Slecht afweergeheugen

Onderzoek aan een zeldzame erfelijke immuunafwijking maakt ook duidelijk hoe het algemene principe van boostervaccinatie werkt.

Bart Meijer van Putten

Lymfeklier uit de hals van het Turkse meisje. De blaasjes met delende B-cellen in de schors van de lymfeklieren zijn veel te klein. Foto Erasmus medisch centrum Erasmus medisch centrum

Bij een Turks meisje en twee volwassen Colombiaanse zussen en hun broer hebben Rotterdamse immunologen een geheel nieuwe, uiterst zeldzame aangeboren afweerstoornis ontdekt. De genafwijking geeft inzicht in een heel algemeen mechanisme: het boostereffect dat optreedt na een herinfectie met dezelfde ziekteverwekker, of na een tweede vaccinatie met dezelfde entstof.

Alle vier patiënten waren sterk gevoelig voor infecties. Ze hadden van kinds af aan vaak last van ernstige oorontstekingen, keelaandoeningen en longontstekingen. Uit speurwerk van een team immunologen rond prof.dr. Jacques van Dongen van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, samen met collega’s uit Turkije, Colombia, Duitsland en Nederlandse klinieken, bleek dat bij de vier patiënten het gen voor CD19 gemuteerd was. De patiënten hebben daardoor niet of nauwelijks CD19-eiwit op witte bloedcellen, waardoor de aanmaak van antistoffen sterk verminderd is (New England Journal of Medicine, 4 mei 2006).

Antistoffen zijn moleculen van het afweersysteem die aan eiwitten van binnendringende bacteriën en virussen binden, en helpen om die te vernietigen. De antistoffen zijn afkomstig van een bepaald type witte bloedcellen, de zogenoemde B-cellen. Iedere B-cel draagt één unieke antistof die kan binden aan één bepaald bacterieel of viraal eiwit. In lymfeklieren en keel- en neusamandelen komen de B-cellen in contact met een passend vreemd antigeen van een virus of bacterie. Dan worden de B-cellen geactiveerd en gaan ze zich vermenigvuldigen. Die geactiveerde B-cellen produceren een enorme hoeveelheid identieke antistoffen en scheiden die uit naar het bloed.

Zonder het CD19-molecuul gaat dit proces een heel eind goed. De patiënten hebben gewoon B-cellen, maar de reactie op het vreemde antigeen loopt mis. Als het CD19-eiwit defect is, zoals bij de patiënten, dan worden de B-cellen na contact met vreemde antigenen niet voldoende geactiveerd.

Dat is nog niet alles. Ook de veranderingen na een tweede infectie wijken bij de patiënten af. Dat bleek uit een experiment bij de patiënten met een vaccin tegen rabiës (hondsdolheid). Met een rabiësvaccinatie is goed de antistofaanmaak tegen het virus bestuderen omdat vrijwel niemand ooit met rabiës in contact is geweest.

De vier patiënten bleken veel te weinig rabiësantistoffen te maken. Dat was niet anders dan verwacht. Het verrassende was dat een tweede vaccinatie na drie maanden bij de patiënten geen enkel extra effect had, terwijl bij controlepersonen de antistofproductie toen heel sterk toenam. CD19 is blijkbaar ook nodig voor het ‘boostereffect’ bij nieuwe blootstelling aan hetzelfde antigeen. Dit boostereffect benutten dokters door iedere vaccinatie altijd een aantal keren te herhalen, bij de vaccinatie van kinderen tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP-vaccin) zelfs zes keer.

Gezonde B-cellen met CD19-eiwit ondergaan bij herhaalde contacten met het hetzelfde antigeen een verdere rijping tot B-geheugencellen. De antistoffen uit die geheugencellen krijgen een veel grotere bindingskracht voor bijbehorende antigenen. Hierbij spelen kleine veranderingen in de antistofgenen een rol die maken dat B-cellen bij een hernieuwd contact met hetzelfde antigeen veel feller reageren.

Bij mensen zonder CD19 is dit antistofgeheugen slecht. Zij moeten bij iedere ziekteverwekker steeds opnieuw de hele afweer opbouwen. Van Dongen: “Daarom is hun afweer bij herhaald contact met hetzelfde antigeen een factor honderd tot duizend minder doeltreffend dan die bij gezonde mensen. We geven deze patiënten weerstand door antistoffen toe te dienen die afkomstig zijn van bloeddonoren. Maar vaak raken ze toch geïnfecteerd en dan rest alleen een behandeling met antibiotica, in een veel hogere dosis en ook veel langduriger dan normaal.”

    • Bart Meijer van Putten