Bush moet minder stiekem zijn

Het begint een pijnlijk vertrouwde gang van zaken te worden: de media onthullen een geheime operatie van de regering-Bush, een nieuwe manier om oorlog te voeren tegen het terrorisme, waaraan tegelijkertijd op het gebied van burgerrechten of mensenrechten ernstige bezwaren kleven. De president stelt kortaf dat het optreden legaal is, terwijl zijn kabinet maatregelen neemt om eventueel ingrijpen door het Congres de pas af te snijden. Het Witte Huis houdt verzoeken om nadere informatie af en duldt een openbaar debat slechts voor zover het partijpolitiek goed uitkomt.

In de afgelopen week ging het om de reusachtige database die de National Security Agency (NSA) heeft samengesteld over telefoongesprekken van honderden miljoenen Amerikanen – een juridisch gezien dubieus programma, dat meer dan vier jaar lang in het geheim is uitgevoerd, zonder toestemming van het Congres of controle door de rechterlijke macht. De vorige kwestie was het toezicht dat de NSA zonder wettelijke basis hield op telefoongesprekken tussen de Verenigde Staten en andere landen; daarvóór was het de onthulling dat de CIA er geheime gevangenissen in het buitenland op nahield, waar van terrorisme verdachten werden vasthouden zonder aanklacht, zonder behoorlijk proces en zonder contact met het Internationale Rode Kruis.

In de afgelopen jaren hebben wij ook vernomen dat de regering het geheime besluit heeft genomen om buitenlandse gevangenen te onderwerpen aan folteringen en andere wrede behandelingen, terwijl de VS toch een verdrag dat zulk optreden verbiedt, hebben geratificeerd. Wij hebben gezien dat zij zich het recht aanmatigt om Amerikaanse burgers in dit land aan te houden en voor onbeperkte tijd gevangen te zetten zonder aanklacht en zonder contact met een advocaat. [...]

Wellicht zijn enkele van deze maatregelen noodzakelijk om internationale terroristische netwerken als Al-Qaeda doelmatig te kunnen bestrijden. Vele zijn ingevoerd in de weken onmiddellijk na 11 september 2001, toen de situatie snel en agressief optreden leek te vereisen. Maar bijna alle uitzonderlijke maatregelen die president Bush heeft goedgekeurd zijn gecompromitteerd en in diskrediet gebracht door het optreden van de regering: door haar vasthouden aan geheimhouding en haar tirannieke interpretatie van de wet, haar minachting voor zinvol toezicht door het Congres en haar onverschilligheid over wat het buitenland en Amerika’s bondgenoten ervan vinden, en haar koppige verzet tegen welmenende pogingen van het Congres om de operaties een wettelijk kader te geven.

Het gevolg is dat het de antiterroristische strategie van de overheid grotendeels ontbreekt aan democratische legitimering op basis van een debat en stemming in het Congres. In bepaalde gevallen, zoals de detentie van buitenlandse gevangenen in CIA-gevangenissen en in Guantánamo Bay, overtreft de schade aan Amerikaanse belangen veruit de voordelen die deze uitzonderlijke maatregelen hadden kunnen opleveren. Het politieke verzet in binnen- en buitenland heeft niet alleen de positie van de president ernstig verzwakt, maar kan het zijn opvolgers ook moeilijker maken de oorlog doeltreffend te voeren.

Enkele van de excessen van de president en zijn kabinet zijn door het Congres en het Hooggerechtshof al beteugeld; de komende maanden kunnen meer besluiten en wetgeving brengen. Op den duur valt te verwachten dat het afluisterprogramma van de NSA en andere uitzonderlijke maatregelen in hun huidige vorm zullen verdwijnen – en zo hoort het ook. Als Bush van de veronderstelde voordelen van die maatregelen wil blijven profiteren, moet hij ophouden zijn critici tegen te werken en moet hij samen met het Congres wettelijke middelen voor de bestrijding van het terrorisme creëren overeenkomstig de Amerikaanse en democratische waarden. Het zou fijn zijn als hij daarmee begon voor de volgende verontrustende onthulling, want wij hebben het gevoel dat er meer komen.

Hoofdartikel uit The Washington Post.