Slachtoffers Minamata rusten nog niet in vrede

Vijtig jaar geleden werd Japan opgeschrikt door een ernstig milieuschandaal met kwikvergiftiging. De overheid keek lange tijd de andere kant op, ook tegenwoordig nog.

In het ‘milieupark’ van Minamata, aan de zee van Shiranui in Zuid-Japan, staat een stenen monument. De inscriptie luidt: ‘Aan alle levensvormen van de Shiranui-zee die slachtoffer werden. Deze tragedie zal zich niet herhalen. Rust in vrede’.

Het park is aangelegd op 27 ton met kwik verontreinigd slib uit de baai van Minamata plus tientallen verzegelde containers met vergiftigde vis. Dit is echter niet de enige reden dat de slachtoffers nog geen rust kennen.

Deze maand is het 50 jaar geleden dat in het ziekenhuis van Minamata de eerste twee gevallen werden gemeld van een onbekende ziekte. De symptomen waren gruwelijk – aantasting van het zenuwstelsel, leidend tot verlamming en vervorming van de ledematen. De oorzaak lag bij het bedrijf Chisso dat organisch kwik loosde in zee. Via vis en schelpdieren kwam het kwik in de voedselketen van de bevolking. Het duurde echter twaalf jaar voor de overheid om tot deze conclusie te komen. In de tussentijd moesten honderden deze nalatigheid met hun leven bekopen en tienduizenden met hun gezondheid.

De eerste melding van de ziekte in 1956 kwam vlak nadat de regering het einde van de naoorlogse periode had uitgeroepen. Chisso leverde een grote bijdrage aan de snelle economische groei waarop deze optimistische verklaring gebaseerd was. De oorspronkelijke producent van kunstmest had namelijk een manier gevonden om plastic te maken zonder geïmporteerde grondstoffen. Vorige maand werd bekend dat het bedrijf door intern onderzoek wist dat bij dit lucratieve productieproces het gevaar bestond dat er organisch kwik vrij kwam. Toen de eerste slachtoffers zich aandienden, ging het bedrijf roekeloos verder. De slachtoffers werden gekleineerd en critici geterroriseerd.

Vorige week wees premier Junichiro Koizumi de uitnodiging afvoor een grote herdenkingsceremonie in Minamata. Dat komt niet voort uit plaatsvervangende schaamte voor de eerste twaalf jaar van levensgevaarlijke nalatigheid door zijn voorgangers. Het heeft meer te maken met zijn eigen bijdrage aan de bedenkelijke rol die de overheid speelt in de voortdurende kwestie van de schadeloosstelling van de slachtoffers.

Eerst kocht Chisso de slachtoffers voor een schijntje af. Na vaststelling van Chisso’s schuld en rechterlijke druk moesten er begin jaren ’70 enkele nullen achter de bedragen, en besloot de overheid financieel bij te springen. Toen de omvang van het aantal slachtoffers evenwel duidelijk werd, werden de voorwaarden voor erkenning als Minamata-slachtoffer domweg aangescherpt. Tot nu toe zijn slechts 2.955 mensen erkend, vanwie tweederde al overleden is. Tienduizenden anderen bleven in de kou staan.

De socialistische premier Tomiichi Murayama probeerde in 1995 deze erfenis van de conservatieve Liberaal Democratische Partij te doorbreken door alle slachtoffers een vast bedrag aan te bieden. Een klein aantal nam echter geen genoegen met het lagere bedrag en de verdoezeling van de medeverantwoordelijkheid van de overheid. Sinds kort ligt er een uitspraak van het Hooggerechtshof, waarin staat en provincie onverbloemd verantwoordelijk worden gesteld. Hen wordt opgedragen de slachtoffers schadeloos te stellen en de voorwaarden voor erkenning tot Minamata-slachtoffer te verzachten. Koizumi en zijn minister van Milieu hebben deze uitspraak tot nu toe naast zich neer gelegd. Daarmee ligt het proces van schadeloosstelling in de praktijk stil en kunnen veel slachtoffers alles behalve vredig rusten.

Door de grote internationale aandacht eind jaren ’60 groeide de Minamata-ziekte uit tot het startpunt van het milieubewustzijn in Japan. Veel milieuwetgeving en ook de oprichting van het ministerie van Milieu zijn tot de ramp te herleiden. De in het Minamata-monument gegraveerde geruststelling dat een dergelijke tragedie zich niet zal herhalen is echter vals gebleken. Waar Japan zich graag ziet als een toonaangevend land op het gebied van wetenschap en technologie, volgt het niet alle internationaal aanvaarde inzichten even nauwgezet. Zo wordt de bevolking pas sinds eind vorig jaar serieus geconfronteerd met de gevaren van asbest. Nu pas worden scholen en andere openbare gebouwen op de aanwezigheid van asbest onderzocht. De kans lijkt aanzienlijk dat over enkele decennia de overheid wederom in de beklaagdenbank moet aanschuiven.

    • Dick Stegewerns