Waarom ik tegen Mark Rutte ben

Om politiek te scoren creëert staatssecretaris en kandidaat-lijsttrekker van de VVD Mark Rutte nieuwe onderwijsbureaucratie, ontdekt Maarten Huygen.

Uiteindelijk herhaalt de gelauwerde onderzoeker, rector magnificus en voorzitter van het college van bestuur van de universiteit van Leiden, Prof. dr. D. Breimer, wat ik al veel heb gehoord en gelezen over de aanstaande onderwijsvernieuwing: „Er wordt niet een probleem opgelost. Maar ik heb sterk de indruk dat zoals zo vaak een nieuw bewindspersoon een nieuw ding wil invoeren.”

Het is een ontnuchterend gesprek aan de tafel van de grote, hoge bestuurskamer van de oudste universiteit van Nederland. Breimer, lid van het Innovatieplatform en van andere prominente adviesorganen, denkt er niet anders over dan de meeste hooggeleerde collega’s en studenten. Mark Rutte, staatssecretaris van hoger onderwijs en tevens kandidaat-leider van de VVD, drukt een wet door de Tweede Kamer waar niemand mee is geholpen – de studenten niet, de docenten en onderzoekers niet en de onderwijsbestuurders niet. Alle adviesorganen, van de Raad van State tot de Onderwijsraad en de vereniging van universiteiten, de HBO-raad en prominente wetenschappers, hebben heftige kritiek geleverd. Toch gaat een meerderheid van de Tweede Kamer de in elkaar geflanste wet waarschijnlijk aannemen, niet voor het hoger onderwijs maar voor Rutte persoonlijk, zodat hij zijn nummertje kan maken in het voetspoor van de gehaaste onderwijsvernieuwers voor hem. Als de rekening arriveert, is de gastheer van het festijn allang gevlogen.

Rutte kreeg het ideetje om de student op een vaste dosis leerrechten te trakteren. Die kan daarmee voor maximaal zes jaar door het hoge onderwijs gaan zwerven. Elk half jaar moeten studenten naar een andere universiteit of hogeschool kunnen overstappen. Dat er een maximum termijn komt aan gesubsidieerd studeren, is begrijpelijk maar waarom zo ingewikkeld? Adviesbureau Berenschot heeft de extra administratiekosten voor de nieuwe onderwijswet met leerrechten, zogenoemde zorgplichten en een nieuw soort governance al begroot op 46 miljoen euro per jaar. De Onderwijsraad stelt fijntjes vast dat deze wet de vrijheid van het hoger onderwijs inperkt, terwijl het doel juist zou zijn om de bewegingsruimte voor professionals en instellingen te vergroten.

Boven de extra lasten komt nog een eenmalige grootscheepse operatie: de verschoolsing. De curricula van de universiteiten en hogescholen moeten worden aangepast om onderling uitwisselbaar zijn. Dat is een hele toer, terwijl de invoering van het nieuwe bachelors/masters-systeem op grond van nieuwe Europese wetgeving nog niet eens helemaal klaar is.

Volgens Breimer verliest het universitaire curriculum samenhang door het op te delen in onderling uitwisselbare brokjes van een half jaar. Hij noemt het ‘staatsprogrammering’ omdat de vakken overal hetzelfde moeten worden, net als op school. De universiteit kan de studenten niet meer een integraal bachelors of masters met een eigen accent aanbieden. Daar is het Rutte ook niet om te doen, want hij ziet de universiteit als een supermarkt waar de klant maar raak mag grijpen. In zijn toespraak bij het 430-jarig bestaan van de Leidse universiteit noemde hij studenten „consumenten van onderwijs”. Dan moet hij ook de onvoldoendes voor tentamens verbieden, want daar houdt een consument niet van. Een docent weet meer dan een student en moet die kennis kunnen overdragen. Maar het klassieke Bildungs-ideaal krijgt in de vrije marktdogmatiek van Rutte geen kans. Een goede docent die eisen stelt, is moeilijk verteerbaar, zodat de consumenten al gauw zullen zoemen naar een bloempje met zachtere honing.

Rutte wil ook de richting van het wetenschappelijk onderzoek meer laten dicteren door bedrijven en door de overheid. Breimer, die zijn zeven eredoctoraten bij buitenlandse universiteiten heeft te danken aan baanbrekend onderzoek in de verwerking van geneesmiddelen door het lichaam, schudt zijn wijze, grijze hoofd: „De overheid heeft niet de expertise om de doelen van onderzoek vast te stellen. Die kan alleen generieke uitspraken doen die niet zijn toegespitst op de praktijk zoals ‘het kankerprobleem oplossen’. Maar dat betekent niet zoveel.” Wetenschappers zijn volgens hem van zichzelf nieuwsgierig en gedreven genoeg om te weten wat maatschappelijk relevant is.

Breimer begon als hoogleraar met vier vaste promotieplaatsen, aantrekkelijke posten voor jonge, ambitieuze wetenschappers. Nu moet voor elke promotieplaats geld bij elkaar worden gesprokkeld, elk jaar of elk half jaar weer. Wetenschap is bedelarij geworden en daarom weinig populair bij jongeren. Geen wonder dat onderzoek steeds vaker wordt gedaan door begaafde gastarbeiders. Hoogleraren zijn veel tijd kwijt met solliciteren naar geld en met het schrijven van lange onderzoeksvoorstellen die vaak niet worden gehonoreerd. Van de zekere financieringsbron van vroeger, de zogenoemde eerste geldstroom, blijft steeds minder over. De NWO verdeelt het geld en dan zijn er nog de opdrachten van overheid en bedrijven.

De universiteit van Leiden is in 1575 opgericht en kan wel tegen een stootje. Het begon met een bibliotheek, een school voor schermers, een hortus en een anatomisch theater. Hier schreef in de zeventiende eeuw de vroege liberaal Pieter de la Court boeken waar de economische denker Adam Smith veel aan heeft ontleend. Toen werd de wetenschap geteisterd door theologische disputen. Nu is het ideologie, eerst van de planeconomen van de PvdA, nu van de VVD-dogmatici van de vrije markt. Ze willen allemaal hun ei leggen. Rutte past in het rijtje van de mislukte onderwijsvernieuwers Ritzen, Wallage en Netelenbos. Zelf ben ik beroepshalve partijloos. Maar als student zou ik graag VVD-lid zijn geworden om te voorkomen dat een beperkt denkend politicus als Rutte partijleider wordt.