Fijnzinnig variété bij 25-jarig Purper

Voorstelling: Purper 100. Regie: Paul van Ewijk. Gezien: 14/5 De Flint, Amersfoort. Tournee t/m 20/6 en volgend seizoen. Inl. www.purper.info

De groep Purper die in 1980 debuteerde, bestond uit een viertal jongeheren in rokkostuum met de studentikoze uitstraling van vrienden die een deksels leuke corps-avond in elkaar hadden gezet. Ze gaven voornamelijk welluidende samenzang ten beste en lieten tussen de liedjes door ietwat absurde samenspraakjes horen. Twee van hen, Erik Brey en Haye van der Heyden, gingen door toen de andere twee weer voor hun studie kozen. Brey bleef daarna nog jarenlang bij Purper, terwijl Van der Heyden zich als toneel- en tv-schrijver vestigde. En vervolgens was Frans Mulder de aanstichter van de definitieve draai naar de beroepsstatus. Hij zocht elk seizoen weer een nieuwe samenstelling, waarbij hij zelf steeds vaker de toon zette.

Mulder is ook degene die nu, bij het 25-jarig bestaan, het initiatief nam tot een jubileumshow met de onverklaarbare titel Purper 100. Naast hem staan ditmaal Erik Brey (terug van weggeweest), Jos Brink, Tony Neef en een aantal mystery guests die elk een aantal avonden meedoen. De reeks werd gisteravond tijdens de première geopend door Corry Brokken, zangeres en ex-rechter.

Purper was in de loop der jaren van zeer wisselende kwaliteit. De ene keer overheersten de platte pret, het kleffe sentiment en de koddig bedoelde quasi-ruzies in de groep, de andere keer bracht het programma een aanstekelijke reeks grappige scènetjes en vindingrijk muzikaal variété.

Purper 100 vertoont beide elementen, maar blijft mooi in balans. Er wordt veel gezongen – vooral succesnummers uit vorige voorstellingen in de vernuftige vocale arrangementen van Erik Brey, die zelf ook weer even losbarst in zijn ongeëvenaard extreme Jordaan-vibrato. Voorts is hij de voorzanger in Requiem, een op stemmige muziek gezet gedicht van Ed Hoornik („te Middelharnis is een kind verdronken”).

Tony Neef excelleert in een smartlap en een zotte blues, Jos Brink zingt een anti-kerstlied dat Friso Wiegersma ooit voor Purper schreef en Frans Mulder barst uit in een kwaaie, hoogst lachwekkende conference over de pulp die zich via de televisie dagelijks aan ons opdringt: „Ik weet nu wie de schoonmoeder van André Hazes is. Nooit om gevraagd!”

In hun midden is Corry Brokken afwisselend de op handen gedragen vedette en one of the boys. Ze wordt verwelkomd met een medley van haar hits van vroeger, die ze aanvult met successen van Anneke Grönloh en Mieke Telkamp. Ook haar soli zijn op hun plaats: een gave autobiografie op de muziek van Is That All There Is en een scabreus liedje dat des te meer effect krijgt door haar voordracht met pruimenmondje. Van de andere gasten zijn alleen nog Angela Groothuizen en Karin Bloemen bekendgemaakt. Hoe zij straks in dit ensemble passen, kan ik niet voorspellen.

Vaststaat dat deze feestelijke Purper-editie een toonbeeld is van gedistingeerd amusement, fijnzinnig begeleid door Marco Braam, stijlvol belicht door Pelle Herfst en sierlijk geënsceneerd door Paul van Ewijk. Met een zesstemmig gezongen Ne me quitte pas, in de Zuid-Afrikaanse vertaling, als fraaie finale.

    • Henk van Gelder