Verboden studiemateriaal

De Dode Zeerollen zijn wetenschappelijk taboe omdat de herkomst onzuiver is. FOTO Israel museum Israel Museum

Alsof de Tien Geboden niet genoeg zijn. Zo ervaren ruim honderd internationale filologen en archeologen die zich met het Nabije Oosten en het Middellandse Zeegebied bezighouden een richtlijn van de American Schools of Oriental Studies en de Archaeological Institute of America. Deze verbiedt volgens hen wetenschappers oude teksten en voorwerpen zonder bekende herkomst te publiceren. Ook mogen ze er geen lezingen over houden. Wie dat wel doet, stimuleert illegale opgravingen en de illegale handel.

Dat betekent bijvoorbeeld dat de vierduizend jaar oude Sumerische wetsteksten van Ur-Nammu niet in het Amerikaanse vakblad Journal of Cuneiform Studies gepubliceerd mogen worden. De teksten zijn namelijk niet afkomstig van een wetenschappelijke opgraving. Een Noorse verzamelaar heeft ze zonder bekende herkomst op de kunstmarkt gekocht.

Voor Lawrence Stager, hoogleraar aan Harvard en directeur van het Semitisch Museum was het aanleiding om een petitie op te stellen die sinds kort ook te lezen en te tekenen is op de website van Biblical Archaeology Review. Stager en zijn medestanders verklaren dat ze tegen roof en illegale opgravingen zijn, maar dat niet-publiceren niet tot minder misdaden leidt. Sterker, het belemmert de geschiedschrijving van de betreffende gebieden en perioden. Want ook al gaat bij illegale opgravingen wetenschappelijke informatie verloren, vooral oude teksten bevatten nog genoeg wetenschappelijke waarde – zie bijvoorbeeld de Dode Zeerollen.

Het zijn vooral filologen en kunsthistorisch geïnteresseerde archeologen die de petitie hebben getekend. Onder hen de bekende klassiek archeoloog John Boardman en de Leidse hoogleraar assyrologie Wilfred van Soldt. Archeologen die opgraven in landen waar veel geroofd wordt, blijven principieel tegen publicatie van zaken zonder herkomst. Zo ook Diederik Meijer, de Leidse hoofddocent archeologie van het Nabije Oosten. Hij hoopt volgend jaar een opgraving in Koerdistan te beginnen. Met medewerking van zijn rekkelijke collega Van Soldt.

    • Theo Toebosch