Tussen de tv-schotels hockeyen op slippers

De Haagse hockeyclub HDM geeft sinds enkele weken hockeyles aan kinderen in de Schilderswijk. „Dikke jassen zijn niet bevorderlijk voor goed loopwerk.”

Tussen flatgebouwen met tv-schotels spelen kinderen een partijtje hockey in de Haagse Sporttuin. Foto Johannes van Assem foto: Johannes van Assem 07-05-2006, den haag In de "haagse sporttuin" word hockey les gegeven. Assem, Johannes van

Teenslippers. Het was het eerste dat Nienke van Schagen opviel, toen zij vijf weken geleden haar eerste hockeyles gaf in de Haagse Schilderswijk. Dat kinderen in de beruchte achterstandswijk geen Puma, Dita of Grays dragen tijdens het sporten, verbaasde haar niet. Maar teenslippers? Daar keek ze toch wel van op.

Wat de eerste-elftalspeelster van hockeyvereniging HDM verder verwonderde, waren de dikke winterjassen en de vele hoofddoekjes. „Niet bevorderlijk voor goed loopwerk”, grinnikt Schagen, die vandaag een twintigtal Surinaamse, Marokkaanse en Turkse kinderen de grondbeginselen van de hockeysport bijbrengt. „Wat voor kleding ze dragen mogen ze zelf bepalen, maar van hoofddoekjes is inmiddels bewezen dat ze tijdens het sporten gevaar opleveren. Die gingen dan ook meteen af.”

Elke maandagmiddag, van half vier tot half zes, geven Schagen en haar collega Robert-Jan Grasveld les in de Haagse Sporttuin, een multifunctioneel sportcomplex dat uitzicht biedt op een flatgebouw met televisieschotels, waar gesluierde vrouwen over de railing nieuwtjes uitwisselen. Tegen een vergoeding van vijf euro nemen 350 kinderen per week er deel aan georganiseerde sportactiviteiten. Voor de hockeycursus – een initiatief van HDM – hebben zich ruim dertig kinderen in de leeftijd van zes tot dertien jaar aangemeld.

De Surinaamse Kajal (11) is een van hen. „Waarom hockey”, vraagt zij, terwijl zij een stick uit een kartonnen doos trekt. „Omdat ik ervan houd om hard te slaan. En ik vind het leuk om met kinderen uit mijn buurt te sporten. Vaak zitten we op dezelfde school, maar ik leer hier ook kinderen van andere scholen kennen.”

Ook Graciella (9) volgt hockeyles omdat ze graag „hard mept”. „Ik zit ook op zwemmen, maar bij die sport gebruik je je handen minder. Ik houd ervan om te sporten met mijn handen.”

Vol ongeduld rennen de twee vriendinnen vervolgens het veld op, om niets te hoeven missen van Schagens aanwijzingen. „Weten jullie nog wat pushen is?”, wil de hockeyster van haar pupillen weten. „Heel hard slaan”, oppert een van hen voorzichtig. „Nee, de bal naar de ander duwen. Kijk zo, met de platte kant. Probeer het maar eens.”

De cursus – die uit tien delen bestaat en wordt afgesloten met een toernooi – moet kansarme kinderen vertrouwd maken met het sport- en verenigingsgevoel, zegt Louk Burgers, voorzitter van de commissie ‘Maatschappelijke betrokkenheid’ van HDM (1.473 leden). „Velen van hen zijn nog nooit lid geweest van een vereniging. Niet omdat ze niet willen, maar omdat hun ouders de contributie niet kunnen opbrengen (zo’n tien procent van de kinderen in de Schilderswijk is lid van een sportvereniging, red.). Als maatschappelijk betrokken sportclub springen wij graag bij.”

Naast hockeylessen voor kansarme kinderen geeft HDM ook bestuurlijk advies aan de plaatselijke Marokkaanse voetbalvereniging HMC, en organiseert de club gehandicaptentoernooien voor kinderen van zogenoemde zmok-scholen. En afgelopen jaar reisden jonge HDM’ers naar Kenia en Sri Lanka om te werken in weeshuizen. Dat zich bij die sociale en sportieve activiteiten soms nieuwe talenten aandienen is volgens Burgers „mooi meegenomen”, maar scouting is geen doel op zich.

Volgens George van Hurck, projectleider van de Haagse Sporttuin, is de sfeer in de buurt sterk verbeterd sinds het complex in september van het vorig jaar werd geopend. „De Schilderswijk kampt al jaren met inbraken en overvallen. Hangjongeren versterken het gevoel van onveiligheid. Geef je die jongeren een stick of een bal, dan bloeien ze echt helemaal op.”

Bijkomend voordeel, aldus Van Hurck, is dat probleemjongeren in de sporttuin „een gezicht krijgen”. Hij herinnert zich het geval van een jongen die ’s middags in het sportcomplex voetbalde en ’s avonds in een van de aangrenzende flats een inbraak pleegde. „Een bewoonster herkende de jongen en gaf hem stevig de wind van voren. Nou, dat zal hij niet licht vergeten.”

Nienke Schagen, die steevast met ‘juf’ wordt aangeduid, zegt veel op te steken van de lessen. „De hockeywereld wordt gedomineerd door blanke, verwende kinderen. Ze realiseren zich niet hoe bevoorrecht zij zijn. Deze kinderen zijn echt enorm gemotiveerd, omdat ze weten dat hun ouders krom liggen voor die vijf euro.”

Cennet Kavrik praat niet graag over geldzaken, want dat vindt ze „te privé”. Maar ze wil best toegeven dat zij als eerste naar de kosten informeerde toen haar dochter Ese (8) vroeg of zij hockeylessen in de Haagse Sporttuin mocht volgen. „Mijn man en ik hebben drie kinderen en we leven van één salaris. Als ze allemaal willen gaan sporten, moet je op de kleintjes letten.” Of haar kinderen nu hockeyen, tennissen of zwemmen – het is haar om het even. Zolang ze hun dagen maar niet achter de televisie slijten.

    • Danielle Pinedo