Jongeren vinden rust in Frans klooster

Jaarlijks bezoeken ruim drieduizend Nederlanders de oecumenische Taizé-gemeenschap in Frankrijk. „Telkens als ik er ben, wordt mijn hart gepakt.”

Prior Aloïs (midden) gaat voor in gebed in de Nieuwe Kerk in Middelburg. De Franse Taizé-gemeenschap ontving daar een van de vijf Four Freedoms Awards. Foto Bas Czerwinski 13-05-2006, MIDDELBURG. FRERE ALOIS, MIDDEN, VAN DE TAIZE COMMUNITY GAAT VOOR IN GEBED IN DE NIEUWE KERK VAN MIDDELBURG. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Aan het einde van de gebedsdienst, als alle zevenhonderd christenen een brandend kaarsje in de hand hebben, staan vier broeders in witte pijen van hun bankjes op. In stilte schrijden ze de Nieuwe Kerk van Middelburg uit. Frère Aloïs voorop. Buiten wachten gelovigen hem op, om hem te feliciteren: de Franse Taizé-gemeenschap van prior Aloïs (52) ontving enige uren tevoren de Four Freedoms Award voor vrijheid van godsdienst.

De onderscheiding, uitgereikt in bijzijn van koningin Beatrix, Máxima en premier Balkenende, is mede een hommage aan de vorig jaar vermoorde frère Roger (90), de stichter van de oecumenische broederschap van protestanten, katholieken en anglicanen. Broeder Roger – in zijn lange leven kreeg hij alle mogelijke eerbetoon voor zijn ijveren voor vrede en verzoening – werd in de hals gestoken door een verwarde Roemeense vrouw voor wie, vertelt Aloïs met zachte stem, „wij nog steeds bidden. We vertrouwen de vergeving aan God toe, zoals Jezus Christus aan het kruis God om vergeving vroeg.”

Suzanne van Leusden (20) heeft „best moeite” met die vergiffenis. „Ik weet niet of ik die daad zou kunnen vergeven”, zegt de Nieuwegeinse. „Wat bezielde dat mens in vredesnaam?” Van Leusden is zaterdag met honderden Nederlandse en Vlaamse jongeren in Middelburg om het winnen van de prijs te vieren. Ze doen dat met gebed en gezang, samen met drie Nederlandse broeders van de Taizé-gemeenschap, die sinds de jaren vijftig een grote aantrekkingskracht heeft op jongeren.

Hoe komt dat? Waarom reizen jaarlijks honderdduizenden, onder wie veel Nederlanders, naar het gehucht Taizé in Bourgogne om daar een week lang in een primitieve omgeving drie keer daags een gebedsdienst bij te wonen, corveetaken te doen en aan gespreksgroepen deel te nemen?

De rooms-katholieke Van Leusden bezocht het Taizé-klooster drie keer, en bewaart daar goede herinneringen aan. „Ik vond rust”, legt ze uit. „In Nederland hangt je bestaan van mobieltjes en hectiek aan elkaar. In Frankrijk kon ik nadenken: wat wil ik, wat houdt mijn leven in?”

Van Leusden is met Gert-Jan van de Waal (18), Kersten Pater (18) en Ynette Wijbenga (19) naar Middelburg gekomen. De laatste drie behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Student Van de Waal zegt dat in Taizé „veel meer ruimte is voor eigen gebed dan in de PKN”. In de meivakantie was hij nog in het klooster. „Onwijs, het hele sfeertje. Je ontmoet mensen uit alle werelddelen, die open staan voor allerlei gesprekken.” Aankomend verpleegkundige Pater en studente Wijbenga beamen het: „Niks is verplicht, de sfeer is ontspannen.”

Prior Aloïs is verbaasd over de komst van steeds meer jongeren. „Wat trekt hen aan in een groep monastiek levende broeders?”, vraagt hij zich af. „We weten het niet precies. Ze maken een diepe spirituele speurtocht, zoeken de oplossing vaak niet meer in de traditionele kerken. Misschien ontdekken ze bij ons stilte en eenvoud. Blijkbaar bevalt hun het leven in onze barakken, waar ze op elkaar zijn aangewezen”, vervolgt de Duitser Aloïs, die bij de uitreiking van de Four Freedoms van Balkenende hoorde dat de premier ook ooit in zijn klooster was.

De Nederlandse broeder Sebastiaan – „in Taizé gebruiken we geen achternamen” – zegt dat jaarlijks ruim drieduizend Nederlanders naar Taizé komen. „Velen van hen zitten gevangen in de jeugdcultuur”, zegt hij, „en lijden onder de hooggespannen verwachtingen van de maatschappij. ‘Eindelijk kan ik mezelf zijn’, hoor ik vaak in Taizé. En: ‘ik hoef niet populairder te doen dan ik ben’. Verder komt soms plotseling verdriet naar boven, dat ze thuis voor zich houden. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de tien minuten stilte die elke gebedsdienst kent.”

Sebastiaan ging in 1981 naar Taizé, 41 jaar na de opening door frère Roger. Hij vestigde zich daar aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, en gaf zijn idealen van verzoening tussen de volken gestalte in de vorm van hulp aan vluchtelingen, de meesten joods. In 1949 sloten de eerste broeders zich aan bij Roger die droomde van een gemeenschap die verdeelde christenen bijeen brengt.

In de Nieuwe Kerk valt zijn naam veelvuldig. „Ik ben gegrepen door frère Roger, én door Taizé”, zegt Harmen Nauta (19) uit Enschede. „Telkens als ik er ben, wordt mijn hart gepakt door de prachtige sfeer in het klooster.” Twee weken geleden was hij er nog, met vijfhonderd andere Nederlanders. „Voor de zesde keer.”

    • Guido de Vries