Formeel heeft Verdonk weinig opties

Hirsi Ali heeft gelogen over haar naam bij de asielaanvraag en waarschijnlijk bij de naturalisatie. Volgens hoogleraar De Groot is zij dan geen Nederlander geworden.

„Dramatisch.’” Hoogleraar Nationaliteitsrecht René de Groot gebruikt het woord meerdere malen, als hij bevraagd wordt over de juridische merites van de zaak rond het Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD). Afgelopen donderdag deed het tv-programma Zembla nog eens uitgebreid uit de doeken wat Hirsi Ali al eerder zelf had toegegeven: de voormalige Somalische heeft bij haar asielprocedure in 1992 een verkeerde naam en geboortedatum opgegeven.

Afgelopen weekeinde liet minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) weten dat ze alsnog een onderzoek laat instellen naar de naturalisatie van haar partijgenote in 1997.

De Groot heeft het dossier natuurlijk niet gezien, benadrukt hij. Maar als het klopt dat Hirsi Ali bij haar naturalisatie eveneens een verkeerde naam heeft opgegeven, dan heeft zij zich mogelijk schuldig gemaakt aan ‘identiteitsfraude’. Het ministerie van Justitie, zo vertelt de hoogleraar, heeft onder leiding van Verdonk gekozen voor een zeer rigide opvatting over de consequenties daarvan. In november vorig jaar heeft de Hoge Raad, in een zaak rond een ten onrechte genaturaliseerd Iraaks gezin, Verdonk hierin gelijk gegeven. Het gevolg, zo zegt De Groot: Verdonk kan juridisch gesproken geen kant meer op en zal het paspoort van Hirsi Ali moeten invorderen. „Het treurige is dat door de beleidslijn die Verdonk gekozen heeft, ze geen enkele beleidsruimte meer heeft. Je kúnt eenvoudigweg niet anders meer redeneren.”

Hirsi Ali is in 1969 in Somalië geboren als Ayaan Hirsi Magan. Maar aan de IND heeft ze als achternaam Ali opgegeven. Bovendien heeft ze verklaard in 1967 geboren te zijn. Onder die gegevens heeft ze in 1997 het Nederlanderschap verworven.

Dat laatste is precies het probleem, vertelt De Groot. Want volgens staande jurisprudentie heeft het opgeven van een verkeerde naam bij naturalisatie vérgaande gevolgen. In het geval van identiteitsfraude, zo stelt Justitie, is het Nederlanderschap niet op verkeerde gronden verkregen – het is feitelijk helemaal niet verleend. „Als Hirsi Ali identiteitsfraude heeft gepleegd, dan is ze dus volgens deze stelling nooit Nederlander geworden”, zegt De Groot.

De hoogleraar is het zelf niet eens met die interpretatie. In 2003 is namelijk artikel 14 toegevoegd aan de Rijkswet op het Nederlanderschap. Daarin staat dat het verstrekken van verkeerde gegevens bij naturalisatie kan leiden tot het intrekken van de Nederlandse nationaliteit. Als iemand bijvoorbeeld heeft gezegd geen strafblad te hebben, en later blijkt dat tóch het geval te zijn, kan dat gevolgen hebben – tot twaalf jaar nadat de Nederlandse nationaliteit is verleend. Kán gevolgen hebben, zegt De Groot, want volgens het fraude-artikel is het aan de minster om alle omstandigheden rondom de naturalisatie mee te wegen: in welke mate er is gelogen, hoe lang het geleden is en wat de persoonlijke omstandigheden zijn. Volgens De Groot zou het voor de hand liggen om ‘identiteitsfraude’ te beschouwen als ‘fraude’ volgens artikel 14.

Maar daar heeft minster Verdonk niet voor gekozen. In de handleiding bij de aangepaste wet staat dat identiteitsfraude niet behoort tot de ‘fraude’ waar artikel 14 op doelt. Volgens Justitie is de oude jurisprudentie op dat punt nog geldig. Bij identiteitsfraude hoeft de nationaliteit daarom niet te worden ingetrokken – zij is immers nooit verleend.

De Hoge Raad heeft Justitie hierin in een uitspraak van 15 november van het afgelopen jaar gelijk gegeven. De zaak draaide om een Iraaks echtpaar en hun kinderen, die in 1992 in Nederland asiel hadden aangevraagd onder een valse naam. Diezelfde valse namen hadden zij ook gebruikt voor een een naturalisatieverzoek in 1997 voor henzelf en hun kinderen. In 2003 stelde de IND dat deze naturalisatie „geen rechtsgevolg’’ heeft gehad. Na een lange juridische procedure geeft de Hoge Raad op 11 november uiteindelijk Justitie hierin gelijk: het Iraakse echtpaar heeft het Nederlanderschap nooit verworven. Daarmee is het eerder genoemde artikel 14 niet relevant, aldus de Hoge Raad.

En zo, zegt De Groot, is het door Verdonk aangekondigde ‘onderzoek’ naar de nationaliteit, een „,zeer eenvoudige aangelegenheid geworden”. Hij verwacht dat de ambtenaren op het ministerie „binnen een aantal dagen weten hoe het zit.’’

De vraag is wel wat er gaat gebeuren, mócht Verdonk inderdaad besluiten het paspoort van Hirsi Ali in te nemen. Dat ze haar Kamerlidmaatschap verliest, is duidelijk. Maar betekent dat ook dat de zeer strenge beveiliging van Hirsi Ali – die regelmatig met de dood wordt bedreigd – zal worden opgeheven? Als Hirsi Ali nooit Nederlandse is geworden, is ze dan nog steeds asielzoeker met een A-status, of wordt ze statenloos? En als ze een verkeerde naam heeft opgegeven, heeft ze dan een strafbaar feit gepleegd – zoals bijvoorbeeld valsheid in geschrifte?

Een ding staat vast. Identiteitsfraude bij naturalisaties komt regelmatig voor. Asiel-advocate Ine Avontuur vertegenwoordigt twee minderjarige meisjes uit Kongo. In 1997 is de man die zei de vader van de twee te zijn, tot Nederlander genaturaliseerd, waardoor de meisjes ook het Nederlanderschap verwierven. Ten onrechte, want de man blijkt de vader niet te zijn. Volgens de IND zijn de meisjes dus nooit Nederlandse geworden. Uitzetting dreigt. Avontuur: ,,Nu hoor ik tot mijn stomme verbazing dat Hirsi Ali hetzelfde heeft geflikt.”

    • Steven Derix