Alles ademt verbittering in ‘Koude Kind’

Jette van den Berg en Ferdi Stofmeel in ‘Het Koude Kind’ Foto Sanne Peper Peper, Sanne

Voorstelling: Het Koude Kind van Marius van Mayenburg door De Theatercompagnie. Regie: Maaike van Langen. Gezien: Compagnietheater, Amsterdam. Aldaar t/m 1/6. Inl.: 020-5205230; www.theatercompagnie.nl

‘Polygaam’ heet het café waar de jonge mensen elkaar ontmoeten. Onheilspellender kan het niet. Daar is het vrijheidslievende meisje Lena bijvoorbeeld, gekleed in een knallend rood jurkje van latex dat haar heupen nauwelijks kan bedekken. Haar bedeesde zusje Tine met strikken in het haar sluipt er ook rond. En dan is er de exhibitionist die graag vertoeft op de damestoiletten. Op de achtergrond roepen strenge ouders Lena ter verantwoording.

Het is kermis in de hel in Het Koude Kind, een stuk van de Berlijnse toneelschrijver Marius von Mayenburg (München, 1972). In de kinderwagen ligt een pop, Nina, vertroeteld door haar vader en genegeerd, zelfs vertrapt door haar moeder. In een vlaag van moederlijke haat trekt ze de armpjes uit het poppenlichaam en smijt die over de speelvloer.

De acht personages die Von Mayenburg opvoert vertegenwoordigen elk een facet van de liefde die niets moois heeft. Alles, van prille verliefdheid tot gepensioneerde huwelijksdwang, ademt ontgoocheling en verbittering.

In de regie van Maaike van Langen wordt dit horrorcafé van de desillusie vertolkt door acht spelers, net op de toneelschool of pas afgestudeerd. Het gaat er hard aan toe. Von Mayenburg en regisseur Van Langen hebben goed aangevoeld dat de toneeltraditie er een is van voortdurende strijd, van bloed, van verbaal en fysiek geweld. De verliefde Lena snijdt aan het slot haar overspelige minnaar de keel door. De geborneerde vader blijkt seksbelust. Als hij sterft aan een hartaanval en wordt gecremeerd, danst zijn vrouw in een vrijheidsroes op zijn as. Met haar hoge hak trapt ze op weergaloze wijze in de as, alsof ze haar man nog doder wil hebben dan hij al is. Alleen het jonge zusje Tine bewaart haar zuiverheid, al heeft ze haar hart verpand aan een jongeman met fantasieën als hete koortsdromen.

Schrijver Von Mayenburg is duidelijk in de leer geweest bij zijn voorganger Botho Strauss, dramaturg en toneelschrijver aan dezelfde Berliner Schaubühne als Von Mayenburg. Strauss’ toneelstuk Das Park uit de jaren tachtig riep op tot herstel van de gepassioneerde liefde, maar het werd natuurlijk een tranendal. Gezegd moet worden dat de jongere Mayenburg een feilloos gevoel voor humor heeft en speelser met zijn karakters omspringt.

Regie en spelers maken van Het Koude Kind een snelle, ironische uitvoering vol verrassende wendingen. Tegenover de opstandige Lena staat haar boosaardige Moeder, gekleed in strak, viesgroenig mantelpak. Aanvankelijk lijkt ze uitgeblust door het huwelijksleven, maar per slot blijkt zij over meer hartstocht te beschikken dan het smachtende meisje zelf. Steeds meer dromen de jonge mensen van grootse daden, van kinderen en huwelijk en een geborgen gezin. Steeds meer neemt het kwaad de overhand en vinden ze zichzelf terug in een poel van wezenloos verdriet. Lena staat aan het slot met bebloede handen op het toneel, als een angstaanjagende Lady Macbeth.

De tederste rol in Het Koude Kind is weggelegd voor de vader van het poppenkind. Hij reddert en zorgt en is liefdevol, de hele orkaan van ellende waait langs hem heen. Maar het dochtertje is een dood kind. Koud, inderdaad. Dat is het sleutelwoord. Polygamie en vluchtige seks mogen een wensdroom zijn, ze leiden tot niets. Na afloop rollen er lege flessen goedkope spuitchampagne over het podium. Dat is alles wat uiteindelijk overblijft.