Kabinet is niet duidelijk over selectie van embryo’s

Embryoselectie zal in Nederland alleen toegestaan worden „in het belang van het toekomstige kind”, schreef staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) recentelijk aan de Kamer (NRC Handelsblad, 11 mei). Embryoselectie houdt in dat er bij een reageerbuisbevruchting (IVF) enkele cellen worden geïsoleerd, waarop genetische analyse wordt gedaan. Dit kan worden gebruikt om te voorkomen dat embryo’s met ernstige genetische ziektes worden geïmplanteerd. Ook kan het gebruikt worden om een embryo met identieke weefseltypering als een ziek ouder broertje of zusje te selecteren voor implantatie. In het laatste geval is het mogelijk om na de geboorte het bloed uit de navelstreng te gebruiken om een broertje of zusje met bijvoorbeeld leukemie te genezen.

De staatssecretaris heeft verboden embryoselectie te gebruiken uitsluitend ten bate van een ziek broertje of zusje. Als er echter ten bate van het toekomstige kind zelf ter voorkoming van ernstige genetische afwijkingen toch al embryoselectie plaatsvindt, mag ook gekeken worden of een embryo geschikt is als donor voor een ouder kind.

Dit kan leiden tot een ethisch interessante situatie. Ouders die dragers zijn van ernstige genetische ziektes hebben de keuze een embryo te selecteren om een gezond kind te krijgen, dat bovendien een potentiële donor voor een ziek ouder kind zou kunnen zijn. Ouders die vrij zijn van genetische ziektes hebben die keuze niet. Zij mogen geen embryoselectie toepassen ten bate van een ouder ziek kind. Als ze een potentieel donorkind hopen te krijgen, zullen ze mee moeten doen aan ‘de genetische loterij’. Er is 25 procent kans om op natuurlijke wijze een kind te krijgen dat als donor voor een ziek ouder broertje of zusje kan dienen, en dat zullen de ouders van een ernstig ziek kind hoogstwaarschijnlijk proberen.

De staatssecretaris verkiest dit boven een compleet verbod op of algemene toestemming voor embryoselectie ten bate van derden. De veronderstelde risico’s van IVF en embryoselectie wegen sterk mee. Dit standpunt lijkt sterk op de voormalige opinie van de Britse autoriteit op dit gebied (HFEA). De HFEA besloot in 2002 eveneens tot het beperken van embryoselectie ten bate van een broertje of zusje op grond van de mogelijke risico’s. In 2004 heeft de HFEA deze beperking weer laten varen, onder andere op basis van verder onderzoek. De keuze van de staatssecretaris om van de risico’s voor het toekomstige kind een cruciaal punt te maken is dan ook achterhaald. Vooral omdat de gezondheidsrisico’s van IVF voornamelijk door de moeder gedragen worden.

Er zijn nog andere argumenten die het selecteren van embryo’s ten bate van derden ethisch problematisch maken. De filosoof Kant vindt dat een mens alleen verwekt mag worden om zichzelf en niet als een middel, ook niet om een ander te helpen. Bovendien kan het welzijn van zo’n donorkind in het geding zijn. Neem de situatie waarbij de beenmergtransplantatie mislukt, en het donorkind dus ‘gefaald heeft’. Of de situatie waarbij het oudere broertje of zusje op een gegeven moment een nier nodig heeft – wie beslist dan of het donorkind weer als donor op moet treden. Is een donorkind altijd zijn broeders hoeder?

Anderzijds zijn er ook argumenten vóór embryoselectie. John Harris, een Engels bio-ethicus, vraagt zich af of er ooit een betere bestaansreden kan zijn voor een kind dan het redden van het leven van een oudere broer of zus. Het kan in het belang van zowel het jongere kind, als het zieke broertje of zusje, om genezing van leukemie zo te bewerkstelligen.

Het is dus van groot belang om de mogelijkheid van embryoselectie ten bate van een ouder ziek kind slechts na een serieuze morele overweging al dan niet toe te staan. Dit is een principiële keuze. Helaas maakt Ross geen keuze. Als besloten zou worden dat embryoselectie ten bate van een ouder kind moreel acceptabel is, dan is het wel zo eerlijk om het toe te staan aan alle ouders met zieke kinderen die er baat bij kunnen hebben. Dan is het ook essentieel deze procedure aan heldere regels te binden. Als daarentegen beslist wordt dat het beter niet kan gebeuren, zou een algemeen verbod moeten gelden, ook voor embryo’s die toch al genetisch getest worden. Staatssecretaris en kabinet: neem een duidelijke beslissing.

Eva Asscher studeert Natural Sciences aan University of Cambridge en verdedigt op 25 mei haar proefschrift over de ontwikkeling van het zenuwstelsel.

    • Eva Asscher