn in 2008. „Als mijn fysieke gesteldheid zo blijft, moet dat geen probleem zijn. Mijn persoonlijke tegenstander van vandaag is veertig jaar.” Die opponente stond de mooiste treffer van de middag toe. De Bruijn wierp de bal van twintig meter strak in de kruising. „De keeper stond een momentje niet op te letten”, zei ze zelf.

    • Michiel Dekker