Was Freud wel of niet te vertrouwen?

Sigmund Fraud

Deze week is het 150 jaar geleden dat Sigmund Freud geboren is, en hij heeft er nog nooit zo beroerd voorgestaan als nu. [...] Men maakt [Freud] talrijke, ernstige verwijten. Hij was bepaald niet de eenzame pionier van het onbewuste die hij voorgaf te zijn, maar hij bouwde voort op de ideeën van anderen, wier invloed hij ten onrechte niet erkende. Freud was, om kort te gaan, een mythomaan van reuzenformaat, die niet aarzelde het verleden te herschrijven. [...]

Hij was intellectueel oneerlijk. Hij wist heel goed dat zijn patiënten niet genazen zoals hij in zijn gepubliceerde casestudies over hen beweerde; zijn methode had dus valse pretenties. [...]

Hij beweerde een natuurwetenschapper te zijn, maar hij had feitelijk weinig oog voor wetenschappelijke methodiek, en hij trad meer op als leider van een cultus of een nieuwe religie dan als een onbaatzuchtig zoeker naar de waarheid. [...]

Zijn denkbeelden hebben, zij het in gepopulariseerde en vereenvoudigde versies, een cultureel funeste en zelfs rampzalige invloed gehad. Zo heeft het idee dat disfunctioneel gedrag bij volwassenen zijn oorsprong vindt in trauma’s uit de baby- of kindertijd, geleid tot een wijdverbreid geloof in het bestaan van een begraven psychologische schat, die, wanneer hij eenmaal is opgegraven en helder verwoord, automatisch en helemaal vanzelf een einde maakt aan het disfunctionele gedrag, zonder dat de patiënt zich daar verder nog bewust voor in hoeft te spannen. Zo heeft Freud een neiging versterkt die mensen hebben om de schuld voor hun slechte eigenschappen in de eerste plaats bij hun ouders te leggen en in de tweede plaats bij de artsen wie het niet is gelukt hen te ‘genezen’ van die slechte eigenschappen. Hij is in de moderne tijd een van de krachtigste vernietigers geweest van het principe van persoonlijke aansprakelijkheid.

Medicus Anthony Daniels in The Times.

Een jakhals

Het is vooral moeilijk om de ware aard van Freuds genialiteit te onderkennen, die niet in zijn theorieën lag – want die zijn lariekoek – noch in zijn praktijk – die neerkwam op briljante kwakzalverij – maar in zijn verwondering. Freud zag mysteries waar anderen feiten zien. Hij zag in dat de invloed van ouders op hun kinderen door diepe, verborgen kanalen loopt en dat hij tot uiting komt in ieder aspect van hun latere leven, en nergens ingrijpender dan op het gebied van de seksuele verlangens. Hij peinsde over de mysteries van schuld, angst en rouw, en trachtte ze te doorgronden. Hij stond versteld over grappen en dromen, en presenteerde een krankzinnige diagnose van wat ze betekenden. Waar anderen gestumper of excentriciteit zagen, verbeeldde hij zich kwalen van de ziel, en maakte hij zich op om die te bedwingen. En in zijn casestudies bood hij onvergetelijke portretten van menselijke wrakken; hij sloop als een jakhals rond hun stuiptrekkende karkassen, scheurde er stukken af en hield die tegen het licht – het licht van de wetenschap, dacht hij, maar feitelijk een licht van de verbeelding, dat allen die het bescheen een nieuwe gedaante gaf.

Freud leed aan de ‘bekoring van de onttovering’. Net als Marx werd hij onweerstaanbaar aangetrokken door verklaringen die ons verlagen, en die ons wereldbeeld op zijn kop zetten, of, zoals Marx volhield, ‘overeind’.

Filosoof Roger Scruton in The Spectator.

Het destrudo

Freuds grote triomf was dat miljoenen die hem nooit hebben gelezen, zich toch zijn categorieën eigen hebben gemaakt – een verschijnsel dat onder ons nog volop heerst. Onbewust denken wij dat wij worden bestuurd door psychische factoren die hij heeft bedacht: het Es, het Ich en het Über-Ich, die noodzakelijkerwijs niet meer dan nuttige bedenksels zijn, geen onderdelen van het zelf. Evenzo menen wij doorgaans een libido te bezitten, een bepaalde energie waaruit het seksuele verlangen zijn kracht put; maar ook de libido is een bedenksel of een metafoor van Freud. In mijn lievelingsfantasie over de invloed van Freud vraag ik me weleens af wat er zou zijn gebeurd als hij tot de slotsom was gekomen dat wij niet alleen een libido bezitten, maar ook een ‘destrudo’. Hij heeft kortstondig met het idee gespeeld van destrudo als energiebron van de doodsdrift, precies zoals de libido de Eros zijn kracht gaf, maar heeft die notie weer laten varen. Als hij tot het destrudo had besloten, zouden wij dan nu, op de dagen waarop wij naar zelfvernietiging neigen, lopen te mompelen dat ons destrudo woedt in ons innerlijk?

Literair criticus Harold Bloom in The Wall Street Journal.